De Weg, de Waarheid en het Leven

Er zijn woorden die iedereen kent maar die bijna niemand zorgvuldig naleest. Johannes 14:6 behoort tot die woorden. Yeshua (Jezus) noemt Zichzelf daar de Weg, de Waarheid en het Leven, en vrijwel iedere gelovige kan die zin uit het hoofd opzeggen. Veel minder mensen hebben zich echter afgevraagd waaróm Hij juist deze drie begrippen koos en waar Hij ze vandaan haalde. Hij sprak immers tot Joodse mannen die de Schriften kenden, in een taal die van die Schriften doortrokken was. Wie deze uitspraak wil begrijpen, moet daarom eerst terug naar Moshe (Mozes), want die drie begrippen greep Yeshua niet zomaar uit de lucht, maar staan zwart op wit in de boeken die elke Jood vandaag de dag nog steeds beschouwt als de gezaghebbende Schriften. 

Moshe heeft veertig jaar lang niets anders gedaan dan een volk leren hoe het dicht bij de Almachtige kon leven. Hij werd daarvoor verworpen, verdacht gemaakt en met steniging bedreigd, zowel bij het water te Massa als na het verslag van de verspieders. Toen de Eeuwige het volk wilde verdelgen, bood hij aan zelf uit het boek te worden uitgewist als het volk maar gespaard bleef. Van hem staat opgetekend dat hij zachtmoediger was dan enig mens op de aardbodem, en van Yeshua staat opgetekend dat Hij zachtmoedig is en nederig van hart. Wie Moshe verstaat, verstaat Yeshua. De ene droeg het onderwijs aan, de Ander droeg het uit in eigen vlees. 

Aan het slot van zijn leven, wanneer het lied van Deuteronomium 32 is uitgesproken en het volk op de drempel van het beloofde land staat, vat Moshe alles samen in één laatste opdracht. Hij noemt daarbij niet de veldslag, niet het land en niet de welvaart, maar het onderwijs zelf, en hij verbindt daaraan een woord dat later in Johannes 14 zal terugkeren. 

Deuteronomium 32:44-47 

44 En Moshe kwam, en sprak al de woorden dezes lieds voor de oren des volks, hij en Hoshea (Hosea), de zoon van Nun. 45 Als nu Moshe geëindigd had al die woorden tot gans Israël te spreken; 46 Zo zeide hij tot hen: Zet uw hart op al de woorden, die ik heden onder ulieden betuige, dat gij ze uw kinderen gebieden zult, dat zij waarnemen te doen al de woorden dezer Thora. 47 Want dat is geen vergeefs woord voor ulieden; maar het is uw leven; en door ditzelve woord zult gij de dagen verlengen op het land, waar gij over de Jordaan naar toe gaat, om dat te erven. 

Generaties later bezingt de langste psalm van de Schrift diezelfde Thora, vers na vers, in twee en twintig strofen. De dichter schrijft niet vanuit rust maar vanuit verdrukking, klein en veracht, en juist daar noemt hij het onderwijs van de Eeuwige bij een naam die Yeshua later op Zichzelf zal betrekken. 

Psalm 119:140-144 

140 Uw woord is zeer gelouterd, en Uw knecht heeft het lief. 141 Ik ben klein en veracht, doch Uw bevelen vergeet ik niet. 142 Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw Thora is de waarheid. 143 Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen. 144 De gerechtigheid Uwer getuigenissen is in der eeuwigheid; doe ze mij verstaan, zo zal ik leven. 

In het boek Spreuken spreekt een vader tot zijn zoon over datgene wat hij hem meegeeft voor onderweg. Het beeld is huiselijk en praktisch, want het gaat over wandelen, over slapen en over wakker worden. Precies in dat alledaagse verband valt het derde begrip. 

Spreuken 6:20-23 

20 Mijn zoon, bewaar het gebod uws vaders, en verlaat de Thora uwer moeder niet. 21 Bind ze steeds aan uw hart, hecht ze aan uw hals. 22 Als gij wandelt, zal dat u geleiden; als gij nederligt, zal het over u de wacht houden; als gij wakker wordt, zal hetzelve met u spreken. 23 Want het gebod is een lamp, en de Thora is een licht, en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens. 

Dan komt de laatste avond. Yeshua zit met Zijn leerlingen in Jeruzalem, in de nacht waarin het Pesachfeest de stad vult met pelgrims en met het besef van uittocht. Hij spreekt over heengaan, en Thomas begrijpt er niets van. Op die verwarde vraag van een doodsbange leerling volgt het antwoord dat men doorgaans losgeknipt citeert. 

Johannes 14:4-7 

4 En waar Ik heenga, weet gij, en den weg weet gij. 5 Thomas zeide tot Hem: Heere, wij weten niet, waar Gij heengaat; en hoe kunnen wij den weg weten? 6 Yeshua zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij. 7 Indien gijlieden Mij gekend hadt, zo zoudt gij ook Mijn Vader gekend hebben; en van nu kent gij Hem, en hebt Hem gezien. 

Dat deze woorden bij de eerste hoorders ook zo aankwamen, blijkt uit de geschiedenis die erop volgde. De beweging van Zijn volgelingen droeg in Handelingen geen andere naam dan de Weg, en Sha’ul (Paulus) verklaart voor de stadhouder dat hij naar diezelfde weg de God der vaderen dient en alles gelooft wat in de Thora en in de profeten geschreven staat. De naam van de beweging was dus een verwijzing naar het onderwijs, geen breuk daarmee. 

Verantwoording van de grondtekstmethode 

Het Hebreeuws en het Grieks verbuigen hun woorden naar tijd, persoon, getal en functie. Een woord zoals het in het vers staat ziet er daardoor anders uit dan het woord zoals het in het woordenboek staat. Om die reden wordt hieronder eerst de vorm genoemd zoals de tekst hem werkelijk draagt, en daarna de wortel waaruit die vorm is opgebouwd. Zo ziet de lezer beide naast elkaar en verklaart het verschil zichzelf. 

De Hebreeuwse grondtekst 

Deuteronomium 32:47 

Want dat is geen vergeefs woord voor ulieden; maar het is uw leven (חַיֵּיכֶם‎, chayyeikhem); en door ditzelve woord zult gij de dagen verlengen (תַּאֲרִיכוּ‎, ta’arikhu) op het land 

De uitdrukking uw leven is vertaald vanuit de vorm חַיֵּיכֶם‎ (chayyeikhem), gevormd uit חַיִּים‎ (chayyim) en teruggaand op de wortel חיה‎ (chayah), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: leven, in leven blijven, levend gemaakt worden, herleven. Moshe zegt dus niet dat de Thora het leven verbetert. Hij zegt dat zij het leven ís. Het woord verlengen is vertaald vanuit de vorm תַּאֲרִיכוּ‎ (ta’arikhu), uit de wortel אָרַךְ‎ (arakh), en kan ook wel vertaald worden als lang maken, rekken, uitstrekken. En het woord dat de Statenvertaling met wet weergeeft is תּוֹרָה‎ (thora), gevormd uit de wortel ירה‎ (yarah), en laat zich ook graag vertalen als werpen, schieten, richten, aanwijzen, onderwijzen. Thora is geen wetboek maar een richtingwijzer, een pijl die op een doel wordt afgeschoten. 

Psalm 119:142 

Uw gerechtigheid (צִדְקָתְךָ‎, tsidkatekha) is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw Thora (תוֹרָתְךָ‎, toratekha) is de waarheid (אֱמֶת‎, emet). 

De vorm תוֹרָתְךָ‎ (toratekha) is dezelfde תּוֹרָה‎ (torah) als bij Moshe, nu met het achtervoegsel voor Uw. Het woord waarheid is vertaald vanuit אֱמֶת‎ (emet), teruggaand op de wortel אמן‎ (aman), en kan ook wel vertaald worden als vast staan, betrouwbaar zijn, dragen, steunen, trouw zijn. Waarheid is in het Hebreeuws dus niet in de eerste plaats een juiste bewering maar een betrouwbare bodem. Het is datgene waarop een mens zijn volle gewicht durft te zetten. Het woord gerechtigheid is vertaald vanuit צִדְקָתְךָ‎ (tsidkatekha), uit de wortel צדק‎ (tsadaq), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: recht zijn, zuiver zijn, rechtvaardig verklaard worden. 

Spreuken 6:23 

Want het gebod is een lamp, en de Thora (תּוֹרָה‎, torah) is een licht (אוֹר‎, or), en de bestraffingen der tucht (מוּסָר‎, musar) zijn de weg (דֶּרֶךְ‎, derekh) des levens (חַיִּים‎, chayyim); 

Het woord weg is vertaald vanuit דֶּרֶךְ‎ (derekh), uit de wortel דָּרַךְ‎ (darakh), en laat zich ook graag vertalen als treden, betreden, gaan en het spannen van een boog. Daarmee staan de twee kernwoorden van deze studie in hetzelfde beeldveld, want ירה‎ (yarah) is het schieten van de pijl en דָּרַךְ‎ (darakh) is het spannen van de boog waaruit hij vertrekt. De boog wordt gespannen, de pijl wordt gericht, de baan ligt vast voordat de voet zich verzet. Zo wijst de Thora de richting en zo betreedt de wandelaar haar. Het woord tucht is vertaald vanuit מוּסָר‎ (musar), uit de wortel יסר‎ (yasar), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: terechtwijzen, vormen, opvoeden, onderrichten. En חַיִּים‎ (chayyim) is hetzelfde leven dat Moshe over de Thora uitsprak. 

De Griekse grondtekst 

Johannes 14:6 

Yeshua zeide tot hem: Ik ben de Weg (ὁδὸς‎, hodos), en de Waarheid (ἀλήθεια‎, alētheia), en het Leven (ζωή‎, zōē). Niemand komt (ἔρχεται‎, erchetai) tot den Vader, dan door (διά‎, dia) Mij. 

Het woord Weg is vertaald vanuit ὁδός‎ (hodos) en kan ook wel vertaald worden als weg, baan, reis, tocht, wijze van leven. Het woord Waarheid is vertaald vanuit ἀλήθεια‎ (alētheia), gevormd uit een ontkennend voorvoegsel en de wortel λανθάνω‎ (lanthanō), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: het onverborgene, dat wat niet langer ontgaat, werkelijkheid, betrouwbaarheid. Het woord Leven is vertaald vanuit ζωή‎ (zōē) en laat zich ook graag vertalen als leven, levenskracht, levensduur. Het werkwoord komt is vertaald vanuit de vorm ἔρχεται‎ (erchetai), uit ἔρχομαι‎ (erchomai), en kan ook wel vertaald worden als komen, gaan, naderen, aankomen. Het voorzetsel διά‎ (dia) met de tweede naamval betekent niet langs en niet voorbij, maar dwars doorheen. Niemand komt om Hem heen. Men gaat door Hem heen. 

De Septuaginta 

Johannes 14:6 is geen citaat van één tekst uit de Thora of de Profeten. Er staat geen woordelijke overname en die zal hier dus ook niet worden gesuggereerd. Wat er wél is, is een aantoonbare zinspeling uit verschillende Schriftgedeeltes, want alle drie de Griekse woorden die Yeshua op Zichzelf toepast, staan in de Septuaginta aan de Thora verbonden. De vindplaatsen staan hieronder. 

Deuteronomium 32:47 

Want dat is geen vergeefs woord voor ulieden; maar het is uw leven (ζωή‎, zōē); en door ditzelve woord zult gij de dagen verlengen op het land, waar gij over de Jordaan naar toe gaat, om dat te erven. 

Psalm 119:142, in de Septuaginta genummerd als Psalm 118:142 

Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw Thora (νόμος‎, nomos) is de waarheid (ἀλήθεια‎, alētheia). 

Spreuken 6:23 

Want het gebod is een lamp, en de Thora is een licht, en de bestraffingen der tucht zijn de weg (ὁδὸς‎, hodos) des levens (ζωῆς‎, zōēs); 

Johannes 14:6 

Yeshua zeide tot hem: Ik ben de Weg (ὁδὸς‎, hodos), en de Waarheid (ἀλήθεια‎, alētheia), en het Leven (ζωή‎, zōē). Niemand komt tot den Vader, dan door Mij. 

De Griekse tekst van Spreuken 6:23 koppelt ὁδός‎ (hodos) en ζωή‎ (zōē) tot één uitdrukking, en die koppeling is elders in de Septuaginta eveneens aanwijsbaar, onder meer in Psalm 16:11, in de Septuaginta genummerd als Psalm 15:11. Psalm 118:142 zet ἀλήθεια‎ (alētheia) rechtstreeks op de Thora. Deuteronomium 32:47 zet ζωή‎ (zōē) rechtstreeks op de Thora. Yeshua bindt in één zin bijeen wat de Griekse Schriften van Zijn hoorders al afzonderlijk aan het onderwijs van de Eeuwige hadden toegekend. 

Wie dat op zich laat inwerken, hoort de zin anders. Hij zegt niet dat er iets nieuws in de plaats komt. 

Zegt Hij dat de Thora heeft afgedaan? 

Nee. 

Hij zegt niet dat er iets in de plaats komt van wat er lag. Hij zegt dat het onderwijs zelf nu tegenover hen staat in een mens. Moshe noemde dat onderwijs het leven van het volk, de dichter van Psalm 119 noemde het de waarheid en Shlomo (Salomo) noemde het de weg des levens. Die drie namen behoorden dus al aan de Thora toe voordat er ook maar één leerling in die bovenzaal geboren was. Wanneer Yeshua ze alle drie achter elkaar op Zichzelf legt, kondigt Hij geen vervanging aan maar wijst Hij op een samenvallen. Wie Hem ziet, ziet waarheen het onderwijs altijd al wees. 

Daarmee wordt ook zichtbaar wat er misgaat wanneer dit vers wordt ingezet om de Thora buiten werking te stellen. Wie dat doet, laat Yeshua zeggen dat Hij de weg is naar een Vader Wiens onderwijs Hij onderweg heeft opgeheven. De weg zou dan leiden naar Iemand die niet langer te bereiken is langs datgene waarmee Hij Zich bekend heeft gemaakt. Een weg die haar eigen richting intrekt houdt op een weg te zijn. 

Dat is geen weg. 

Dat is een doodlopend pad naar de dood.  

De afsluitende climax 

Er zit een pijnlijke ironie in de geschiedenis van dit vers. Het is uitgegroeid tot een veelgeciteerde bewijsplaats voor de gedachte dat het Oude Testament heeft afgedaan, terwijl elk van de drie woorden erin uit het Oude Testament komt en daar op de Thora slaat. Wie het zo inzet, houdt met een tekst over de Weg, juist de weg gesloten. 

De gelovige die dit nooit heeft gehoord treft geen verwijt. Hij heeft gekregen wat hem werd aangereikt, hij heeft geloofd wat hem werd geleerd en hij heeft gezongen wat men hem in de mond legde. De Schrift kent het onderscheid tussen dwaling uit onwetendheid en handelen tegen beter weten in, en dat onderscheid staat hier overeind. 

Het verwijt treft de instelling. De Kerk beschikt over de Hebreeuwse tekst, over de Septuaginta en over de woordenboeken. Zij weet dat תּוֹרָה‎ (thora) richting betekent. Zij weet dat Psalm 118:142 in de Septuaginta de Thora ἀλήθεια‎ (alētheia) oftewel waarheid noemt. Zij weet dat Deuteronomium 32:47 de Thora ζωή‎ (zōē) noemt, hetgeen het leven behelst. Zij bezit die kennis en zij preekt haar niet. Wel wordt het verborgen gehouden in de kelder van dit heidense instituut, dat nog steeds verbonden is aan het Vaticaan. 

De boog werd gespannen bij de Sinaï, de pijl werd gericht in de vlakte van Moab en de baan liep dwars door de eeuwen heen tot in een bovenzaal in Jeruzalem, waar Hij Die de richting was ook de Richter werd van wie haar verlegt. 

Niemand komt tot de Vader dan door Hem. En Hij komt van geen andere kant dan uit het onderwijs dat zich zal openbaren voor eenieder die werkelijk ontvankelijk is.