Een Profeet als Moshe
Er zijn beloften die men zo vaak heeft horen uitleggen dat de vraag erachter verdwijnt. Deuteronomium 18:15-19 is zo'n belofte. Dat de Profeet die daar wordt aangekondigd Yeshua (Jezus) is, staat voor velen buiten kijf. Maar de vraag is niet óf Hij het is. De vraag is waaróm Hij het is, en wat die vergelijking met Moshe (Mozes) precies inhoudt. Wie wil weten Wie zijn Middelaar en zijn Meester is, moet dus eerst weten wat Moshe deed.
Dat begint bij Horeb. Het volk staat aan de voet van de berg, het vuur brandt, de stem klinkt en de mensen deinzen terug. Ze vragen om iemand die tussen hen en die stem in gaat staan. Moshe beschrijft dat moment zelf, en hij benoemt daarbij zijn eigen plaats met een woord dat de hele belofte draagt.
Deuteronomium 5:4-5
4 Van aangezicht tot aangezicht heeft de Eeuwige met u gesproken op den berg, uit het midden des vuurs. 5 (Ik stond te dier tijd tussen de Eeuwige en tussen u, om u des Eeuwigen woord aan te zeggen; want gij vreesdet voor het vuur, en klomt niet op den berg) zeggende:
In het veertigste jaar, wanneer Moshe weet dat hij niet meegaat over de Jordaan, komt hij op datzelfde moment terug. Hij vertelt het volk niet dat het straks zonder onderwijzer zal zijn. Hij vertelt hun dat de Eeuwige het verzoek van Horeb goedkeurde en dat de plaats die hij innam niet met hem zal verdwijnen.
Deuteronomium 18:15-19
15 Een Profeet, uit het midden van u, uit uw broederen, als mij, zal u de Eeuwige, uw God, verwekken; naar Hem zult gij horen; 16 Naar alles, wat gij van den Eeuwige, uw God, aan Horeb, ten dage der verzameling, geëist hebt, zeggende: Ik zal niet voortvaren te horen de stem des Eeuwigen, mijns Gods, en ditzelve grote vuur zal ik niet meer zien, dat ik niet sterve. 17 Toen zeide de Eeuwige tot mij: Het is goed, wat zij gesproken hebben. 18 Een Profeet zal Ik hun verwekken uit het midden hunner broederen, als u; en Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en Hij zal tot hen spreken alles, wat Ik Hem gebieden zal. 19 En het zal geschieden, de man, die niet zal horen naar Mijn woorden, die Hij in Mijn Naam zal spreken, van dien zal Ik het zoeken.
Eeuwen later staat Cefas (Petrus) in de tempel, vlak na de genezing van de verlamde man bij de Schone Poort. De menigte stroomt samen en hij grijpt niet terug op een wonder maar op deze belofte. Hij noemt haar bij naam en hij citeert haar hardop, in de tempel, voor mensen die haar woord voor woord kenden.
Handelingen 3:20-23
20 En Hij gezonden zal hebben Yeshua haMashiach, Die u tevoren gepredikt is; 21 Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw. 22 Want Moshe heeft tot de vaderen gezegd: De Eeuwige, uw God, zal u een Profeet verwekken, uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen, in alles, wat Hij tot u spreken zal. 23 En het zal geschieden, dat alle ziel, die dezen Profeet niet zal gehoord hebben, uitgeroeid zal worden uit den volke.
Verantwoording van de grondtekstmethode
Het Hebreeuws en het Grieks verbuigen hun woorden naar tijd, persoon, getal en functie. Een woord zoals het in het vers staat ziet er daardoor anders uit dan hetzelfde woord in het woordenboek. Hieronder wordt daarom eerst de vorm genoemd zoals de tekst hem draagt, en daarna de wortel waaruit die vorm is opgebouwd.
De Hebreeuwse grondtekst
Deuteronomium 18:15
Een Profeet (נָבִיא, navi), uit het midden (מִקִּרְבְּךָ, miqqirbekha) van u, uit uw broederen (מֵאַחֶיךָ, me'acheikha), als mij, zal u de Eeuwige, uw God, verwekken (יָקִים, yaqim); naar Hem zult gij horen (תִּשְׁמָעוּן, tishma'un);
Het woord Profeet is vertaald vanuit נָבִיא (navi), teruggaand op de wortel נבא (nava), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: woordvoerder, spreekbuis, iemand die geroepen is en doorgeeft. Een profeet voorspelt niet in de eerste plaats de toekomst, hij draagt over wat hem is toevertrouwd.
Het woord verwekken is vertaald vanuit de vorm יָקִים (yaqim), uit de wortel קוּם (qum), en kan ook wel vertaald worden als doen opstaan, oprichten, bevestigen, gestand doen. Diezelfde wortel wordt gebruikt voor het bevestigen van een verbond.
Het woord horen is vertaald vanuit de vorm תִּשְׁמָעוּן (tishma'un), uit de wortel שָׁמַע (shama), en laat zich ook graag vertalen als luisteren, gehoorzamen, gehoor geven. In het Hebreeuws is horen niet het opvangen van geluid maar het opvolgen ervan.
De uitdrukking uit het midden van u is vertaald vanuit מִקִּרְבְּךָ (miqqirbekha), uit קֶרֶב (qerev), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: binnenste, ingewand, hart van iets.
De Profeet komt dus niet van buiten naar het volk toe. Hij komt uit het binnenste ervan op, uit מֵאַחֶיךָ (me'acheikha), uit de broeders, en dat is precies wat het volk bij Horeb had gevraagd. Zij konden het vuur niet verdragen. Er moest een mens tussen staan.
Deuteronomium 18:18-19
18 En Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven (וְנָתַתִּי, venatatti), en Hij zal tot hen spreken alles, wat Ik Hem gebieden zal (אֲצַוֶּנּוּ, atsavvennu). 19 En het zal geschieden, de man, die niet zal horen naar Mijn woorden, die Hij in Mijn Naam zal spreken, van dien zal Ik het zoeken (אֶדְרֹשׁ, edrosh).
Het woord geven is vertaald vanuit de vorm וְנָתַתִּי (venatatti), uit de wortel נָתַן (natan), en kan ook wel vertaald worden als geven, plaatsen, toevertrouwen, neerleggen.
Het woord gebieden is vertaald vanuit אֲצַוֶּנּוּ (atsavvennu), uit de wortel צָוָה (tsavah), waaruit ook מִצְוָה (mitsvah), gebod, is gevormd.
En de uitdrukking van dien zal Ik het zoeken is vertaald vanuit de vorm אֶדְרֹשׁ (edrosh), uit de wortel דָּרַשׁ (darash), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: zoeken, navragen, onderzoeken, rekenschap vragen. Het is de taal van een navraag die persoonlijk wordt gedaan, niet van een straf die zich vanzelf voltrekt.
Daarmee ligt de gelijkenis met Moshe vast in wat hij deed en niet in wat hij was. Hij stond tussen het vuur en het volk, hij ontving woorden die niet de zijne waren en hij gaf ze door zonder er iets aan toe te voegen. Wie zoals hij is, doet dat ook.
De Griekse grondtekst
Handelingen 3:22-23
22 Want Moshe heeft tot de vaderen gezegd: De Eeuwige, uw God, zal u een Profeet (προφήτην, prophētēn) verwekken (ἀναστήσει, anastēsei), uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen (ἀκούσεσθε, akousesthe), in alles, wat Hij tot u spreken zal. 23 En het zal geschieden, dat alle ziel, die dezen Profeet niet zal gehoord hebben, uitgeroeid zal worden (ἐξολεθρευθήσεται, exolethreuthēsetai) uit den volke.
Het woord Profeet is vertaald vanuit προφήτην (prophētēn), uit προφήτης (prophētēs), gevormd uit πρό (pro) en φημί (phēmi), en laat zich ook graag vertalen als iemand die namens een ander naar voren spreekt.
Het woord verwekken is vertaald vanuit de vorm ἀναστήσει (anastēsei), uit ἀνίστημι (anistēmi), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: doen opstaan, oprichten, naar voren doen treden. Cefas gebruikt datzelfde werkwoord opnieuw in vers 26, wanneer hij zegt dat God Zijn Kind heeft verwekt en tot hen gezonden om hen te zegenen, zodat de belofte en de vervulling in zijn toespraak door één woord aan elkaar verbonden blijven.
Het woord horen is vertaald vanuit de vorm ἀκούσεσθε (akousesthe), uit ἀκούω (akouō), en kan ook wel vertaald worden als horen, aanhoren, gehoor geven. Het is het Griekse antwoord op שָׁמַע (shama) en het draagt dezelfde lading.
Het woord dat in vers 21 met wederoprichting is weergegeven, luidt ἀποκαταστάσεως (apokatastaseōs), uit ἀποκαθίστημι (apokathistēmi), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: herstellen in de oorspronkelijke staat, teruggeven, weer op zijn plaats zetten.
Cefas verwacht dus geen vervanging van wat er lag, maar een terugbrengen ervan.
De Septuaginta
De aanhaling in Handelingen 3:22 loopt in haar dragende woorden woordelijk gelijk met de Griekse tekst van Deuteronomium 18:15 en geldt in zoverre als citaat. Het slot van het vers wijkt af en wordt daarom apart benoemd, evenals de bewoording van vers 23.
Deuteronomium 18:15
Een Profeet (προφήτην, prophētēn), uit het midden van u, uit uw broederen (ἀδελφῶν, adelphōn), als mij, zal u de Eeuwige, uw God, verwekken (ἀναστήσει, anastēsei); naar Hem zult gij horen (ἀκούσεσθε, akousesthe);
Handelingen 3:22
Want Moshe heeft tot de vaderen gezegd: De Eeuwige, uw God, zal u een Profeet (προφήτην, prophētēn) verwekken (ἀναστήσει, anastēsei), uit uw broederen (ἀδελφῶν, adelphōn), gelijk mij; Dien zult gij horen (ἀκούσεσθε, akousesthe), in alles, wat Hij tot u spreken zal.
De vier dragende woorden staan aan beide zijden gelijk. Cefas haalt de Septuaginta op dit punt dus niet vrij aan maar leest haar voor. De slotwoorden in alles, wat Hij tot u spreken zal staan niet in de Griekse tekst van vers 15 zelf en zijn geen woordelijke overname. Zij vatten samen wat in de verzen daarna volgt, waar de Eeuwige zegt dat de Profeet alles zal spreken wat Hem geboden wordt.
In vers 23 ligt het opnieuw anders. Deuteronomium 18:19 heeft in de Septuaginta ἐκδικήσω (ekdikēsō), Ik zal rekenschap vragen, terwijl Handelingen 3:23 een andere uitdrukking gebruikt. Dat is geen woordelijke overname van Deuteronomium 18:19 maar een zinspeling, en de vindplaats waaruit zij blijkt staat in de bepalingen over de Verzoendag. Daar wordt beschreven wat er geldt voor wie zich op die dag niet verootmoedigt, en die passage luidt als volgt.
Leviticus 23:27-29
27 Doch op den tienden dezer zevende maand zal de verzoendag zijn, een heilige samenroeping zult gij hebben; dan zult gij uw zielen verootmoedigen, en zult den Eeuwige een vuuroffer offeren. 28 En op dienzelven dag zult gij geen werk doen; want het is de verzoendag, om over u verzoening te doen voor het aangezicht des Eeuwigen, uws Gods. 29 Want alle ziel, welke niet verootmoedigd zal zijn op dienzelven dag, die zal uitgeroeid worden uit haar volken.
Wanneer beide verzen in het Grieks naast elkaar worden gelegd, wordt de overeenkomst goed zichtbaar.
Leviticus 23:29
Want alle ziel (ψυχή, psuchē), welke niet verootmoedigd zal zijn op dienzelven dag, die zal uitgeroeid worden (ἐξολεθρευθήσεται, exolethreuthēsetai) uit haar volken (ἐκ τοῦ λαοῦ αὐτῆς, ek tou laou autēs).
Handelingen 3:23
En het zal geschieden, dat alle ziel (ψυχή, psuchē), die dezen Profeet niet zal gehoord hebben, uitgeroeid zal worden (ἐξολεθρευθήσεται, exolethreuthēsetai) uit den volke (ἐκ τοῦ λαοῦ, ek tou laou).
Het werkwoord ἐξολεθρευθήσεται (exolethreuthēsetai) staat aan beide zijden in dezelfde vorm, en ook ψυχή (psuchē) en ἐκ τοῦ λαοῦ (ek tou laou) lopen gelijk. Alleen het bezittelijke αὐτῆς (autēs) ontbreekt bij Cefas en dat is het enige verschil. Daarmee is aangetoond waar hij zijn bewoording vandaan haalt en dat de zinspeling geen veronderstelling is.
Cefas legt de twee teksten dus over elkaar heen. De Verzoendag was de enige dag in het jaar waarop verzoening voor het hele volk werd gedaan. Wie zich op die dag niet verootmoedigde, miste niet slechts een plechtigheid. Hij plaatste zichzelf buiten de verzoening die op datzelfde ogenblik voor alle anderen werd verkregen, en werd daarom uit het volk weggedaan. Door juist die uitdrukking te kiezen zegt Cefas niet dat wie de Profeet afwijst een gebod overtreedt. Hij zegt dat zo iemand zich onttrekt aan de verzoening zelf, terwijl die op dat moment wordt aangeboden. Het gaat dus niet om een straf achteraf maar om een plaats die men zelf verlaat.
Tot slot
Wat aan Horeb werd gevraagd, was niet minder ontzag maar meer nabijheid. Het volk vroeg niet om afstand tot het vuur, het vroeg om iemand die erin kon staan. En de Eeuwige noemde dat verzoek goed.
Is de Profeet als Moshe dan een tweede wetgever?
Nee.
Hij is wat Moshe was en meer dan Moshe kon zijn, want wat aan Moshe werd toevertrouwd draagt Hij in Zichzelf, en wat Moshe doorgaf spreekt Hij uit eigen mond. Lukas 16:17 laat daarbij geen ruimte voor misverstand, want geen tittel van het onderwijs valt weg, en juist daarom is de Profeet die het spreekt geen breuk maar een voortzetting.
Het vuur brandde en het volk week terug. Een man ging staan waar niemand staan kon en droeg het woord de vlakte in. Zijn stem verstomde bij de Jordaan, maar de belofte liep door, dwars door de eeuwen, tot zij opstond in een tempelhof en liet zien wie de Profeet als Moshe werkelijk was.
Wie hoort, wandelt. Wie wandelt, kent. Wie kent, blijft.
Maar wie niet naar Zijn woorden hoort, zal uitgeroeid worden.