Heden, niet later
Er is een woord in Deuteronomium dat zo gewoon lijkt dat men eroverheen leest. Het staat er telkens opnieuw, het is kort en juist daarom valt niemand erover. Toch draagt het de hele opdracht die Moshe (Mozes) aan het volk meegeeft. In deze studie gaan we daarom kijken naar het woord heden.
In Deuteronomium 4 staat het tweemaal in twee opeenvolgende verzen en de plaatsing is geen toeval. Moshe heeft dan zojuist het volk herinnerd aan Horeb, aan het vuur en aan de stem die zij hoorden zonder gestalte te zien. Op die herinnering volgt de conclusie en die begint niet met later maar met nu.
Deuteronomium 4:39-40
39 Zo zult gij heden weten, en in uw hart hervatten, dat de Eeuwige die God is, boven in den hemel, en onder op de aarde, niemand meer! 40 En gij zult houden Zijn inzettingen en Zijn geboden, die ik u heden gebiede, opdat het u en uw kinderen na u welga, en opdat gij de dagen verlengt in het land, dat de Eeuwige, uw God, u geeft, voor altoos.
Let op de opbouw van die twee verzen. Er staat eerst weten, dan in het hart hervatten, dan houden. Kennis, verinnerlijking en uitvoering staan achter elkaar en boven alle drie staat hetzelfde woord, namelijk heden.
Datzelfde nu keert terug in de opdracht die Moshe kort daarna geeft, wanneer hij spreekt over wat er met de woorden moet gebeuren in het gewone leven van alledag.
Deuteronomium 6:6-7
6 En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn. 7 En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat.
Wie dat leest, ziet dat Moshe geen studiedag belegt maar een leven beschrijft. Het zitten, het gaan, het neerliggen en het opstaan vormen samen de hele dag en juist daarin moeten de woorden meelopen.
Moshe weet echter ook dat hij zelf niet meegaat over de Jordaan. Daarom kondigt hij in datzelfde boek een Profeet aan die dit onderwijs zal voortzetten en hij omschrijft die Persoon niet als een nieuwe wetgever maar als iemand zoals hijzelf.
Deuteronomium 18:15-19
15 Een Profeet, uit het midden van u, uit uw broederen, als mij, zal u de Eeuwige, uw God, verwekken; naar Hem zult gij horen; 16 Naar alles, wat gij van den Eeuwige, uw God, aan Horeb, ten dage der verzameling, geëist hebt, zeggende: Ik zal niet voortvaren te horen de stem van de Eeuwige, mijns Gods, en ditzelve grote vuur zal ik niet meer zien, dat ik niet sterve. 17 Toen zeide de Eeuwige tot mij: Het is goed, wat zij gesproken hebben. 18 Een Profeet zal Ik hun verwekken uit het midden hunner broederen, als u; en Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en Hij zal tot hen spreken alles, wat Ik Hem gebieden zal. 19 En het zal geschieden, de man, die niet zal horen naar Mijn woorden, die Hij in Mijn Naam zal spreken, van dien zal Ik het zoeken.
Eeuwen later staat Cefas (Petrus) in de tempel en haalt precies deze belofte aan. Hij doet dat voor mensen die haar woord voor woord kenden en hij past haar toe op Yeshua (Jezus).
Handelingen 3:22-23
22 Want Moshe heeft tot de vaderen gezegd: De Eeuwige, uw God, zal u een Profeet verwekken, uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen, in alles, wat Hij tot u spreken zal. 23 En het zal geschieden, dat alle ziel, die dezen Profeet niet zal gehoord hebben, uitgeroeid zal worden uit den volke.
Verantwoording van de grondtekstmethode
Het Hebreeuws en het Grieks verbuigen hun woorden naar tijd, persoon, getal en functie. Een woord zoals het in het vers staat ziet er daardoor anders uit dan hetzelfde woord in het woordenboek. Hieronder wordt daarom eerst de vorm genoemd zoals de tekst hem draagt en daarna de wortel waaruit die vorm is opgebouwd.
De Hebreeuwse grondtekst
Deuteronomium 4:39-40
39 Zo zult gij heden (הַיּוֹם, hayyom) weten (וְיָדַעְתָּ, veyadata), en in uw hart hervatten (וַהֲשֵׁבֹתָ, vahashevota), dat de Eeuwige die God is, boven in den hemel, en onder op de aarde, niemand meer! 40 En gij zult houden (וְשָׁמַרְתָּ, veshamarta) Zijn inzettingen en Zijn geboden, die ik u heden (הַיּוֹם, hayyom) gebiede, opdat het u en uw kinderen na u welga, en opdat gij de dagen verlengt in het land, dat de Eeuwige, uw God, u geeft, voor altoos.
Het woord heden is vertaald vanuit הַיּוֹם (hayyom), gevormd uit יוֹם (yom) met het bepaalde lidwoord, en draagt de volgende betekenissen met zich mee: dag, deze dag, vandaag, het huidige ogenblik. Het gaat dus niet om een tijdvak in het algemeen maar om de dag waarop de hoorder staat. Wat Moshe zegt, geldt niet ooit en niet later. Het geldt op de dag dat het gelezen wordt.
Het woord weten is vertaald vanuit de vorm וְיָדַעְתָּ (veyadata), uit de wortel יָדַע (yada) en kan ook wel vertaald worden als kennen, gewaarworden, door ervaring verstaan, vertrouwd raken met. Het is hetzelfde werkwoord dat gebruikt wordt voor het kennen tussen twee mensen die hun leven delen en daarmee is het geen verstandelijke vaststelling maar een omgang.
Het woord hervatten is vertaald vanuit de vorm וַהֲשֵׁבֹתָ (vahashevota), uit de wortel שׁוּב (shuv) en laat zich ook graag vertalen als terugkeren, doen terugkeren, terugbrengen, opnieuw naar binnen halen. Uit diezelfde wortel komt het woord voor inkeer. Er staat dus letterlijk dat men het weten terug moet brengen naar het hart en dat is een handeling die zich herhaalt.
Het woord houden is vertaald vanuit de vorm וְשָׁמַרְתָּ (veshamarta), uit de wortel שָׁמַר (shamar) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: bewaken, behoeden, hoeden, in acht nemen.
Daarmee ligt er een keten van drie werkwoorden onder deze twee verzen. Weten, terugbrengen naar het hart, bewaken. En over alle drie staat הַיּוֹם (hayyom) geschreven, dus vandaag. Het één is niet af voordat het ander begint. Zij lopen naast elkaar en zij lopen vandaag.
Deuteronomium 18:15
Een Profeet (נָבִיא, navi), uit het midden van u, uit uw broederen, als mij, zal u de Eeuwige, uw God, verwekken (יָקִים, yaqim); naar Hem zult gij horen (תִּשְׁמָעוּן, tishma'un);
Deuteronomium 18:18
Een Profeet zal Ik hun verwekken uit het midden hunner broederen, als u; en Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven (וְנָתַתִּי, venatatti), en Hij zal tot hen spreken alles, wat Ik Hem gebieden zal.
Het woord horen is vertaald vanuit de vorm תִּשְׁמָעוּן (tishma'un), uit de wortel שָׁמַע (shama) en kan ook wel vertaald worden als luisteren, gehoorzamen, gehoor geven. In het Hebreeuws is horen geen opvangen van geluid maar een opvolgen ervan. Daarmee sluit het rechtstreeks aan op שָׁמַר (shamar), want wie werkelijk hoort, bewaakt ook wat hij gehoord heeft. De Profeet wordt dus niet aangekondigd om bewonderd te worden maar om gehoord te worden in die zin.
Het woord geven is vertaald vanuit de vorm וְנָתַתִּי (venatatti), uit de wortel נָתַן (natan) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: geven, plaatsen, toevertrouwen, neerleggen. De woorden worden dus in Zijn mond gelegd en zij komen er niet uit voort.
Precies zo is het bij Moshe gegaan en de Thora laat dat onafgebroken zien. In de Statenvertaling keert de mededeling dat de Eeuwige tot Moshe sprak vierenvijftig maal terug. Vierenvijftig maal wordt daarmee vastgelegd dat wat volgt niet van de spreker afkomstig is maar van de Eeuwige. Wie zoals Moshe is, spreekt op dezelfde grond en dat is precies wat vers 18 aankondigt.
De Griekse grondtekst
Handelingen 3:22
De Eeuwige, uw God, zal u een Profeet (προφήτην, prophētēn) verwekken (ἀναστήσει, anastēsei), uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen (ἀκούσεσθε, akousesthe), in alles, wat Hij tot u spreken zal.
Het woord Profeet is vertaald vanuit προφήτην (prophētēn), uit προφήτης (prophētēs) en laat zich ook graag vertalen als iemand die namens een ander naar voren spreekt. Het woord horen is vertaald vanuit de vorm ἀκούσεσθε (akousesthe), uit ἀκούω (akouō) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: horen, aanhoren, gehoor geven. Het is het Griekse antwoord op שָׁמַע (shama) en het draagt dezelfde lading.
Dat bepaalt wat voor Onderwijzer Yeshua is. Wie namens de Eeuwige spreekt, geeft door wat Hij hem heeft toevertrouwd en voegt daar niets van zichzelf aan toe. Yeshua onderwijst dus vanuit de Thora, want dat zijn de woorden die in Zijn mond zijn gelegd.
De Septuaginta
De aanhaling in Handelingen 3:22 loopt in haar dragende woorden woordelijk gelijk met de Griekse tekst van Deuteronomium 18:15.
Deuteronomium 18:15
Een Profeet (προφήτην, prophētēn), uit het midden van u, uit uw broederen (ἀδελφῶν, adelphōn), als mij, zal u de Eeuwige, uw God, verwekken (ἀναστήσει, anastēsei); naar Hem zult gij horen (ἀκούσεσθε, akousesthe);
Handelingen 3:22
De Eeuwige, uw God, zal u een Profeet (προφήτην, prophētēn) verwekken (ἀναστήσει, anastēsei), uit uw broederen (ἀδελφῶν, adelphōn), gelijk mij; Dien zult gij horen (ἀκούσεσθε, akousesthe), in alles, wat Hij tot u spreken zal.
De vier dragende woorden staan aan beide zijden gelijk. Cefas haalt de Septuaginta op dit punt dus niet vrij aan maar leest haar voor. Dat is een citaat en geen zinspeling.
Er is nog iets opmerkelijks aan de Griekse weergave van Deuteronomium 4:39. Waar het Hebreeuws הַיּוֹם (hayyom) heeft, staat in de Septuaginta σήμερον (sēmeron), vandaag. Datzelfde woord keert terug in de synagoge van Nazareth, wanneer Yeshua de boekrol van Yeshayahu (Jesaja) heeft gelezen en gaat zitten terwijl alle ogen op Hem gericht zijn.
Deuteronomium 4:39
Zo zult gij heden (σήμερον, sēmeron) weten, en in uw hart hervatten, dat de Eeuwige die God is, boven in den hemel, en onder op de aarde, niemand meer!
Lukas 4:20-21
20 En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen. 21 En Hij begon tot hen te zeggen: Heden (σήμερον, sēmeron) is deze Schrift in uw oren vervuld.
Dat is een gedeelde wortel en geen citaat, want de bewoording eromheen loopt niet gelijk. Maar het woord zelf is hetzelfde en het staat op beide plaatsen waar iets niet wordt uitgesteld. Moshe zegt dat men het heden moet weten. Yeshua zegt dat het heden vervuld is.
Tot slot
Dat maakt de vraag naar het geloofsleven eenvoudiger dan zij vaak wordt gemaakt. Men hoeft niet eerst alles te weten voordat men het in het hart mag terugbrengen en men hoeft het niet eerst volmaakt in het hart te dragen voordat men het mag doen.
Moet men wachten tot men er klaar voor is?
Nee.
De drie staan naast elkaar en zij dragen elkaar. Het weten voedt het hart, het hart drijft de handeling en de handeling verdiept het weten. Wie op één van de drie wacht, wacht op alle drie.
En dat is precies waarom er heden staat. Niet ooit. Niet wanneer het uitkomt. Niet zodra men zich waardig genoeg voelt. Er staat heden.
De stem klonk uit het vuur bij Horeb en het volk deinsde terug, omdat niemand die stem rechtstreeks kon verdragen. Toen ging Moshe staan op de plaats waar niemand staan kon, tussen het vuur en het volk in en hij droeg de woorden die hij daar ontving de vlakte in. Veertig jaar lang heeft hij ze doorgegeven. Bij de Jordaan hield zijn stem op, want daar stierf hij en hij ging het land niet binnen.
De woorden hielden echter niet op. Zij werden opgeschreven, gelezen en van geslacht op geslacht doorgegeven, tot de Profeet kwam Die Moshe had aangekondigd. Hij droeg dezelfde woorden, Hij sprak ze in de Naam van de Eeuwige en Hij zei daarbij dat het heden was.
Wie Hem hoort, hoort Moshe. Wie Moshe hoort, hoort de Eeuwige. En wie vandaag begint, begint op tijd.