Wegstoppen is geen genezing
Wie pijn uit het verleden met zich meedraagt, krijgt vroeg of laat de goedbedoelde raad om vooruit te kijken:
"Laat los en kijk niet achterom."
Het klinkt gezond en het is soms goed bedoeld, maar wie eerlijk kijkt naar wat de Schrift doet, ziet iets anders. Moshe (Mozes) laat het volk namelijk juist wel achteromkijken, telkens opnieuw en hij doet dat niet om de wond open te houden, maar om te tonen Wie hun Geneesheer is en hoe Hij te werk gaat.
De pijn wegstoppen is niet hetzelfde als genezen. Wat in het donker wordt opgeborgen, blijft in het donker doorwerken. Alleen in het licht kunnen dingen verwerkt worden, zodat genezing en geestelijke groei zich zullen ontwikkelen. Het boek Deuteronomium is daar één lange oefening in. Moshe herinnert het volk aan Egypte, aan het diensthuis en aan de uitgestrekte arm die hen daaruit haalde. Hij onderwijst hen telkens opnieuw door de kracht van de herhaling, hetgeen het kernpunt vormt in Deuteronomium. Op één van die plaatsen wordt onmiskenbaar duidelijk waarom. De herinnering is er niet om te blijven staan bij wat men leed, maar om te bepalen hoe men voortaan met een ander omgaat.
Deuteronomium 24:17-18
17 Gij zult het recht van den vreemdeling en van den wees niet buigen, en gij zult het kleed der weduwe niet te pand nemen. 18 Maar gij zult gedenken, dat gij een dienstknecht in Egypte geweest zijt, en dat u de Eeuwige, uw God, van daar verlost heeft; daarom gebiede ik u deze zaak te doen.
Diezelfde beweging staat aan het begin van de Tien Woorden. Voordat er ook maar één gebod klinkt, wordt eerst gezegd waar de hoorder vandaan komt. De sabbat wordt daar zelfs rechtstreeks aan het diensthuis verbonden, want wie ooit gedwongen werd te werken zonder ophouden, weet wat rust betekent.
Deuteronomium 5:12-15
12 Onderhoudt den sabbatdag, dat gij dien heiligt; gelijk de Eeuwige, uw God, u geboden heeft. 13 Zes dagen zult gij arbeiden, en al uw werk doen; 14 Maar de zevende dag is de sabbat van de Eeuwige, uw God; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw os, noch uw ezel, noch enig van uw vee, noch de vreemdeling, die in uw poorten is; opdat uw dienstknecht, en uw dienstmaagd ruste, gelijk als gij. 15 Want gij zult gedenken, dat gij een dienstknecht in Egypteland geweest zijt, en dat de Eeuwige, uw God, u van daar heeft uitgeleid door een sterke hand en een uitgestrekten arm; daarom heeft u de Eeuwige, uw God, geboden, dat gij den sabbatdag houden zult.
Herstel vraagt echter meer dan herinneren. Het vraagt ook om een houding die zich laat gezeggen. Het volk in de woestijn had de uittocht met eigen ogen gezien en klaagde niettemin veertig jaar lang en juist dat maakt de tegenstelling zichtbaar. Wie zich niet laat vormen, blijft rondlopen in dezelfde cirkel.
De langste psalm van de Schrift laat zien hoe dat vormingsproces er van binnenuit uitziet. De onbekende psalmist schrijft niet vanuit rust maar vanuit benauwdheid, klein en veracht, met tegenstanders om zich heen. Juist in die toestand noemt hij het onderwijs van de Eeuwige bij name en hij doet dat zonder te beweren dat de druk daarmee is verdwenen.
Psalm 119:137-144
137 Eeuwige! Gij zijt rechtvaardig, en elkeen Uwer oordelen is recht. 138 Gij hebt de gerechtigheid Uwer getuigenissen, en de waarheid hogelijk geboden. 139 Mijn ijver heeft mij doen vergaan, omdat mijn wederpartijders Uw woorden vergeten hebben. 140 Uw woord is zeer gelouterd, en Uw knecht heeft het lief. 141 Ik ben klein en veracht, doch Uw bevelen vergeet ik niet. 142 Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw Thora is de waarheid. 143 Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen. 144 De gerechtigheid Uwer getuigenissen is in der eeuwigheid; doe ze mij verstaan, zo zal ik leven.
Bij de profeet Yechezkel (Ezechiël) klinkt de belofte die daarop volgt. Het volk is dan in ballingschap, verstrooid en verslagen en juist tot die mensen wordt gesproken over een hart dat vervangen wordt. Het gaat daarbij niet om een gevoel dat verandert maar om een binnenste dat opnieuw wordt aangelegd.
Ezechiël 36:25-27
25 Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen. 26 En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven. 27 En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen.
Eeuwen later spreekt Yeshua (Jezus) in de tempel over vrijmaking en Zijn hoorders begrijpen Hem eerst verkeerd. Zij denken aan politieke vrijheid, terwijl Hij spreekt over iets wat dieper zit.
Johannes 8:30-34
30 Als Hij deze dingen sprak, geloofden velen in Hem. 31 Yeshua dan zeide tot de Joden, die in Hem geloofden: Indien gijlieden in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen; 32 En zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken. 33 Zij antwoordden Hem: Wij zijn Avrahams (Abrahams) zaad, en hebben nooit iemand gediend; hoe zegt Gij dan: Gij zult vrij worden? 34 Yeshua antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een iegelijk, die de zonde doet, is een dienstknecht der zonde.
Verantwoording van de grondtekstmethode
Het Hebreeuws en het Grieks verbuigen hun woorden naar tijd, persoon, getal en functie. Een woord zoals het in het vers staat ziet er daardoor anders uit dan hetzelfde woord in het woordenboek. Hieronder wordt daarom eerst de vorm genoemd zoals de tekst hem draagt en daarna de wortel waaruit die vorm is opgebouwd.
De Hebreeuwse grondtekst
Deuteronomium 24:18
Maar gij zult gedenken (וְזָכַרְתָּ, vezakharta), dat gij een dienstknecht (עֶבֶד, eved) in Egypte geweest zijt, en dat u de Eeuwige, uw God, van daar verlost heeft (וַיִּפְדְּךָ, vayyifdekha);
Het woord gedenken is vertaald vanuit de vorm וְזָכַרְתָּ (vezakharta), uit de wortel זָכַר (zakhar) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: gedenken, in herinnering brengen, present stellen, ter harte nemen. Het gaat hier niet om een vluchtige gedachte maar om een handeling die iets weer werkzaam maakt in het heden. De Schrift beveelt dus niet om te vergeten wat er gebeurd is.
Het woord verlost heeft is vertaald vanuit de vorm וַיִּפְדְּךָ (vayyifdekha), uit de wortel פָּדָה (padah) en kan ook wel vertaald worden als loskopen, vrijkopen, de prijs betalen om iemand uit slavernij te halen. En het woord dienstknecht is vertaald vanuit עֶבֶד (eved), teruggaand op de wortel עָבַד (avad) en laat zich ook graag vertalen als dienen, arbeiden, dienstbaar zijn.
Daarmee ligt het patroon vast. Eerst wordt de wond benoemd, dan wordt de Verlosser genoemd en pas daarna volgt de opdracht. Wie de herinnering overslaat, verliest de grond onder het gebod.
Psalm 119:142-143
142 Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw Thora (תוֹרָתְךָ, toratekha) is de waarheid (אֱמֶת, emet). 143 Benauwdheid (צַר, tsar) en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.
Het woord waarheid is vertaald vanuit אֱמֶת (emet), teruggaand op de wortel אמן (aman) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: vast staan, betrouwbaar zijn, dragen, steunen. Waarheid is in het Hebreeuws dus in de eerste plaats een sterke bodem. Het woord benauwdheid is vertaald vanuit צַר (tsar), uit de wortel צָרַר (tsarar) en kan ook wel vertaald worden als nauw, benard, in het nauw gedreven.
Wat de onbekende psalmist beschrijft, is dus niet dat de druk verdween zodra hij het onderwijs liefkreeg. De benauwdheid staat er nog, in hetzelfde vers.
Ezechiël 36:26
En Ik zal u een nieuw (חָדָשׁ, chadash) hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen (וַהֲסִרֹתִי, vahasiroti), en zal u een vlesen hart geven.
Het woord wegnemen is vertaald vanuit de vorm וַהֲסִרֹתִי (vahasiroti), uit de wortel סוּר (sur) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: verwijderen, doen wijken, terzijde stellen. Het woord nieuw is vertaald vanuit חָדָשׁ (chadash) en laat zich ook graag vertalen als nieuw, vers, hersteld, vernieuwd. Het gaat dus niet om een hart dat wordt bijgesteld maar om een hart dat wordt vervangen en de tekst schrijft die handeling volledig aan de Eeuwige toe.
Hoewel Ezechiël 36 volledig in het teken staat van een toekomstig vrederijk, waarin de Messias zal regeren, laat deze tekst wel duidelijk zien hoe de Allerhoogste ons vandaag de dag bijstaat in een dergelijk verwerkingsproces. Hij duldt het niet dat de pijn in de duisternis genegeerd wordt. Evenmin hoeven wij dat van onszelf en elkaar te accepteren. Daarom mogen we verlangen naar innerlijke genezing, omdat dit volledig volgens Zijn volmaakte wil is.
De Griekse grondtekst
Johannes 8:32
En zult de waarheid (ἀλήθειαν, alētheian) verstaan (γνώσεσθε, gnōsesthe), en de waarheid zal u vrijmaken (ἐλευθερώσει, eleutherōsei).
Johannes 8:34
Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een iegelijk, die de zonde doet, is een dienstknecht (δοῦλός, doulos) der zonde.
Het woord verstaan is vertaald vanuit de vorm γνώσεσθε (gnōsesthe), uit γινώσκω (ginōskō) en kan ook wel vertaald worden als kennen, leren kennen, door ervaring gaan verstaan. Het is geen kennis die men aanneemt maar kennis die men ondergaat en dat kost tijd.
Het woord vrijmaken is vertaald vanuit de vorm ἐλευθερώσει (eleutherōsei), uit ἐλευθερόω (eleutheroō) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: vrijmaken, in vrijheid stellen, uit slavernij losmaken. Het woord dienstknecht is vertaald vanuit δοῦλός (doulos) en laat zich ook graag vertalen als slaaf, lijfeigene, iemand die niet over zichzelf beschikt. Daarmee spreekt Yeshua dezelfde taal als Deuteronomium 24. Waar Moshe over Egypte spreekt, spreekt Hij over de zonde en in beide gevallen gaat het om iemand die zichzelf niet los kan maken.
En Hij bindt daaraan één voorwaarde. Er staat niet dat de waarheid vrijmaakt zodra men haar hoort. Er staat dat men in Zijn woord moet blijven door volharding en pas daarna volgt het verstaan en kan het proces dus werkelijk beginnen.
De Septuaginta
Johannes 8:32 is echter geen citaat en zal hier dus ook niet als zodanig worden voorgesteld. Er is echter een aantoonbare zinspeling, want het Griekse woord voor waarheid staat in de Septuaginta rechtstreeks op de Thora, in dezelfde koppeling die Yeshua op Zichzelf toepast.
Psalm 119:142, in de Septuaginta genummerd als Psalm 118:142
Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw Thora (νόμος, nomos) is de waarheid (ἀλήθεια, alētheia).
Johannes 8:32
En zult de waarheid (ἀλήθειαν, alētheian) verstaan, en de waarheid (ἀλήθεια, alētheia) zal u vrijmaken.
Johannes 14:6
Yeshua zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid (ἀλήθεια, alētheia), en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.
De vindplaats waaruit de zinspeling blijkt is daarmee gegeven. De Griekse Schriften van Zijn hoorders koppelden ἀλήθεια (alētheia) al aan het onderwijs van de Eeuwige en Psalm 119:142 doet dat in één regel. Wanneer Yeshua over de waarheid spreekt die vrijmaakt, hoorden zij dus niet een nieuw begrip maar een bekende.
Er zit één opmerkelijke wending in Johannes 8:33. De hoorders zeggen dat zij nooit iemand gediend hebben. Dat is feitelijk onjuist, want hun vaderen waren dienstknechten in Egypte en Deuteronomium beveelt hun juist dat te gedenken. Later werden hun vaderen tot overmaat van ramp in de ballingschap weggevoerd tijdens de Babylonische overheersing. Zij hebben dus precies vergeten wat zij hadden moeten onthouden. En wie zijn eigen slavernij ontkent, kan geen vrijmaking ontvangen.
Tot slot
Dat is de kern van deze zaak. Genezing begint niet bij vergeten maar bij het benoemen van de kwaal. De Schrift laat het volk terugkijken naar het diensthuis, niet om hen in de pijn te houden, maar om hun te tonen dat er een uitgestrekte arm is die hen wil verlossen door bewustwording en verwerking. Wie zijn verleden wegduwt, duwt de Verlosser eveneens weg, want Hij staat nu juist op de plek die men niet meer wil zien.
Is de raad om nooit meer achterom te kijken dan een gezonde raad?
Nee.
Achteromkijken zonder Verlosser laat een mens verdrinken in wat er gebeurd is. Vooruitkijken zonder herinnering laat hem lopen op een fundament dat hij nooit heeft gelegd. De Schrift doet geen van beide. Zij zet de wond en de Genezer in één zin en zij herhaalt die zin tot hij niet meer weg te denken is.
Daarom is een gelezen parasja een begin en geen einde. Een stuk lezen na de maaltijd blijft aan de oppervlakte, maar het stenen hart ligt dieper dan dat. Wie werkelijk wil herstellen, moet zich door het onderwijs laten uithollen tot op de bodem en dat is een diepgaand proces dat soms jaren duurt.
Het water werd gesprengd, de steen werd weggenomen, het vlees kwam terug in de borst. Een volk dat niets meer had, kreeg een binnenste terug waarin gewandeld kon worden. En Hij Die de waarheid is, kwam niet om het verleden uit te wissen maar om de gevangene eruit te halen.
Exodus 15:26
En zeide: Is het, dat gij met ernst naar de stem van de Eeuwige uws Gods horen zult, en doen, wat recht is in Zijn ogen, en uw oren neigt tot Zijn geboden, en houdt al Zijn inzettingen; zo zal Ik geen van de krankheden op u leggen, die Ik op Egypteland gelegd heb; want Ik ben de Eeuwige, uw Heelmeester!