Romeinen 7:1-6 uitleg:
Het huwelijksbeeld, de dood en de Thora
In deze studie gaan we kijken naar Romeinen 7:1-6 en rechtzetten wat er in de geschiedenis van het christendom is scheefgegroeid. In de Kerk krijgen argeloze christenen slechts één boodschap te horen: de Thora is dood en de hedendaagse christen is van haar af. Wie dat hoort, hoeft niet verder te lezen, want de zaak lijkt beslist. Toch loont het om Romeinen 7:1-6 langzaam te lezen, want er sterft wel degelijk iemand en de tekst zegt woordelijk wie dat is. Sha’ul (Paulus) ontleent zijn hele voorbeeld aan een bepaling uit de Thora zelf. Hij schaft die bepaling niet af maar laat zien dat zij is voltrokken. Deze studie legt de verzen naast de grondtekst en laat de tekst zelf uitmaken wie er in het graf ligt.
De Thora regelt het huwelijk niet met een advies maar met een vonnis. In Leviticus staat de bepaling waaraan Sha’ul zijn hele voorbeeld ontleent. Een vrouw die zich aan een andere man verbindt terwijl haar man leeft, heet daar niet ongelukkig maar schuldig en de straf op die schuld is de dood.
Leviticus 20:10-11
10 Een man ook, die met iemands huisvrouw overspel gedaan zal hebben, dewijl hij met zijns naasten vrouw overspel gedaan heeft, zal zekerlijk gedood worden, de overspeler en de overspeelster. 11 En een man, die bij zijns vaders huisvrouw zal gelegen hebben, heeft zijns vaders schaamte ontdekt; zij beiden zullen zekerlijk gedood worden; hun bloed is op hen.
Eeuwen gaan voorbij, koninkrijken vallen en de tempel verandert in as en puin. Toch spreekt de Eeuwige door Yirmeyahu (Jeremia) over een nieuw verbond. Wie in die belofte de afschaffing van de Thora hoort, verzuimt te lezen en mist de inhoud, want de profeet neemt niets weg maar draagt alles naar binnen. Wat op stenen tafelen begon, eindigt in het hart van een mens. En let dan bovendien op het beeld waarin de profeet die verhouding vat, want het is geen beeld van een rechtszaal.
Niet het verbond werd verbroken en vervangen, maar de bruid werd door haar Bruidegom teruggezongen.
Het is het beeld van een huwelijk, en precies dat beeld pakt Sha'ul later op.
Jeremia 31:31-33
31 Ziet, de dagen komen, spreekt de Eeuwige, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken; 32 Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de Eeuwige; 33 Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de Eeuwige: Ik zal Mijn Thora in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
Sha'ul schrijft naar Rome, waar Joden en heidenen aan één tafel zitten. Hij spreekt tot wie de Thora kennen en kiest daarom een voorbeeld uit het huwelijksrecht.
Wie leest wat er staat en niet wat men zegt, ziet wie er sterft en wie herleeft.
Lees daarom nauwkeurig wie hier begraven wordt.
Romeinen 7:1-6
1 Weet gij niet, broeders! (want ik spreek tot degenen, die de Thora verstaan) dat de Thora heerst over den mens, zo langen tijd als hij leeft? 2 Want een vrouw, die onder den man staat, is aan den man verbonden door de Thora, zo lang hij leeft; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrijgemaakt van de wet des mans. 3 Daarom dan, indien zij eens anderen mans wordt, terwijl de man leeft, zo zal zij een overspeelster genaamd worden; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrij van de Thora, alzo dat zij geen overspeelster is, als zij eens anderen mans wordt. 4 Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der Thora gedood door het lichaam van HaMashiach, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden. 5 Want toen wij in het vlees waren, wrochten de bewegingen der zonden, die door de Thora zijn, in onze leden, om den dood vruchten te dragen. 6 Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de Thora,
overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren;
alzo dat wij dienen in nieuwigheid des geestes, en niet in de oudheid der letter.
7 Wat zullen wij dan zeggen? Is de Thora zonde? Dat zij verre. Ja, ik kende de zonde niet dan door de Thora; want ook had ik de begeerlijkheid niet geweten zonde te zijn, indien de wet niet zeide: Gij zult niet begeren.
Eén zin lijkt alles tegen te spreken. Romeinen 7:5 zegt dat de bewegingen der zonden door de Thora zijn, en dat klinkt alsof de Thora de zonde maakt. De grondtekst zegt het omgekeerde. Die woorden zijn vertaald vanuit τὰ διὰ τοῦ νόμου (ta dia tou nomou), en het voorzetsel διά (dia) betekent hier langs welke weg iets aan het licht komt, en niet waar iets vandaan komt. Dat is het verschil tussen de lamp en het vuil dat zij beschijnt.
De zin verdeelt de rollen zelf. De bewegingen zijn van de zonde. Het werk gebeurt in onze leden, dus in de mens. De opbrengst is de dood. De Thora doet daar niets van. Zij maakt alleen zichtbaar wat er gebeurt.
Sha'ul zegt het even verderop met zoveel woorden. In Romeinen 7:7 erkent hij dat hij de zonde nooit had herkend zonder de Thora, en in Romeinen 7:12 noemt hij haar heilig, rechtvaardig en goed. Wie Romeinen 7:5 gebruikt om de Thora aan te klagen, wordt zeven verzen later door Sha'ul zelf teruggefloten.
Romeinen 7:12
Alzo is dan de Thora heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed.
Zo sluit de keten. Romeinen 7:5 laat zien waarom er een vonnis lag. Romeinen 7:4 voltrekt dat vonnis aan de mens. Romeinen 7:6 laat zien wat er daarna is: dienen in nieuwigheid des geestes, precies de verhuizing naar het binnenste die Jeremia 31:33 beloofde. De schuld werd aangewezen, de schuldige is gestorven, en de spiegel hangt er nog.
Verantwoording van de grondtekstmethode
Het Hebreeuws en het Grieks verbuigen hun woorden naar getal, naamval, tijd en functie. Een woord staat in het vers daardoor zelden in de vorm waarin een woordenboek het opvoert. Hieronder wordt eerst de vorm genoemd zoals die werkelijk in het vers staat en daarna de wortel waaruit die vorm is opgebouwd. Het verschil tussen beide is geen fout maar de gewone werking van de taal.
De Hebreeuwse grondtekst
Nu gaan we terug naar de bron. De volgende twee passages laten in het Hebreeuws zien wat de vertaling verzwijgt: wie er sterft en wat er blijft staan.
Leviticus 20:10
10 Een man ook, die met iemands huisvrouw overspel gedaan zal hebben, dewijl hij met zijns naasten vrouw overspel gedaan heeft, zal zekerlijk gedood worden (מוֹת יוּמַת, mot yumat), de overspeler en de overspeelster.
Jeremia 31:33
33 Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de Eeuwige: Ik zal Mijn Wet (תּוֹרָתִי, torati) in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven (אֶכְתֲּבֶנָּה, ekhtevennah); en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
De uitdrukking zal zekerlijk gedood worden is vertaald vanuit de Hebreeuwse vorm מוֹת יוּמַת (mot yumat) uit de wortel מוּת (mut) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: sterven, ter dood gebracht worden, het doodvonnis ondergaan. De verdubbeling van de wortel maakt het vonnis onherroepelijk. Beslissend is wie hier het onderwerp is. Dat is de overtreder. De bepaling zelf sterft nergens. Zij spreekt de dood uit over een mens en blijft daarna onverkort staan voor iedereen die nog leeft.
Het woord wet is in Jeremia 31:33 vertaald vanuit de vorm תּוֹרָתִי (torati) uit de wortel תּוֹרָה (Thora) en laat zich ook graag vertalen als onderwijzing, aanwijzing, richtingaanduiding. De Eeuwige kondigt in het nieuwe verbond niet de intrekking van Zijn onderwijzing aan maar de verplaatsing ervan. Wat op steen stond, komt in het binnenste te staan. Een verbond dat de Thora meebrengt kan onmogelijk het verbond zijn dat haar opheft.
Het woord schrijven is vertaald vanuit de vorm אֶכְתֲּבֶנָּה (ekhtevennah) uit de wortel כָּתַב (katav) en kan ook wel vertaald worden als griffen, opschrijven, vastleggen. Ook het nieuwe verbond is dus een geschreven verbond. Daarmee valt de gangbare tegenstelling tussen een geschreven oud verbond en een ongeschreven nieuw verbond weg voordat zij bij Romeinen 7:6 kan worden ingezet.
De Griekse grondtekst
Nu naar het Grieks dat Sha'ul zelf schreef. Vier woorden bepalen wie er in deze passage sterft. Ze bepalen ook of de Thora daar iets mee te maken heeft. In de Nederlandse vertaling is van geen van die vier te zien wat er werkelijk staat, en juist daarom is de verwarring onder vele christenen groot.
Romeinen 7:2-6
2 Want een vrouw, die onder den man staat, is aan den man verbonden door de Thora, zo lang hij leeft; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrijgemaakt (κατήργηται, katērgētai) van de Thora des mans. 3 Daarom dan, indien zij eens anderen mans wordt, terwijl de man leeft, zo zal zij een overspeelster genaamd worden; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrij van de Thora, alzo dat zij geen overspeelster is, als zij eens anderen mans wordt. 4 Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der Thora (τῷ νόμῳ, tō nomō) gedood (ἐθανατώθητε, ethanatōthēte) door het lichaam van HaMashiach, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden. 5 Want toen wij in het vlees waren, wrochten de bewegingen der zonden, die door de Thora zijn, in onze leden, om den dood vruchten te dragen. 6 Maar nu zijn wij vrijgemaakt (κατηργήθημεν, katērgēthēmen) van de Thora, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des geestes, en niet in de oudheid der letter (γράμματος, grammatos).
Het woord vrijgemaakt is vertaald vanuit de vorm κατηργήθημεν (katērgēthēmen) uit het werkwoord καταργέω (katargeō) en kan ook wel vertaald worden als ontslagen worden van, losgemaakt worden uit, buiten werking gesteld worden ten aanzien van. Precies dit werkwoord staat in Romeinen 7:2 over de weduwe, in de vorm κατήργηται (katērgētai). Daar betekent het volstrekt niet dat het huwelijksrecht is afgeschaft, want dat blijft gelden voor iedere andere vrouw. Het betekent dat déze vrouw niet langer onder de aanspraak van déze man valt. Zo werkt het ook in Romeinen 7:6. Wat wordt beëindigd, is de greep waaronder wij werden vastgehouden en die greep was het vonnis.
Het woord gedood is vertaald vanuit de vorm ἐθανατώθητε (ethanatōthēte) uit het werkwoord θανατόω (thanatoō) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: ter dood brengen, doden, het doodvonnis voltrekken. De vorm is lijdend en staat in de tweede persoon meervoud. Er is dus iets aan de lezers gedaan. Zij zijn ter dood gebracht. Nergens in deze zes verzen is de Thora het onderwerp van een sterven. Wie leert dat de Thora gestorven is, keert de grammatica om.
De woorden der Thora zijn vertaald vanuit de vorm τῷ νόμῳ (tō nomō) uit het woord νόμος (nomos) en staan in de derde naamval. Die naamval geeft de betrekking aan waarin de dood plaatsvindt en niet de zaak die sterft. De zin luidt dus dat gij zijt gedood met betrekking tot de Thora. In het voorbeeld sterft de man en wordt de vrouw vrij. In de toepassing sterft de gelovige zelf. Sha’ul verandert dus opzettelijk wie er op de baar ligt en de Thora ligt daar niet.
Het woord letter is vertaald vanuit de vorm γράμματος (grammatos) uit het woord γράμμα (gramma) en laat zich ook graag vertalen als schriftstuk, geschreven akte, opgetekend document. Sha'ul zet in Romeinen 7:6 de oudheid der letter tegenover de nieuwigheid des geestes, en de Kerk leest daarin: eerst waren er geschreven geboden, nu zijn ze er niet meer. Die lezing houdt geen stand. Jeremia 31:33 kondigt het nieuwe verbond namelijk óók als geschreven aan, alleen niet op steen maar in het hart. Aan beide kanten van de tegenstelling staat dus schrift. Wat verandert is niet of de onderwijzing er staat, maar waar zij staat en wat zij doet. Als akte buiten de mens sprak zij zijn doodvonnis uit. In zijn binnenste stuurt zij hem als levende.
De Septuaginta
Er blijft één vraag over. Sha'ul schreef in het Grieks, maar hij dacht vanuit de Hebreeuwse Schrift. Welke Griekse woorden had hij dan in zijn hoofd? Die vraag is te beantwoorden, want de Septuaginta is de Griekse vertaling van het Oude Testament die in zijn tijd werd gelezen. Leg haar naast Romeinen 7 en het wordt zichtbaar waar Sha'ul zijn woorden vandaan haalde.
Leviticus 20:10
10 Een man ook, die met iemands huisvrouw overspel gedaan zal hebben (μοιχεύσηται, moicheusētai), dewijl hij met zijns naasten vrouw overspel gedaan heeft, zal zekerlijk gedood worden (θανάτῳ θανατούσθωσαν, thanatō thanatousthōsan), de overspeler (ὁ μοιχεύων, ho moicheuōn) en de overspeelster (ἡ μοιχευομένη, hē moicheuomenē).
Romeinen 7:3-4
3 Daarom dan, indien zij eens anderen mans wordt, terwijl de man leeft, zo zal zij een overspeelster (μοιχαλίς, moichalis) genaamd worden; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrij van de Thora, alzo dat zij geen overspeelster is, als zij eens anderen mans wordt. 4 Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der Thora gedood (ἐθανατώθητε, ethanatōthēte) door het lichaam van HaMashiach, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden.
De Septuaginta koppelt in Leviticus 20:10 het overspel aan de doodstraf met het werkwoord θανατόω (thanatoō) en juist dat werkwoord kiest Sha’ul in Romeinen 7:4. Daarnaast delen zijn woord voor overspeelster en de drie vormen die de Septuaginta op diezelfde plaats gebruikt één en dezelfde wortel μοιχεύω (moicheuō). De vindplaats waaruit deze zinspeling blijkt is dus Leviticus 20:10.
Daarmee ligt de zaak open. Sha'ul stapt niet buiten de Thora om zijn punt te maken, hij redeneert binnen haar eigen strafrecht. Dat recht luidt in Leviticus 20:10 dat wie overspel pleegt, sterft. Sha'ul past die bepaling toe en verandert er niets aan. In zijn beeld is de mens de overspelige, en het vonnis dat op hem rust is een doodvonnis. Dat vonnis is voltrokken in het lichaam van HaMashiach, en daarmee is aan de eis van de Thora voldaan.
Wat volgt is precies wat het recht zelf voorschrijft. Een vonnis dat is uitgevoerd, heeft geen aanspraak meer op de veroordeelde. Hij is vrij om aan een Ander toe te behoren. Niet omdat de rechter zijn wet heeft ingetrokken, maar omdat de straf is ondergaan.
Tot slot
Denk aan hoe recht werkt. Wanneer een straf is uitgevoerd, kan de rechter de veroordeelde niet nogmaals voor dezelfde zaak halen. Zijn greep op die ene mens is voorbij. Maar de wet zelf blijft onverkort staan, want zij geldt nog voor iedereen die leeft. Zo werkt het in elke rechtsorde en zo redeneert Sha'ul hier ook.
De Kerk heeft van dit hoofdstuk het omgekeerde gemaakt. Zij ziet dat er een straf is voltrokken en concludeert dat de wet is verdwenen. Zo wordt de executie van de schuldige verkocht als de begrafenis van de Thora.
Staat er in deze zes verzen ook maar één zin waarin de Thora sterft?
Nee.
Wie eenvoudig gelooft wat hem is voorgehouden, treft geen verwijt. De vertaling die hij leest, zegt hem niet dat het werkwoord lijdend is en dat hijzelf het onderwerp is. Maar wie de grondtekst kent, weet welke naamval daar staat, wie het werkwoord uit Leviticus herkent en dan tóch doceert dat de Thora is afgeschaft, handelt hardgrondig tegen beter weten in. Daar houdt onwetendheid op en begint verantwoordelijkheid.
Sha’ul begraaft de Thora niet. Hij begraaft de mens die haar overtrad en wekt hem op om te leven zoals de Schrift hem leert.
Niet de Thora stierf, maar wie haar overtrad,
en wie is opgestaan, bewandelt weer haar pad.