1 Korinthe 9:21
Paulus noemt zichzelf niet wetteloos

Telkens wanneer men wil aantonen dat Sha'ul (Paulus) zich vrij achtte van de Thora, valt de verwijzing naar deze tekst. Hij zou de geboden hebben losgelaten zodra dat hem uitkwam en van de Thora een kledingstuk hebben gemaakt dat men aantrekt naargelang het gezelschap. Wie het gedeelte tot het einde leest, ontdekt iets anders. Juist hier werpt Sha'ul de beschuldiging van wetteloosheid van zich af, in een zin die hij zelf tussen haakjes inlast om misverstand te voorkomen.  

De Thora regelt het leven tot in de kleinste handeling. Tussen de bepalingen over rechtspraak en strafmaat staat een voorschrift over het dier dat het koren dorst. Juist dit gebod haalt Sha'ul aan in 1 Korinthe 9:9, kort voor de tekst die hem naar verluidt wetteloos zou maken.  

Wie een gebod aanvoert als grond voor zijn eigen recht, verklaart daarmee dat het gebod nog geldt. Sha'ul doet precies dat. Hij ontleent zijn aanspraak op onderhoud aan het voorschrift over de dorsende os. Had hij de Thora voor afgedaan gehouden, dan had hij zijn recht op een andere grond moeten baseren. Die andere grond noemt hij niet omdat er geen ander fundament bestaat. 

Deuteronomium 25:3-4 

3 Met veertig slagen zal hij hem doen slaan, hij zal er niet toedoen; opdat niet misschien zo hij voortvoere hem daarboven met meer slagen te doen slaan, uw broeder dan voor uw ogen verachtelijk worde. 4 Gij zult den os niet muilbanden, als hij dorst. 

De profeet Yeshayahu (Jesaja) tekent de Knecht die het oordeel van anderen op Zich neemt. Aan het slot van die profetie valt het woord dat deze hele studie draagt, want de Knecht wordt geteld bij de overtreders. Het Grieks van de Septuaginta kiest daar een woord dat Sha'ul later uitdrukkelijk van zichzelf afwendt. 

Jesaja 53:11-12 

11 Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen. 12 Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft. 

Voordat er ook maar één brief geschreven was, had Yeshua (Jezus) zelf vastgelegd wat er met de Thora zou gebeuren. Hij spreekt op de berg, tot mensen die Hem juist van afbraak verdenken. Zijn woorden sluiten iedere uitleg uit die een apostel later boven zijn Meester plaatst. Wie van Sha'ul een afschaffer maakt, maakt hem daarmee tot de minste in het Koninkrijk dat hij verkondigde. 

Mattheüs 5:17-20 

17 Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de Thora of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen. 18 Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet een jota noch een tittel van de Thora voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied. 19 Zo wie dan een van deze minste geboden zal ontbonden, en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen. 20 Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeën, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan. 

In de nacht van Zijn overlevering past Yeshua die profetie op Zichzelf toe en noemt daarbij de mensen tussen wie Hij geteld zou worden. Deze aanhaling is beslissend, omdat zij laat zien welk Grieks woord de apostelen hanteerden voor de overtreder uit Jesaja 53. Daarmee ligt die betekenis vast voordat Sha'ul zijn brief aan Korinthe schrijft. 

Lukas 22:36-37 

36 Hij zeide dan tot hen: Maar nu, wie een buidel heeft, die neme hem, desgelijks ook een male; en die geen heeft, die verkope zijn kleed, en kope een zwaard. 37 Want Ik zeg u, dat nog dit, hetwelk geschreven is, in Mij moet volbracht worden, namelijk: En Hij is met de misdadigers gerekend; want ook die dingen, die van Mij geschreven zijn, hebben een einde. 

Met deze kennis gaan we de passage in 1 Korinthe 9 bekijken. Sha'ul verdedigt zich hier tegen gemeenteleden die zijn apostelschap betwisten en legt uit hoe hij zich tegenover Joden en tegenover de volken opstelt om hen te winnen voor het evangelie. Midden in die uiteenzetting last hij een verklaring tussen haakjes in. Die verklaring is geen bijzaak maar de grendel op de deur die men eeuwenlang heeft opengezet. 

1 Korinthe 9:19-23 

19 Want daar ik van allen vrij was, heb ik mijzelven allen dienstbaar gemaakt, opdat ik er meer zou winnen. 20 En ik ben den Joden geworden als een Jood, opdat ik de Joden winnen zou; dengenen, die onder de Thora zijn, ben ik geworden als onder de Thora zijnde, opdat ik degenen, die onder de Thora zijn, winnen zou; 21 Degenen, die zonder de Thora zijn, ben ik geworden als zonder de Thora zijnde (Gode nochtans zijnde niet zonder de Thora, maar voor HaMashiach onder de Thora), opdat ik degenen, die zonder de Thora zijn, winnen zou. 22 Ik ben den zwakken geworden als een zwakke, opdat ik de zwakken winnen zou; allen ben ik alles geworden, opdat ik immers enigen behouden zou. 23 En dit doe ik om des Evangelies wil, opdat ik hetzelve mede deelachtig zou worden. 

De grondtekst en haar vormen 

Het Hebreeuws en het Grieks verbuigen hun woorden naar getal, naamval, tijd en functie. Een woord staat in het vers daardoor zelden in de vorm waarin een woordenboek het opvoert. Hieronder wordt eerst de vorm genoemd zoals die werkelijk in het vers staat en daarna de wortel waaruit die vorm is opgebouwd. Het verschil tussen beide is geen fout maar de gewone werking van de taal. 

De Hebreeuwse grondtekst 

Jesaja 53:12 

12 Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders (פֹּשְׁעִים‎, posh'im) is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft. 

Het woord overtreders is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord פֹּשְׁעִים‎ (posh'im) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: afvalligen, opstandelingen, verbondsbrekers. De vorm in het vers is een deelwoord in het meervoud. De wortel daarachter is פָּשַׁע‎ (pasha), die breken met, afvallen van en opstaan tegen betekent. Daarin ligt de grens van het begrip. Men kan alleen breken met wat er ligt en wie in opstand komt, erkent het gezag waartegen hij ingaat. De Knecht wordt dus niet geteld bij mensen voor wie geen Thora bestaat maar bij mensen die de Thora hebben verbroken. 

De Griekse grondtekst 

1 Korinthe 9:19-21 

19 Want daar ik van allen vrij (ἐλεύθερος‎, eleutheros) was, heb ik mijzelven allen dienstbaar gemaakt, opdat ik er meer zou winnen. 20 En ik ben den Joden geworden als (ὡς‎, hōs) een Jood, opdat ik de Joden winnen zou; dengenen, die onder de Thora zijn, ben ik geworden als (ὡς‎, hōs) onder de Thora zijnde, opdat ik degenen, die onder de Thora zijn, winnen zou; 21 Degenen, die zonder de Thora (ἀνόμοις‎, anomois) zijn, ben ik geworden als (ὡς‎, hōs) zonder de Thora (ἄνομος‎, anomos) zijnde (Gode nochtans zijnde niet zonder de Thora (ἄνομος‎, anomos), maar voor HaMashiach onder de Thora (ἔννομος‎, ennomos)), opdat ik degenen, die zonder de Thora zijn, winnen zou. 

Het woord vrij is vertaald vanuit het Griekse woord ἐλεύθερος‎ (eleutheros) en kan ook wel vertaald worden als onafhankelijk, niet in dienstbaarheid, aan geen meester gebonden. De vorm in het vers is de eerste naamval enkelvoud en valt samen met de vorm die het woordenboek opvoert. Sha'ul noemt zelf waarvan hij vrij was. Van allen, dus van mensen. De rest van de zin verklaart wat hij bedoelt, want hij geeft die vrijheid onmiddellijk weer op door zich aan allen dienstbaar te maken. 

Het woordje als is vertaald vanuit het Griekse woord ὡς‎ (hōs) en laat zich ook graag vertalen als gelijk, op de wijze van, in de gedaante van. Het is onveranderlijk en kent daarom geen afwijkende vorm. Het markeert gelijkenis en nooit gelijkheid. Dat blijkt uit de zin zelf, want Sha'ul werd de Joden als een Jood terwijl hij een Jood was. Hij werd dus niet wat hij al was, maar richtte zijn omgang daarnaar in. Wie dat op de eerste helft van het vers toepast, moet het ook op de tweede helft toepassen. 

De uitdrukking zonder de Thora is vertaald vanuit het Griekse woord ἄνομος‎ (anomos) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: wetteloos, zonder wet, misdadig, goddeloos. In het meervoud verschijnt het als ἀνόμοις‎ (anomois) en duidt het de volken aan die de Thora nooit ontvingen. In het enkelvoud verschijnt het als ἄνομος‎ (anomos) en daar betrekt Sha'ul het op zichzelf om het onmiddellijk te ontkennen. Het is opgebouwd uit het ontkennende voorvoegsel ἀ‎ (a) en het zelfstandig naamwoord νόμος‎ (nomos), dat wet oftewel Thora betekent. De afgrenzing is beslissend. Het duidt niet op iemand die de Thora mag laten liggen, maar op iemand die buiten haar staat en daarom onder het oordeel valt. 

De uitdrukking onder de Thora in de uitdrukking voor HaMashiach onder de Thora is vertaald vanuit het Griekse woord ἔννομος‎ (ennomos) en kan ook wel vertaald worden als binnen de wet vallend, wettig, rechtsgeldig, aan de wet gebonden. De vorm in het vers is de eerste naamval enkelvoud. De opbouw is het spiegelbeeld van het vorige woord, want het begint met het voorzetsel ἐν‎ (en), dat in of binnen betekent, gevolgd door diezelfde stam νόμος‎ (nomos). Lukas gebruikt hetzelfde woord in Handelingen 19:39 voor een volksvergadering die binnen het geldende recht bijeenkomt. We zien hiermee dus dat dit woord verschijnt in het verslag van het oproer in Efeze. De stadsschrijver brengt de opgewonden menigte tot bedaren en wijst haar op de geregelde weg. 

Handelingen 19:38-40 

38 Indien dan nu Demetrius, en die met hem van de kunst zijn, tegen iemand enige zaak hebben, de rechtsdagen worden gehouden, en er zijn stadhouders; laat hen elkander verklagen. 39 En indien gij iets van andere dingen verzoekt, dat zal in een wettelijke (ἐννόμῳ‎, ennomō) vergadering (ἐκκλησίᾳ‎, ekklēsia) beslecht worden. 40 Want wij staan in gevaar, dat wij van oproer zullen verklaagd worden om den dag van heden, alzo er geen oorzaak is, waardoor wij reden zullen kunnen geven van dezen oploop. 

De stadsschrijver stelt twee dingen tegenover elkaar. Aan de ene kant staat de samenscholing die zonder recht bijeen is gelopen. Aan de andere kant staat de vergadering die volgens de regels wordt gehouden. Het woord wettelijke is vertaald vanuit het Griekse woord ἐννόμῳ‎ (ennomō), de derde naamval enkelvoud van ἔννομος‎ (ennomos), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: binnen de wet vallend, wettig, rechtsgeldig. Het duidt dus niet op iemand die het recht goedgezind is maar op wat binnen het geldende recht valt en daaraan zijn geldigheid ontleent. 

Het zelfstandig naamwoord dat erbij staat is ἐκκλησίᾳ‎ (ekklēsia), hetzelfde woord dat elders met gemeente wordt vertaald. Hier gaat het om de volksvergadering van de stad Efeze. Ook die vergadering is niet wettig omdat zij zichzelf zo noemt, maar omdat zij binnen het recht valt. 

Daarmee ligt de betekenis in 1 Korinthe 9:21 vast. Sha'ul plaatst zichzelf niet naast de Thora en evenmin erboven, maar erbinnen, zoals een vergadering binnen het recht staat waaraan zij haar bevoegdheid ontleent. 

Staat er dan dat hij de Thora voor HaMashiach heeft ingeruild? 

Nee. 

Er staat dat hij binnen de Thora staat en dat HaMashiach degene is aan Wie hij daarin verantwoording aflegt. 

De Septuaginta en het Nieuwe Testament 

Jesaja 53:12 

12 Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders (ἀνόμοις‎, anomois) is geteld geweest (ἐλογίσθη‎, elogisthē), en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft. 

Lukas 22:37 

37 Want Ik zeg u, dat nog dit, hetwelk geschreven is, in Mij moet volbracht worden, namelijk: En Hij is met de misdadigers (ἀνόμων‎, anomōn) gerekend (ἐλογίσθη‎, elogisthē); want ook die dingen, die van Mij geschreven zijn, hebben een einde. 

De Septuaginta geeft het Hebreeuwse deelwoord uit Jesaja 53:12 weer met ἀνόμοις‎ (anomois). Lukas schrijft de aanhaling van Yeshua op met ἀνόμων‎ (anomōn). Het naamwoord is hetzelfde en het werkwoord staat in beide teksten in exact dezelfde vorm ἐλογίσθη‎ (elogisthē).  

Daarmee ligt vast wat dit woord in het Grieks van de apostelen aanduidt. Het benoemt hen die met de Thora hebben gebroken, dezelfde groep die Yeshayahu overtreders noemt. Sha'ul kende die betekenis. Toen hij schreef dat hij tegenover de volken werd als iemand zonder Thora, wist hij dat dit woord hem tot verbondsbreker zou stempelen. Daarom zet hij de ontkenning er onmiddellijk achter. Wie leest dat hij werd als iemand zonder Thora, zou kunnen denken dat hij de geboden liet vallen zodra hij bij de volken kwam. Voordat die gedachte kan postvatten, staat er al dat hij tegenover de Eeuwige niet zonder Thora is. 

Sha'ul citeert in dat gedeelte geen enkele oudtestamentische tekst en dat wordt hier niet ingevuld. Wat de drie plaatsen bindt is het woord zelf. De Septuaginta heeft in Jesaja 53:12 de derde naamval meervoud ἀνόμοις‎ (anomois), Lukas heeft in Lukas 22:37 de tweede naamval meervoud ἀνόμων‎ (anomōn) en Sha'ul heeft in 1 Korinthe 9:21 diezelfde derde naamval meervoud ἀνόμοις‎ (anomois) naast het enkelvoud ἄνομος‎ (anomos). Het gaat in alle gevallen om hetzelfde woord in verschillende buigingsvormen. 

Daarmee is de vraag beantwoord wat Sha'ul precies ontkent. Hij ontkent niet dat hij zich naar zijn hoorders voegde, want dat schrijft hij er in dezelfde zin bij. Hij ontkent dat hij behoort tot de groep die dit woord aanduidt. Dat is de groep uit Jesaja 53:12, de overtreders, dezelfde tussen wie Yeshua Zich liet rekenen in de nacht waarin Hij werd overgeleverd. Sha'ul kende die profetie en hij kende het Grieks waarin zij werd voorgelezen. Toen hij schreef dat hij tegenover de volken werd als iemand zonder Thora, wist hij welk oordeel er in dat woord besloten ligt. 

Daar ligt de omkering. Yeshua liet Zich onder de wettelozen rekenen omdat Hij de schuld van anderen droeg. Sha'ul weigert diezelfde naam voor zichzelf en zet er in dezelfde adem het tegendeel tegenover, want hij noemt zich binnen de Thora en verantwoordelijk aan HaMashiach. Wie hem die naam alsnog opdringt, plaatst hem in het gezelschap waaruit hij zich met eigen hand heeft teruggetrokken. 

1 Korinthe 9:19-21 

19 Want daar ik van allen vrij (ἐλεύθερος‎, eleutheros) was, heb ik mijzelven allen dienstbaar gemaakt, opdat ik er meer zou winnen. 20 En ik ben den Joden geworden als (ὡς‎, hōs) een Jood, opdat ik de Joden winnen zou; dengenen, die onder de Thora zijn, ben ik geworden als (ὡς‎, hōs) onder de Thora zijnde, opdat ik degenen, die onder de Thora zijn, winnen zou; 21 Degenen, die zonder de Thora (ἀνόμοις‎, anomois) zijn, ben ik geworden als (ὡς‎, hōs) zonder de Thora (ἄνομος‎, anomos) zijnde (Gode nochtans zijnde niet zonder de Thora (ἄνομος‎, anomos), maar voor HaMashiach onder de Thora (ἔννομος‎, ennomos)), opdat ik degenen, die zonder de Thora zijn, winnen zou. 

Tot slot 

De gemeente in Korinthe ontving deze brief van een man die zijn recht op levensonderhoud bewees uit een gebod van Moshe. Diezelfde man schreef in datzelfde hoofdstuk dat hij tegenover de Eeuwige niet zonder Thora was. Geen lezer ziet die zin over het hoofd, tenzij hij zijn ogen er bewust voor sluit en zijn hart ervan afkeert. 

Sha'ul voegde zich naar de Joden als een Jood en naar de volken als iemand buiten de Thora. Een arts die zich over een zieke buigt, wordt daarmee zelf niet ziek. Hij daalt af tot waar de ander ligt en juist omdat hij gezond blijft, kan hij hem oprichten. Zou hij de kwaal overnemen, dan lagen er twee zieken en was er niemand meer over om te helpen. 

Zo naderde Sha'ul de volken op de plaats waar zij stonden. Hij sprak hun taal, hij nam hun onwetendheid als beginpunt, hij eiste van hen niet dat zij eerst wisten wat zij nooit hadden gehoord. Hij daalde af tot hun onkunde om hen daaruit op te richten. Wat hij bij hen achterliet was niet minder dan wat hij zelf had ontvangen. 

Is de Thora daarmee een kledingstuk geworden dat men uittrekt zodra het gezelschap wisselt? 

Nee. 

Sha'ul werd alles voor allen om enigen te behouden en hij bleef in dat alles wie hij was. Hij ging naar de volken als iemand die binnen de Thora staat en hij kwam bij hen vandaan als dezelfde. De tekst waarmee men hem tot wetteloze maakt, is de tekst waarin hij die beschuldiging hartgrondig afwijst.