Alle schepsel Gods is goed,
wat 1 Timotheüs 4:1-5 werkelijk zegt
Aan de eettafel van menig christelijk gezin klinkt 1 Timotheüs 4:4 nog voordat het gebed is uitgesproken en de heer des huizes op zondag de rollade aansnijdt. Vier woorden dienen dan als vrijbrief: alle schepsel Gods is goed. Wie echter de zin uitleest tot waar zij eindigt, ziet Sha'ul (Paulus) iets heel anders bedoelt, dan hetgeen er voor de christen zo vertrouwd voelt.
Wie met een nuchtere blik naar de tekst kijkt, ziet dat Sha'ul waarschuwt voor mensen die verbieden wat de Eeuwige heeft toegestaan. En hij zegt er zelf bij waardoor voedsel geheiligd wordt, namelijk door het Woord van God en dus niet alleen door een schietgebed. Daarmee ligt de vraag van deze studie open op tafel. Welk Woord bedoelt hij?
De eerste keer dat de Schrift over voedsel spreekt, staat aan het begin van alles. Nog voordat er een volk is, wijst God aan wat de mens tot spijze dient en wat het gedierte tot spijze dient. De Eeuwige deelt niet zomaar uit. Hij wijst toe. Aan het slot van die dag volgt het oordeel over het geheel.
Genesis 1:29-31
29 En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze! 30 Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo. 31 En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.
Nadat de Eeuwige Zijn volk uit Egypte heeft geleid, geeft Hij door Moshe (Mozes) een heel hoofdstuk dat uitsluitend over voedsel handelt. Aan het slot vat Hij het samen. Let op de reden die Hij erbij geeft, want die gaat niet alleen over gezondheid. Het gaat er om dat de Allerhoogste een heilige standaard neerzet, omdat Hijzelf heilig is.
Leviticus 11:44-47
44 Want Ik ben de Eeuwige, uw God; daarom zult gij u heiligen, en heilig zijn, dewijl Ik heilig ben; en gij zult uw ziel niet verontreinigen aan al het kruipend gedierte, dat zich op de aarde roert. 45 Want Ik ben de Eeuwige, die u uit Egypteland doe optrekken, opdat Ik u tot een God zij, en opdat gij heilig zijt, dewijl Ik heilig ben. 46 Dit is de wet van de beesten, en van het gevogelte, en van alle levende ziel, die zich roert in de wateren, en van alle ziel, die kruipt op de aarde; 47 Om te onderscheiden tussen het onreine en tussen het reine, en tussen het gedierte, dat men eten, en tussen het gedierte, dat men niet eten zal.
Eeuwen later schrijft Sha'ul aan Timotheüs, zijn geestelijke zoon die in Efeze achterbleef om dwaalleraars het zwijgen op te leggen. Daar heerste een leer die het lichaam als vijand zag. Sha'ul noemt twee zaken die deze leraars verbieden, namelijk het huwelijk en bepaalde spijzen. Beide zijn echter door de Eeuwige zelf gegeven, omdat het natuurlijk en goed is voor de mens.
1 Timotheüs 4:1-5
1 Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten, en leringen der duivelen, 2 Door geveinsdheid der leugensprekers, hebbende hun eigen geweten als met een brandijzer toegeschroeid; 3 Verbiedende te huwelijken, gebiedende van spijzen te onthouden, die God geschapen heeft, tot nuttiging met dankzegging, voor de gelovigen, en die de waarheid hebben bekend. 4 Want alle schepsel Gods is goed, en er is niets verwerpelijk, met dankzegging genomen zijnde; 5 Want het wordt geheiligd door het Woord Gods, en door het gebed.
Verantwoording van de grondtekstmethode
Het Hebreeuws en het Grieks verbuigen hun woorden naar getal, naamval, tijd en functie. Een woord staat in het vers daardoor zelden in de vorm waarin een woordenboek het opvoert. Hieronder wordt eerst de vorm genoemd zoals die werkelijk in het vers staat en daarna de wortel waaruit die vorm is opgebouwd. Het verschil tussen beide is geen fout maar de gewone werking van de taal.
De Hebreeuwse grondtekst
Twee woorden dragen het oudtestamentische deel van deze studie. Het eerste wijst aan waartoe iets bestemd is, het tweede scheidt wat niet bij elkaar hoort. Beide staan hieronder in de tekst zelf.
Genesis 1:29
29 En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze (לְאָכְלָה le'ochlah)!
Het woord spijze is vertaald vanuit het Hebreeuwse לְאָכְלָה (le'ochlah) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: tot voedsel, ter nuttiging, als eetbaar toegewezen. Het voorzetsel לְ (le) geeft bestemming aan. Er staat dus niet dat iets bestaat, er staat waartoe iets bestemd is. God geeft in Genesis 1:29-30 twee toewijzingen, één aan de mens en één aan het gedierte. Wat aan de een toekomt, komt niet aan de ander toe.
Leviticus 11:47
47 Om te onderscheiden (לְהַבְדִּיל lehavdil) tussen het onreine en tussen het reine, en tussen het gedierte, dat men eten, en tussen het gedierte, dat men niet eten zal.
Het woord onderscheiden is vertaald vanuit het Hebreeuwse לְהַבְדִּיל (lehavdil) en laat zich ook graag vertalen als scheiden, afzonderen of uiteenhouden. De wortel is בָּדַל (badal), hetzelfde werkwoord waarmee in Genesis 1 het licht van de duisternis wordt gescheiden. Nergens staat dat het onreine dier slecht geschapen is. Er staat dat het niet tot voedsel dient.
De Griekse grondtekst
1 Timotheüs 4:3-5
3 Verbiedende te huwelijken, gebiedende van spijzen (βρωμάτων brōmatōn) te onthouden, die God geschapen heeft (ἔκτισεν ektisen), tot nuttiging (εἰς μετάληψιν eis metalēpsin) met dankzegging, voor de gelovigen, en die de waarheid hebben bekend. 4 Want alle schepsel (κτίσμα ktisma) Gods is goed, en er is niets verwerpelijk (ἀπόβλητον apoblēton), met dankzegging genomen zijnde; 5 Want het wordt geheiligd (ἁγιάζεται hagiazetai) door het Woord Gods (διὰ λόγου θεοῦ dia logou theou), en door het gebed.
Het woord spijzen is vertaald vanuit het Griekse βρωμάτων (brōmatōn), de tweede naamval meervoud van βρῶμα (brōma), en kan ook wel vertaald worden als voedsel, eetwaar of dat wat gegeten wordt. Het gaat niet over alles wat leeft, maar over wat als voedsel geldt.
Het woord geschapen heeft is vertaald vanuit het Griekse ἔκτισεν (ektisen), de aoristus van κτίζω (ktizō), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: scheppen, stichten, tot stand brengen met een doel. Sha'ul zet er onmiddellijk een bepaling achter. Hij schrijft niet dat God alles schiep, hij schrijft welke spijzen God schiep en waartoe.
Het woord nuttiging is vertaald vanuit het Griekse μετάληψιν (metalēpsin), de vierde naamval van μετάληψις (metalēpsis), en laat zich ook graag vertalen als het tot zich nemen, deelname of gebruik als aandeel. Het voorzetsel εἰς (eis) geeft bestemming aan. Daarmee staat er in het Grieks wat in Genesis 1:29 in het Hebreeuws staat.
Het woord schepsel is vertaald vanuit κτίσμα (ktisma), een ander woord dan βρῶμα (brōma), en kan ook wel vertaald worden als het geschapene, maaksel of creatuur. Sha'ul wisselt hier bewust van woord. Alles wat God maakte is goed als schepsel. Dat zegt nog niets over wat op tafel hoort.
Het woord verwerpelijk is vertaald vanuit het Griekse ἀπόβλητον (apoblēton), gevormd uit ἀπό (apo) en βάλλω (ballō), en laat zich ook graag vertalen als weg te werpen, als afval te behandelen of waardeloos. De Thora noemt het zwijn nergens waardeloos. Zij noemt het onrein om te eten. Sha'ul weerspreekt dus niet Leviticus 11, hij weerspreekt de leer die de schepping minacht.
Het woord geheiligd is vertaald vanuit het Griekse ἁγιάζεται (hagiazetai), de lijdende vorm van ἁγιάζω (hagiazō), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: heiligen, afzonderen, apart zetten voor God. Het gaat niet om het reinigen van iets vuils, maar om het afzonderen van het overige. En Sha'ul zegt erbij waardoor dat gebeurt, namelijk διὰ λόγου θεοῦ (dia logou theou), door het Woord van God. Timotheüs bezat dat Woord van kindsbeen af, zoals 2 Timotheüs 3:15 vermeldt. Het Nieuwe Testament was echter toen nog niet geschreven, aangezien dat in ontwikkeling was.
Het enige Woord dat Sha'ul bezat was het Oude Testament. We moeten ons daarbij realiseren dat de heilige Thora maar zeker 27 keer als het Woord van God beschreven wordt in de Psalmen, en de boeken der Profeten minimaal 180 keer. Juist mede om deze reden vormde het de bakermat van het geloof voor de discipelen in het Nieuwe Testament. Daarom is het meer dan hemelschreiend dat de Kerk in haar 45000 denominaties tracht te verkondigen dat het niet meer relevant is voor de hedendaagse christen.
De Septuaginta
Twee vergelijkingen sluiten deze studie. De eerste laat zien waar het woord goed vandaan komt dat Sha'ul gebruikt. De tweede laat zien met welk werkwoord hij spreekt over het heiligen van voedsel.
Genesis 1:31
31 En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed (καλὰ λίαν kala lian). Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.
1 Timotheüs 4:4
4 Want alle schepsel (κτίσμα ktisma) Gods is goed (καλόν kalon), en er is niets verwerpelijk, met dankzegging genomen zijnde;
De Septuaginta geeft het slotoordeel van de scheppingsweek weer met καλὰ λίαν (kala lian), het meervoud van καλός (kalos) versterkt door een bijwoord. Sha'ul gebruikt hetzelfde bijvoeglijk naamwoord in dezelfde koppeling, namelijk het geschapene beoordeeld door God. De bewoording loopt niet woordelijk gelijk, want de Septuaginta heeft meervoud met versterking en Sha'ul enkelvoud zonder versterking. Het betreft daarom een zinspeling, met Genesis 1:31 als vindplaats. Het oordeel dat het goed is, slaat dus op de schepping als werk van God en niet op de vraag wat de mens mag eten. En het staat twee verzen na Genesis 1:29, waar diezelfde God niet alles maar bepaalde gewassen tot spijze aanwees.
Leviticus 11:44
44 Want Ik ben de Eeuwige, uw God; daarom zult gij u heiligen (ἁγιασθήσεσθε hagia-sthē-sesthe), en heilig zijn, dewijl Ik heilig ben; en gij zult uw ziel niet verontreinigen aan al het kruipend gedierte, dat zich op de aarde roert.
1 Timotheüs 4:5
5 Want het wordt geheiligd (ἁγιάζεται hagia-zetai) door het Woord Gods, en door het gebed.
Beide vormen komen van ἁγιάζω (hagiazō). Om dit te verduidelijken, zijn er wat afbreekstreepjes in de Griekse transliteratie geplaatst. In Leviticus 11:44 staat dit werkwoord midden in het hoofdstuk dat rein en onrein voedsel scheidt. Wanneer Sha'ul schrijft dat spijs geheiligd wordt door het Woord van God, grijpt hij naar hetzelfde werkwoord dat in de Griekse vertaling van de Thora bij de spijswetten staat. Wie 1 Timotheüs 4:5 leest als afschaffing, laat Sha'ul de spijswetten opheffen met het werkwoord waarmee zij zijn ingesteld.
Tot slot
De Eeuwige is een trouwe en rechtvaardige Vader Die waakt over de gezondheid van Zijn kinderen. Daarom gaf Hij Zijn voedselwetten, omdat Hij heilig is en dus ook wil dat Zijn kinderen heilig zijn.
Desondanks heeft het heidense instituut Kerk de Allerhoogste de rug toegekeerd en Zijn Woord verworpen omdat zij zich weigert los te maken van het Vaticaan. Heeft men zich in de consistorie dan nooit afgevraagd, hoe de argeloze christenen zullen reageren op hun bedrog?
Hoelang kun je blijven verkondigen dat de Thora en de Profeten niet meer relevant zijn,
terwijl deze samen zeker 207 keer als het Woord bestempeld worden?
Helaas is er door de eeuwen heen gebleken dat losse bijbelteksten en heidense feestjes prima fungeren als brood en spelen, waardoor de gewone man nooit in staat blijkt om op te staan tegen het logge instituut dat gelieerd is aan de Rooms Katholieke Kerk.
Daarom heeft de Kerk van deze vijf verzen een vrijbrief gemaakt. Zij neemt vier woorden uit 1 Timotheüs 4:4, laat de bepaling in 1 Timotheüs 4:3 weg en gaat aan 1 Timotheüs 4:5 voorbij. Wat overblijft is een leus en geen tekst.
De leus verraadt zichzelf. Sha'ul schrijft dat voedsel geheiligd wordt door het Woord van God. Wie beweert dat hij daarmee het Woord van God over voedsel afschaft, wijze de plaats aan waar dat Woord ooit iets anders zei.
Heeft de Schrift ooit één uitspraak gedaan die het onderscheid tussen rein en onrein opheft?
Nee.
Wat Sha'ul bestrijdt is niet Leviticus 11, maar Efeze. Hij bestrijdt leraars die het huwelijk verbieden en die de schepping voor vuil verklaren. Tegen hen zegt hij dat niets van Gods maaksel afval is. De oprechte christen die met een oprecht hart aan tafel gaat en het nooit anders heeft gehoord, treft geen enkel verwijt. Het verwijt ligt bij wie de bepaling kent en haar toch wegknipt. Sha'ul schrijft in diezelfde brief, in 1 Timotheüs 1:8, dat de Thora goed is wanneer men haar gebruikt zoals zij bedoeld is. Hij spreekt zichzelf drie hoofdstukken later niet tegen.
Niet alles wat goed is, is spijze voor de mond,
want Zijn eigen Woord heeft dat onderscheid gegrond.