Behouden door het geloof,
en het Hebreeuwse perspectief.
Het is een bekend gezegde dat een mens gered zal worden vanuit geloof en niet vanuit werken der wet.
Vanuit het christendom wordt dit vaak op een hele zwart-witte manier bekeken. Er wordt vaak gesteld:
"Je hoeft alleen maar te geloven, de Thora heeft afgedaan. Dat is iets wat oud is.
Wij die onder een nieuw verbond zijn, gehoorzamen God vanzelfsprekend, daar hebben we de wet van Mozes niet voor nodig"
Allereerst moeten we hierin onder ogen zien dat er onder het nieuwe verbond nog steeds dezelfde wetten gelden. We zien het duidelijk in de verklaring van Jeremia 31:
Jeremia 31:31-33
31 Ziet, de dagen komen, spreekt de Eeuwige, dat Ik met het huis van Israel en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken; 32 Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de Eeuwige; 33 Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israel maken zal, spreekt de Eeuwige: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
Om de nuance en de helderheid hierin te zien, dienen we allereerst te begrijpen dat er in de Bijbel niet zoiets bestaat als zwart-witkijken. Vele zaken in de Bijbel zijn namelijk niet of-of, maar en-en.
En zo is het ook met geloof.
Want als we geloof vanuit een Hebreeuws perspectief gaan bekijken, dan zien we dat dit altijd gepaard gaat met gehoorzaamheid.
Genesis 15:4-6
4 En ziet, het woord van de Eeuwige was tot hem, zeggende: Deze zal uw erfgenaam niet zijn; maar die uit uw lijf voortkomen zal, die zal uw erfgenaam zijn. 5 Toen leidde Hij hem uit naar buiten, en zeide: Zie nu op naar den hemel, en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt; en Hij zeide tot hem: Zo zal uw zaad zijn! 6 En hij geloofde in de Eeuwige; en Hij rekende het hem tot gerechtigheid.
Genesis 26:4-5
4 En Ik zal uw zaad vermenigvuldigen, als de sterren des hemels, en zal aan uw zaad al deze landen geven; en in uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde, 5 Waarom dat Abraham Mijn stem gehoorzaam geweest is, en heeft onderhouden Mijn bevel, Mijn geboden, Mijn inzettingen en Mijn wetten.
Deuteronomium 6:1-5
1 Dit zijn dan de geboden, de inzettingen en de rechten, die de Eeuwige, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat gij ze doet in het land, naar hetwelk gij heentrekt, om dat erfelijk te bezitten; 2 Opdat gij de Eeuwige, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en Zijn geboden, die ik u gebiede; gij, en uw kind, en kindskind, al de dagen uws levens; en opdat uw dagen verlengd worden. 3 Hoor dan, Israel! en neem waar, dat gij ze doet, opdat het u welga, en opdat gij zeer vermenigvuldigdet (gelijk als u de Eeuwige, uwer vaderen God, gesproken heeft) in het land, dat van melk en honig is vloeiende. 4 Hoor, Israel! de Eeuwige, onze God, is de enig Eeuwige! 5 Zo zult gij de Eeuwige, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen.
Deuteronomium 7:9-13
9 Gij zult dan weten, dat de Eeuwige, uw God, die God is, die getrouwe God, welke het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben, en Zijn geboden houden tot in duizend geslachten. 10 En Hij vergeldt een ieder van hen, die Hem haten, in zijn aangezicht, om hem te verderven; Hij zal het Zijn hater niet vertrekken, in zijn aangezicht zal Hij het hem vergelden. 11 Houdt dan de geboden, en de inzettingen, en de rechten, die ik u heden gebiede, om die te doen. 12 Zo zal het geschieden, omdat gij deze rechten zult horen, en houden, en dezelve doen, dat de Eeuwige, uw God, u het verbond en de weldadigheid zal houden, die Hij uw vaderen gezworen heeft; 13 En Hij zal u liefhebben, en zal u zegenen, en u doen vermenigvuldigen; en Hij zal zegenen de vrucht uws buiks, en de vrucht uws lands, uw koren, en uw most, en uw olie, de voortzetting uwer koeien, en de kudden van uw klein vee, in het land, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft u te geven.
Deuteronomium 11:13-14
13 En het zal geschieden, zo gij naarstiglijk zult horen naar Mijn geboden, die Ik u heden gebiede, om de Eeuwige, uw God, lief te hebben, en Hem te dienen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel; 14 Zo zal Ik den regen uws lands geven te zijner tijd, vroegen regen en spaden regen, opdat gij uw koren, en uw most, en uw olie inzamelt.
Als het dan gaat om onze redding en het feit dat de Allerhoogste de mensen wil aannemen als Zijn kinderen, dan zien we duidelijk in de Thora dat er nergens iets staat over: "Gij zult gered worden door het doen van goede werken."
Dit staat nergens. Er staat wel duidelijk dat geloof en gehoorzaamheid hand in hand gaan. Dit is dan ook iets dat Jakobus heel duidelijk laat zien.
Jakobus 2:17-20
17 Alzo ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is bij zichzelven dood. 18 Maar, zal iemand zeggen: Gij hebt het geloof, en ik heb de werken. Toon mij uw geloof uit uw werken, en ik zal u uit mijn werken mijn geloof tonen. 19 Gij gelooft, dat God een enig God is; gij doet wel; de duivelen geloven het ook, en zij sidderen. 20 Maar wilt gij weten, o ijdel mens, dat het geloof zonder de werken dood is?
En hier ligt begrijpelijkerwijs de verwarring.
Waarom is Jakobus zo duidelijk en helder, terwijl Paulus iets anders lijkt te zeggen? Hierin moeten we allereerst onder ogen zien dat de brief van Jakobus simpel te begrijpen is. Want niemand zegt immers dat zijn materie te moeilijk is. Bij de brieven van Paulus is dit totaal anders.
2Petrus 3:15-16
15 En acht de lankmoedigheid onzes Heeren voor zaligheid; gelijkerwijs ook onze geliefde broeder Paulus, naar de wijsheid, die hem gegeven is, ulieden geschreven heeft;
16 Gelijk ook in alle zendbrieven, daarin van deze dingen sprekende; in welke sommige dingen zwaar zijn om te verstaan, die de ongeleerde en onvaste mensen verdraaien, gelijk ook de andere Schriften, tot hun eigen verderf.
Petrus waarschuwt dat we enorm op onze hoede moeten zijn en dat vele mensen zelfs niet capabel zijn om de brieven te lezen en deze zullen verdraaien. Wie is dan de westerse christen dat hij hier überhaupt aan begint, als hij de Hebreeuwse Schriften helemaal niet kent? Wanneer Paulus zegt dat werken der wet niemand zullen redden, dienen we de context hiervan te begrijpen. Zoals we in Handelingen 15:1 hebben kunnen zien, was er een kleine sekte die mensen trachtte te indoctrineren dat zij door de werken der wet gered zouden worden.
Uiteraard was de besnijdenis hiervan de belangrijkste voorwaarde om gered te worden. Het geloof was hierin helemaal niet aanwezig.
Oftewel: deze groep predikte een dwaling die nergens in de Thora staat voorgeschreven.
Hier waarschuwde Paulus voor, en hij waarschuwde dus niet voor oprechte gehoorzaamheid aan Gods geboden, aangezien hij zichzelf dan faliekant zou tegenspreken. Dus laten we de context nog eens heel goed analyseren en dit probleem voor eens en altijd helder krijgen. Een mens wordt niet gered door werken der wet, die worden voorgeschreven door een valse Joodse sekte. Er is geen zaligheid in de dogma’s van een wetteloze sekte, die mensen haar eigen inzettingen oplegt. Deze sekte onderwees de Thora niet, maar gebruikte het voor hun eigen doeleinden.
Een mens wordt gered door geloof. Dit is het geloof dat Yeshua ons leerde. Het geloof uit de Thora bestaat uit een spiritueel besef, het aanroepen van de Allerhoogste en de intentie om Zijn Thora te gehoorzamen. En dit is de meest krachtige belofte die tot vele kleurrijke zegeningen zal leiden zoals de Thora ons belooft. Het is dus niet zwart-wit, zoals het christelijke dogma leert en velen van vreugde heeft beroofd.