Galaten 4:8-11,
Schafte Paulus de feestdagen af?

Er is bijna geen tekst waarmee een man die de geboden van de Eeuwige wil houden, zo snel wordt tegengewerkt als deze vier verzen uit de brief aan de Galaten. Wie de sabbat viert of de gezette tijden van Leviticus 23 in acht neemt, krijgt te horen dat Sha’ul (Paulus) daar een streep door zette. Hij zou hebben geschreven dat het onderhouden van dagen en maanden en tijden en jaren een terugval in slavernij is.  

De vraag is echter niet wat men in deze verzen leest maar wat er werkelijk staat. Deze studie volgt de weg die de tekst zelf wijst: eerst de schepping, dan de gezette tijden van de Eeuwige, dan het verbod op de dienst aan het leger des hemels en ten slotte de Galatenbrief, die door de eeuwen heen binnen de christelijke gemeenschappen, voor verdeeldheid en verwarring zorgde. 

Het boek Genesis staat aan het begin van alles. Voordat er een volk was en voordat er één gebod was gegeven, plaatste de Eeuwige de lichten aan de hemel en gaf Hij hen een taak. Zij moesten de tijd verdelen. Wie wil weten waar de kennis over dagen en jaren vandaan komt, begint hier. 

Genesis 1:14-15 

14 En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren! 15 En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde! En het was alzo. 

Wat in de schepping werd vastgelegd, kreeg in de Thora een naam. Leviticus 23 is het hoofdstuk waarin de Eeuwige zijn eigen agenda uitschrijft. Hij noemt die dagen niet de dagen van Israël maar de Zijne. Dat bezitsverband beslist alles wat verderop volgt. 

Leviticus 23:2-4 

2 Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: De gezette hoogtijden van de Eeuwige, welke gijlieden uitroepen zult, zullen heilige samenroepingen zijn; deze zijn Mijn gezette hoogtijden. 3 Zes dagen zal men het werk doen, maar op den zevenden dag is de sabbat der rust, een heilige samenroeping; geen werk zult gij doen; het is de sabbat van de Eeuwige, in al uw woningen. 4 Deze zijn de gezette hoogtijden van de Eeuwige, de heilige samenroepingen, welke gij uitroepen zult op hun gezetten tijd. 

Naast de tijden die de Eeuwige voor Zichzelf opeist staat een uitdrukkelijk verbod. Moshe (Mozes) waarschuwt het volk vlak voor de intocht dat de lichten aan de hemel nooit voorwerp van dienst en aanbidding mogen worden. Diezelfde lichten die de tijd verdelen, zijn aan de volken toebedeeld. 

Deuteronomium 4:19-20 

19 Dat gij ook uw ogen niet opheft naar den hemel, en aanziet de zon, en de maan, en de sterren, des hemels ganse heir; en wordt aangedreven, dat gij u voor die buigt, en hen dient; dewelke de Eeuwige, uw God, aan alle volken onder den gansen hemel heeft uitgedeeld. 20 Maar ulieden heeft de Eeuwige aangenomen, en uit den ijzeroven, uit Egypte, uitgevoerd; opdat gij Hem tot een erfvolk zoudt zijn, gelijk het te dezen dage is. 

Toch geeft dezelfde Moshe even later het bevel om een maand in acht te nemen. Wie meent dat het letten op maanden op zichzelf verkeerd is, loopt hier vast. De Thora beveelt het met zoveel woorden. 

Deuteronomium 16:1-2 

1 Neemt waar de maand Abib, dat gij de Eeuwige, uw God, pascha houdt; want in de maand Abib heeft u de Eeuwige, uw God, uit Egypteland uitgevoerd, bij nacht. 2 Dan zult gij de Eeuwige, uw God, het pascha slachten, schapen en runderen, in de plaats, die de Eeuwige verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te doen wonen. 

Met deze wetenschap gaan we nu naar de beruchte tekst uit de Galatenbrief kijken. Sha’ul schrijft aan gemeenten in Galatië die niet uit de synagoge kwamen maar uit de tempels van Anatolië. Zij hadden nooit een sabbat gehouden. Hun verleden was de dienst aan goden van steen en aan de sterrenkalender waarmee het Romeinse rijk zijn eigen heidense feestdagen regelde. Dat verleden noemt Galaten 4:8 zonder omhaal. 

Galaten 4:8-11 

8 Maar toen, als gij God niet kendet, diendet gij degenen, die van nature geen goden zijn. 9 En nu, als gij God kent, ja, veelmeer van God gekend zijt, hoe keert gij u wederom tot de zwakke en arme eerste beginselen, welke gij wederom van voren aan wilt dienen? 10 Gij onderhoudt dagen, en maanden, en tijden, en jaren. 11 Ik vrees voor u, dat ik niet enigszins tevergeefs aan u gearbeid heb. 

Verantwoording van de grondtekstmethode 

Het Hebreeuws en het Grieks verbuigen hun woorden naar tijd, persoon, getal en functie. Het woord zoals het in het vers staat wijkt daardoor af van de vorm die in een woordenboek wordt opgezocht. In de exegese hieronder staat daarom eerst de vorm zoals zij werkelijk in de tekst voorkomt en daarna de wortel waaruit zij is gevormd. Het verschil tussen beide is geen fout maar de gewone werking van de taal. 

De Hebreeuwse grondtekst 

Genesis 1:14 

14 En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden (לְמוֹעֲדִים‎, le-mo’adim), en tot dagen en jaren! 

Het woord gezette tijden is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord לְמוֹעֲדִים‎ (le-mo’adim), het meervoud van מוֹעֵד‎ (mo’ed), gevormd uit de wortel יָעַד‎ (ya’ad), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: vastgestelde tijd, afgesproken ontmoeting, samenkomst op afspraak. Een vastgestelde tijd is geen periode die vanzelf verstrijkt. Het is een afspraak waarop twee partijen elkaar treffen. De lichten aan de hemel vormen daarvoor het uurwerk. De afspraak zelf komt van de Eeuwige, die eigenhandig het uurwerk maakte. 

Leviticus 23:2 

2 Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: De gezette hoogtijden (מוֹעֲדֵי‎, mo’adei) van de Eeuwige, welke gijlieden uitroepen zult, zullen heilige samenroepingen (מִקְרָאֵי‎, miqra’ei) zijn; deze zijn Mijn gezette hoogtijden. 

Het woord gezette hoogtijden is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord מוֹעֲדֵי‎ (mo'adei) en laat zich ook graag vertalen als de vastgestelde ontmoetingen van. Het Hebreeuws kent geen los woordje voor van. Het verandert de uitgang van het eerste woord om te tonen dat het bij het volgende hoort. Los luidt het מוֹעֲדִים‎ (mo'adim), zoals in Genesis 1:14. Gebonden luidt het מוֹעֲדֵי‎ (mo'adei), zoals hier. Die tweede vorm blijft incompleet zolang er niets achter komt. Hier komt de Eeuwige erachter. De dagen zijn dus van Hem. 

Het woord samenroepingen is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord מִקְרָאֵי‎ (miqra’ei), gevormd uit de wortel קָרָא‎ (qara), en kan ook wel vertaald worden als uitgeroepen bijeenkomst, opgeroepen vergadering, afgekondigde samenkomst. Wie samenkomt, is geroepen. Wie roept, bepaalt het tijdstip. 

Deuteronomium 4:19 

19 Dat gij ook uw ogen niet opheft naar den hemel, en aanziet de zon, en de maan, en de sterren, des hemels ganse heir (צְבָא‎, tseva); en wordt aangedreven, dat gij u voor die buigt, en hen dient; dewelke de Eeuwige, uw God, aan alle volken onder den gansen hemel heeft uitgedeeld (חָלַק‎, chalaq). 

Het woord heir is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord צְבָא‎ (tseva) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: leger, krijgsmacht, in slagorde opgestelde menigte. De zon, de maan en de sterren heten hier geen natuurverschijnsel. Zij heten een opgestelde macht. 

Het woord uitgedeeld is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord חָלַק‎ (chalaq) en laat zich ook graag vertalen als verdelen, toebedelen, als erfdeel toewijzen. De volken kregen het heir des hemels als hun deel. Israël kreeg iets anders, want Deuteronomium 4:20 zegt dat de Eeuwige dat volk voor Zichzelf nam. Twee erfdelen staan hier tegenover elkaar: de sterrenmacht voor de volken en de Eeuwige zelf voor Zijn volk. 

Deuteronomium 16:1 

1 Neemt waar (שָׁמוֹר‎, shamor) de maand Abib, dat gij de Eeuwige, uw God, pascha houdt; want in de maand Abib heeft u de Eeuwige, uw God, uit Egypteland uitgevoerd, bij nacht. 

Het woord neemt waar is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord שָׁמוֹר‎ (shamor), de onbepaalde vorm van de wortel שָׁמַר‎ (shamar), en kan ook wel vertaald worden als bewaken, hoeden, in acht nemen, zorgvuldig bewaren. Dit is het werkwoord dat de Thora ook gebruikt voor het houden van de geboden. Een maand in acht nemen is hier dus geen last maar een bewaarde afspraak. 

De Griekse grondtekst 

Galaten 4:8-10 

8 Maar toen, als gij God niet kendet, diendet gij degenen, die van nature (φύσει‎, physei) geen goden zijn. 9 En nu, als gij God kent, ja, veelmeer van God gekend zijt, hoe keert gij u wederom tot de zwakke en arme eerste beginselen (στοιχεῖα‎, stoicheia), welke gij wederom van voren aan (πάλιν ἄνωθεν‎, palin anōthen) wilt dienen? 10 Gij onderhoudt (παρατηρεῖσθε‎, paratēreisthe) dagen, en maanden, en tijden, en jaren. 

Het woord van nature is vertaald vanuit het Griekse woord φύσει‎ (physei), de naamvalsvorm van φύσις‎ (physis), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: natuur, aangeboren aard, wezenlijke afkomst. Sha’ul zegt niet dat de Galaten vroeger de juiste God op de verkeerde wijze dienden. Hij zegt dat zij wezens dienden die in hun aard helemaal geen god zijn. Dat is de omschrijving van het heidendom en niet van de Thora. 

Het woord eerste beginselen is vertaald vanuit het Griekse woord στοιχεῖα‎ (stoicheia), het meervoud van στοιχεῖον‎ (stoicheion), gevormd uit στοῖχος‎ (stoichos), en laat zich ook graag vertalen als de dingen die op een rij staan, de grondbestanddelen, de elementen van de wereld. In het Grieks van die eeuw duidde het de bouwstenen van de kosmos aan en de hemellichamen die in hun baan staan opgesteld. Voor de geboden van de Eeuwige of voor Zijn gezette tijden gebruikt de Septuaginta dit woord niet. 

De woorden wederom van voren aan zijn vertaald vanuit de Griekse woorden πάλιν ἄνωθεν‎ (palin anōthen) en kunnen ook wel vertaald worden als opnieuw vanaf het begin, nog eens van bovenaf, terug naar het punt van vertrek. Terugkeren kan uitsluitend naar wat men eerder heeft verlaten. De Galaten hadden de Thora nooit gehouden. Wat zij wel hadden verlaten, staat woordelijk in Galaten 4:8. 

Het woord onderhoudt is vertaald vanuit het Griekse woord παρατηρεῖσθε‎ (paratēreisthe), gevormd uit παρατηρέω‎ (paratēreō), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: scherp toekijken, van terzijde bespieden, angstvallig in de gaten houden, loeren. Het is hetzelfde werkwoord dat in Lukas 6:7 staat wanneer de Schriftgeleerden Yeshua bespieden om Hem te betrappen. Het is niet het werkwoord voor het houden van een gebod. 

De Septuaginta 

Genesis 1:14 

14 En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden (καιρούς‎, kairous), en tot dagen (ἡμέρας‎, hēmeras) en jaren (ἐνιαυτούς‎, eniautous)! 

Galaten 4:10 

10 Gij onderhoudt (παρατηρεῖσθε‎, paratēreisthe) dagen (ἡμέρας‎, hēmeras), en maanden (μῆνας‎, mēnas), en tijden (καιρούς‎, kairous), en jaren (ἐνιαυτούς‎, eniautous). 

De vier woorden van Galaten 4:10 komen niet uit de lucht vallen. Drie ervan staan letterlijk in de Griekse tekst van Genesis 1:14. Woordelijk gelijk loopt de reeks echter niet, want Genesis 1:14 noemt daarbij ook de tekenen en Galaten 4:10 zet daar de maanden voor in de plaats. Drie van de vier woorden vallen hier letter samen.  

Leviticus 23:4 

4 Deze zijn de gezette hoogtijden van de Eeuwige, de heilige samenroepingen, welke gij uitroepen zult op hun gezetten tijd (καιροῖς‎, kairois). 

Leviticus 23:4 laat zien dat de Septuaginta datzelfde woord voor tijd gebruikt om de gezette hoogtijden aan te duiden. Daar staat het steeds in één adem met de Eeuwige. Het zijn Zijn tijden. 

Deuteronomium 16:1 

1 Neemt waar (φύλαξαι‎, phylaxai) de maand (μῆνα‎, mēna) Abib, dat gij de Eeuwige, uw God, pascha houdt; want in de maand Abib heeft u de Eeuwige, uw God, uit Egypteland uitgevoerd, bij nacht. 

Galaten 4:10 

10 Gij onderhoudt (παρατηρεῖσθε‎, paratēreisthe) dagen, en maanden (μῆνας‎, mēnas), en tijden, en jaren. 

Het vierde woord vraagt de meeste aandacht. Deuteronomium 16:1 gebiedt een maand in acht te nemen en de Septuaginta gebruikt daarvoor hetzelfde grondwoord voor maand als Galaten 4:10. Het werkwoord verschilt echter volledig. De Thora zegt bewaken. Galaten 4:10 zegt bespieden. Wie het houden van een gebod bedoelt, kiest het eerste woord. Sha’ul koos het tweede, aangezien hij helemaal niet sprak over de feesten van de Allerhoogste. 

Tot slot  

De Galaten kwamen niet uit de synagoge. Zij kwamen uit de tempels van Anatolië, waar de kalender aan de sterren hing en waar elk feest een godheid had, die betaald moest worden. Naar die kalender gleden zij terug. Sha’ul waarschuwt hen voor wat zij ooit hebben verlaten en niet voor wat zij nooit hebben gehad. 

Was het letten op dagen en maanden dan werkelijk het probleem? 

Nee. 

Het probleem was aan wie die dagen toebehoorden. 

De Kerk heeft van deze vier verzen een hamer gemaakt. Zij heeft de gezette tijden van Leviticus 23 afgeschaft met een tekst die over afgoderij gaat en heeft daarna haar eigen dagen ingevoerd die in geen enkel gebod staan. Dagen genoemd naar de zon. Dagen gerekend naar een omloop die de Eeuwige nergens heeft uitgeroepen. Precies datgene waarvoor Deuteronomium 4:19 waarschuwde is teruggekeerd onder een nieuwe naam, en het gebod dat ertegen beschermde is opgeruimd met een vers dat er niets over zegt. 

Wie in onwetendheid viert wat hem is aangereikt, dwaalt met de middelen die hij heeft gekregen. Voor hem staat onderwijs klaar. Wie de grondtekst kent, weet dat de brief spreekt over wezens die van nature geen goden zijn. Wie de Galatenbrief dan toch tegen de sabbat blijft richten, handelt tegen beter weten in en is net als de Galaten teruggekeerd naar het heidense leven, waarvan hij zegt bekeerd te zijn.  

 

De dagen van de Eeuwige zijn nooit een juk geweest, 
het juk zat in de sterren die de heiden heeft gevreesd.