De geest van Constantijn 

Wie wil begrijpen waarom de Kerk de Thora heeft losgelaten, moet niet in de Schrift zoeken. Hij moet in het wetboek van een keizer zoeken. 

Op 7 maart van het jaar 321 tekende Constantijn een wet die de rustdag verplaatste. De tekst noemt die dag niet de dag van de Eeuwige. De tekst noemt hem de eerbiedwaardige dag van de zon. Dat is geen bijbelse aanduiding. Dat is de naam van de zonnecultus die het keizerlijke huis was toegedaan. Dezelfde man droeg tot aan zijn dood de titel Pontifex Maximus, hogepriester van de oude Romeinse eredienst. Pas op zijn sterfbed in 337 liet hij zich dopen. De zondag komt dus niet uit Jeruzalem. De zondag komt uit Rome. 

Vier jaar later, op het concilie van Nicea in 325, ging het over de datum van het Pascha. Het argument was niet dat de Schrift een andere datum gaf. Het argument was dat het onwaardig zou zijn de gewoonte van de Joden te volgen. Zo werd afkeer van een volk tot maatstaf van uitleg gemaakt. 

Omstreeks 364 maakte het concilie van Laodicea het sluitend. Wie als gelovige op de sabbat rustte, werd geacht te judaïseren. Hij moest die dag juist werken. Deed hij dat niet, dan viel hij onder de vervloeking van de vergadering. Het onderhouden van het vierde gebod werd strafbaar gesteld door de instelling die beweerde God te dienen. 

Ruim elf eeuwen later kreeg diezelfde geest een gezicht. Thomas de Torquemada werd in 1483 grootinquisiteur en in 1492 werden de Joden uit Spanje verdreven. De inquisitie leerde de buren waarop zij moesten letten. Schone kleren op vrijdagavond. Geen vuur in huis op zaterdag. Geen varkensvlees op tafel. Dat waren geen misdaden. Dat waren geboden van de Allerhoogste. Wie gehoorzaamde, verraadde zichzelf door zijn gehoorzaamheid. 

De zwepen liggen opgeborgen. De martelwerktuigen staan achter museumglas. De leer staat nog altijd op de kansel. 

Is de Thora ooit door een keizer, een concilie of een inquisiteur buiten werking gesteld? 

Nee. 

Zij is nooit afgeschaft. Zij is overstemd. Dat overstemmen gaat door in elk gebouw waar men vandaag zegt dat de voedselwetten vervallen zijn, dat de sabbat verplaatst is en dat de feesten van de Eeuwige tot schaduw verdampt zijn. Rome sprak het uit. De Reformatie nam het over. Het protestantisme verwierp de aflaat, maar behield de zondag. Het verwierp de paus, maar behield zijn kalender. Een tak die van de stam breekt, draagt het hout van die stam met zich mee. 

Daniël 7:25 spreekt van een macht die meent de tijden en de wet te kunnen veranderen. Dat staat in de archieven, met datum en handtekening. 

Het meest verraderlijke komt daarna. Men legt de rekening bij Sha'ul (Paulus). Zijn brieven zijn geschreven aan mensen die de Thora nauwelijks kenden. Vandaag worden zij omgesmeed tot een vrijbrief om die Thora te vergeten. De man die volgens Handelingen 25:8 verklaarde niets tegen de wet der Joden te hebben misdaan, wordt opgevoerd als kroongetuige tegen die wet. Dat is geen uitleg van de Schrift. Dat is een keizerlijk besluit, verpakt in een bijbelvers. 

Deze aanklacht raakt niet de gelovige op de kerkbank. Hij zoekt eerlijk met wat hem is aangereikt. Hem is aangereikt wat hem is afgenomen. De aanklacht raakt de instelling die de bronnen kent en ze anders doorgeeft. 

De Thora is geen last uit een ver verleden. Zij is een bron die nog altijd opwelt. Geen juk op de rug, maar licht voor de voet van ieder die Hem werkelijk volgen wil. 

 

Een keizer schoof de rustdag, een concilie sprak het uit, 

maar wat de Eeuwige heiligde, verdraagt geen mensenbesluit.