Handelingen 15 in Context:
Vier geboden om mee te beginnen
Handelingen 15 wordt vaak aangehaald om te kunnen benadrukken dat de Thora niet meer relevant zou zijn voor het dagelijks leven. Dit christelijke dogma wordt altijd als volgt uitgelegd: dat er maar vier geboden zijn die we zouden moeten naleven.
Maar zoals gebruikelijk wordt er ook in deze dogmatiek een paar enkele teksten uit het verband gehaald om een dogma goed te kunnen praten.
Handelingen 15:19-20
19 Daarom oordeel ik, dat men degenen, die uit de heidenen zich tot God bekeren, niet beroere; 20 Maar hun zal aanschrijven, dat zij zich onthouden van de dingen, die door de afgoden besmet zijn, en van hoererij, en van het verstikte, en van bloed.
Als we deze losse verzen als een christelijk statement gaan bekijken, dan zou je inderdaad kunnen zeggen: “zie je wel, hier zijn slechts vier geboden”.
Daarom mag de rest van de Thora aan een kartonnetje op het toilet, want de hedendaagse christen mag het als wc-papier gebruiken.
Daarom gaan we in deze studie Handelingen 15 in context bekijken.
Als het gaat om contextverklaring dienen we vooral te bekijken door wie er wordt gesproken en tegen wie er wordt gesproken en welke groepen in welke situatie betrokken zijn in het betreffende verhaal.
In Handelingen 15:1 zien we dat er sommigen waren die de dwaalleer verspreidden dat men besneden diende te worden als voorwaarde om zalig te zijn.
Handelingen 15:1
En sommigen, die afgekomen waren van Judéa, leerden de broederen, zeggende: Indien gij niet besneden wordt naar de wijze van Moshe (Mozes), zo kunt gij niet zalig worden.
Echter zijn deze standpunten nergens in de Thora terug te vinden. Want de Thora zegt namelijk dat een mens wordt aangenomen op basis van geloof. Zie Genesis 15:1-6.
We zien dat Cefas (Petrus) nogmaals benadrukt dat de heidenen ook het goede nieuws moesten horen, zoals in de Thora beschreven staat, en dus ook niet uitgesloten mochten worden.
De farizeeën die in Handelingen 15 genoemd worden, hielden zich strikt aan de gewoonte om mensen buiten te sluiten die niet besneden waren en niet van Joodse komaf waren. Dit is iets wat vandaag de dag in het orthodoxe Jodendom nog steeds een populaire doctrine is, maar spijtig genoeg nergens in de Thora beschreven staat (zie Lev 19:33-34 & Num 15:15-16).
Ook zien we in Handelingen 15 dat deze heidenen toenadering zochten tot het geloof en dus ook het onderwijs wilden krijgen in de synagogen. Deze heidenen werden tegengewerkt door deze kleine groep farizeeën, die geloofden dat een besnijdenis verplicht was. Maar niets is minder waar. Want de Thora zegt dit namelijk nergens.
Handelingen 15:1-2
1 En sommigen, die afgekomen waren van Judea, leerden de broederen, zeggende: Indien gij niet besneden wordt naar de wijze van Moshe, zo kunt gij niet zalig worden.
2 Als er dan geen kleine wederstand en twisting geschiedde bij Sha'ul (Paulus) en Barnabas tegen hen, zo hebben zij geordineerd, dat Sha'ul en Barnabas, en enige anderen uit hen, zouden opgaan tot de apostelen en ouderlingen naar Jeruzalem, over deze vraag.
Juist omdat men wel de heidenen het goede nieuws moest brengen en niet mocht uitsluiten conform de Thora, zitten de discipelen en de raad in Jeruzalem met een probleem.
Deze heidenen zijn onwetend, ze zijn onbesneden en toch willen ze naar de synagogen toe.
Handelingen 15:3-6
3 Zij dan, van de Gemeente uitgeleid zijnde, reisden door Fenicie en Samarie, verhalende de bekering der heidenen; en deden al den broederen grote blijdschap aan.
4 En te Jeruzalem gekomen zijnde, werden zij ontvangen van de Gemeente, en de apostelen, en de ouderlingen; en zij verkondigden, wat grote dingen God met hen gedaan had.
5 Maar, zeiden zij, er zijn sommigen opgestaan van die van de sekte der Farizeen, die gelovig zijn geworden, zeggende, dat men hen moet besnijden, en gebieden de wet van Moshe te onderhouden.
6 En de apostelen en de ouderlingen vergaderden te zamen, om op deze zaak te letten.
Daarom zegt Cefas dat hij er zeker van is dat heidenen die tot het geloof komen, zeker welkom zijn in de gemeente, omdat hij ook al eerder het visioen gehad heeft. Daarom benadrukt hij hier voor de derde keer dat het in het visioen uit Handelingen 10 om mensen ging en niet om het afschaffen van Gods eigen voedselwetten.
Daarom zegt Cefas: laten we deze heidenen binnenlaten door hen te zeggen dat ze zich alleen moeten onthouden van afgoderij, hoererij, het verstikte en van bloed.
Handelingen 15:7-9
7 En als daarover grote twisting geschiedde, stond Cefas op en zeide tot hen: Mannen broeders, gij weet, dat God van over langen tijd onder ons mij verkoren heeft, dat de heidenen door mijn mond het woord des Evangelies zouden horen, en geloven. 8 En God, de Kenner der harten, heeft hun getuigenis gegeven, hun gevende den Heiligen Geest, gelijk als ook ons; 9 En heeft geen onderscheid gemaakt tussen ons en hen, gereinigd hebbende hun harten door het geloof.
Zij moesten zich in eerste instantie onthouden van afgoderij, hoererij, bloed en het verstikte, omdat deze zaken een directe betrekking hebben op het occultisme. Deze vier geboden waren in eerste instantie nodig om aan de slag te kunnen met zichzelf, maar ook omdat het nodig was om de orde te bewaren in de gemeenschap. Het is immers logisch dat je geen mensen binnenlaat in de samenkomst die bewust komen om andere geesten te aanbidden. En zo ligt het natuurlijk ook met hoererij en met bloed.
Wanneer ze zich onthielden van deze zonden, zouden de heidenen verwelkomd worden in de synagogen, waar zij konden genieten van het heilzame onderwijs dat elke sabbat wordt onderwezen.
Handelingen 15:21
Want Moshe heeft er van oude tijden in elke stad, die hem prediken, en hij wordt op elken sabbat in de synagogen gelezen.
Zodoende zien we hier dat er dus niet gezegd wordt: de hele Thora is afgeschaft behalve deze vier wetten.
Nee, er staat dat de bekeerde heidenen zich aan deze vier wetten moesten houden om de rest van de Thora te leren. Het is namelijk onmogelijk om van mensen te eisen dat ze dit in één keer begrijpen en toepassen in het dagelijks leven.
Juist omdat er een kleine groep farizeeën was die dit wel trachtte te doen, was er veel verwarring in de groepen die in het Nieuwe Testament beschreven worden.
Deze farizese doctrine was dan ook een ordinaire dwaalleer, aangezien dit veel te zwaar is voor een mens. Sterker nog, de Thora zegt nergens dat we deze last moeten dragen. Degenen die de Thora op die manier onderwezen, dat zijn de wettelozen.
Een mens dient een proces aan te gaan om te groeien in het geloof. Dat gaat stap voor stap. Daarom moest men beginnen met deze vier wetten.
Afgoderij en hoererij spreken voor zich.
Maar vanuit de leefstijl die hierop afgestemd was, werden er diverse rituelen en tradities op nagehouden en was het ook de gewoonte dat men het bloed dronk. Dit is een doodzonde conform de Thora.
En wat te denken van het verstikte?
Tijdens een koosjere slacht wordt de hals afgesneden, zodat het bloed over de aarde kan worden uitgegoten en dus het lichaam verlaat.
Bij verstikt vlees werd gewoon letterlijk de nek omgedraaid, waardoor het bloed in het vlees bleef omdat er dan meer stoffen in het lichaam vrijkomen. Dit zou het vlees een aangename smaak geven en kon men ook genieten van het hoge vitamine B-gehalte dat het bloed met zich meedroeg.
Dit was een vergrijp dat niet meer vanzelfsprekend is in de westerse samenleving, aangezien het bloed tijdens de slacht uit het lichaam verwijderd wordt.
Dit was dus ook weer een heel cultureel punt van discussie in de tijd van Handelingen 15, waarmee de bekeerlingen dienden af te rekenen.
Wanneer Cefas in vers 10 dus benadrukt dat we de heidense bekeerlingen geen juk moeten opleggen, dan heeft hij het niet over de Thora, maar over de doctrine van de farizese sekte.
Sommigen uit de farizeeën wilden dit juk wel opleggen als een voorwaarde tot redding, waarin de besnijdenis de belangrijkste voorwaarde was.
Zoals gezegd is deze doctrine wetteloos. En wanneer er wetteloosheid bedreven wordt, ontstaat er een zwaar juk.
Daarom leggen Moshe en Johannes uit (Deuteronomium 30:11-16 en 1 Johannes 5:3) dat de Thora eenvoudig en niet zwaar is.
Er wordt dus niet tegen de heidenen gezegd in Handelingen 15: "De Thora heeft afgedaan."
Nee, er wordt gezegd: "Je hoeft je niet aan farizese interpretaties en dogma's vast te houden."
Deze mannen onderwezen namelijk de Thora niet. Ze gebruikten de Thora om hun dogma's te onderwijzen. Dit is hetzelfde als dat heel veel christelijke theologen vandaag de dag misbruik maken van het Nieuwe Testament om de Thora te verwerpen.
Voor degenen die alsnog willen geloven dat er slechts maar vier wetten gelden, dient men zich het volgende af te vragen:
Mag je dan wel moorden? Want moorden en doodslaan wordt niet in deze vier wetten genoemd.
Mag je stelen? Daar wordt ook over gezwegen. Mag je iemand ontvoeren? Dat is immers ook een doodszonde in de Thora en wordt niet genoemd in deze vier wetten.
Als we ervan uitgaan dat er nu nog maar vier wetten gelden, dan wordt het een grote wetteloze puinhoop. Maar gelukkig zien we in vers 21 dat de rest van de Thora hen in de loop der tijd bijgebracht zou worden in de synagogen. Gelukkig wisten deze heidenen van de sabbat, anders zouden zij het heilzame onderwijs mogelijk mislopen.
Handelingen 15:19-21
19 Daarom oordeel ik, dat men degenen, die uit de heidenen zich tot God bekeren, niet beroere;
20 Maar hun zal aanschrijven, dat zij zich onthouden van de dingen, die door de afgoden besmet zijn, en van hoererij, en van het verstikte, en van bloed.
21 Want Moshe heeft er van oude tijden in elke stad, die hem prediken, en hij wordt op elken sabbat in de synagogen gelezen.
Is het niet tekenend dat iedere christelijke prediker die de Thora verwerpt, altijd vers 21 onder het tapijt veegt?
Men onderwijst altijd Handelingen 15:19-20 met deze losse teksten. Maar vers 21 wordt nooit benoemd. Misschien is het daarom eens tijd om af te rekenen met deze vorm van wetteloosheid en terug te gaan naar hoe de discipelen het bedoelden. Leer daarom eerst de vier belangrijkste normen, dan komt de rest vanzelf wanneer men vanuit geloof leert wandelen.