Mattheüs 5:17-20
De wet blijft staan
tot hemel en aarde vergaan
 

De Bergrede opent niet met een nieuwe leer maar met een verdediging. Yeshua (Jezus) legt aan een luisterende menigte uit wat de geboden werkelijk vragen en juist daardoor ontstaat er een verdenking. Wie zo diep in de Thora graaft, zou die Thora weleens kunnen willen vervangen. Voordat iemand die gedachte kan uitspreken, snijdt Yeshua haar af. Wat Hij daar zegt is geen terzijde en geen inleiding op iets anders. Het is een uitspraak over de blijvende geldigheid van alles wat de Eeuwige door Moshe (Mozes) en door de profeten heeft laten opschrijven. Om te zien hoe zwaar die uitspraak weegt, moeten wij eerst horen wat de Schrift zelf over haar eigen onaantastbaarheid zegt. 

Avraham (Abraham) ontvangt een verbond dat blijvend heet. Bij dat verbond hoort een bepaling over wie zich eraan onttrekt. De woordkeus daar zal later beslissend blijken.  

Genesis 17:13-14 

13 Uw ingeborene, en uw gekochte met geld zal zekerlijk besneden worden; en Mijn verbond zal zijn in ulieder vlees, tot een eeuwig verbond. 14 En wat mannelijk is, de voorhuid zijns vleses, die niet besneden zal worden, dezelve ziel zal uit haar volken uitgeroeid worden; hij heeft Mijn verbond gebroken. 

Moshe spreekt in Deuteronomium tot een geslacht dat op het punt staat het land binnen te gaan. Hij zet hun toekomst vast op één voorwaarde en hij bepaalt in dezelfde adem dat niemand aan die voorwaarde mag sleutelen. Niet erbij, niet eraf. 

Deuteronomium 4:1-2 

1 Nu dan, Israël! hoor naar de inzettingen en naar de rechten, die ik ulieden lere te doen; opdat gij leeft, en henen inkomt, en erfelijk bezit het land, dat de Eeuwige, uwer vaderen God, u geeft. 2 Gij zult tot dit woord, dat ik u gebiede, niet toedoen, ook daarvan niet afdoen; opdat gij bewaart de geboden van de Eeuwige, uws Gods, die ik u gebiede. 

Aan het einde van datzelfde boek staat het volk op de bergen Gerizim en Ebal en hoort het een reeks vervloekingen aan. De laatste daarvan vat alle voorgaande samen. Zij noemt geen afzonderlijke zonde meer maar één houding tegenover de Thora als geheel. 

Deuteronomium 27:25-26 

25 Vervloekt zij, die geschenk neemt, om een ziel, het bloed eens onschuldigen, te verslaan! En al het volk zal zeggen: Amen. 26 Vervloekt zij, die de woorden dezer Thora niet zal bevestigen, doende dezelve! En al het volk zal zeggen: Amen. 

Shlomo (Salomo) staat voor de pas voltooide tempel. Hij kijkt terug op een belofte die aan zijn vader was gedaan en hij beschrijft met één werkwoord wat de Eeuwige met een gesproken woord doet. 

1 Koningen 8:15 

15 En hij zeide: Geloofd zij de Eeuwige, de God Israëls, Die met Zijn mond tot mijn vader David gesproken heeft, en heeft het met Zijn hand vervuld, zeggende: 

De psalmist kijkt naar de schepping en ziet daar een bepaling die de Eeuwige heeft neergelegd. Hij zegt erbij hoe lang die bepaling meegaat. 

Psalm 148:5-6 

5 Dat zij de Naam van de Eeuwige loven; want als Hij het beval, zo werden zij geschapen. 6 En Hij heeft ze bevestigd voor altoos in eeuwigheid; Hij heeft hun een orde gegeven, die geen van hen zal overtreden. 

Tegen die achtergrond klinkt de uitspraak op de berg. Yeshua stelt eerst vast wat Hij niet komt doen, daarna wat Hij wel komt doen en vervolgens verbindt Hij er een gevolg aan voor iedereen die anders onderwijst. 

Mattheüs 5:17-20 

17 Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de Thora of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen. 18 Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota noch één tittel van de Thora voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied. 19 Zo wie dan een van deze minste geboden zal ontbonden, en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen. 20 Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeën, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan. 

Verantwoording van de grondtekstmethode 

Het Hebreeuws en het Grieks verbuigen hun woorden naar tijd, persoon, getal en functie. Een werkwoord in een vers ziet er daardoor anders uit dan hetzelfde werkwoord in een woordenboek. Hieronder verschijnt daarom eerst de vorm zoals die werkelijk in de tekst staat en daarna de wortel waaruit die vorm is opgebouwd. Wie beide naast elkaar ziet, herkent onmiddellijk dat het niet om twee woorden gaat maar om één woord in twee gedaanten. 

De Hebreeuwse grondtekst 

Deuteronomium 4:2 

2 Gij zult tot dit woord, dat ik u gebiede, niet toedoen (תֹסִפוּ‎, tosifu), ook daarvan niet afdoen (תִגְרְעוּ‎, tigre'u); opdat gij bewaart de geboden van de Eeuwige, uws Gods, die ik u gebiede. 

Deuteronomium 27:26 

26 Vervloekt zij, die de woorden dezer Thora niet zal bevestigen (יָקִים‎, yakim), doende dezelve! En al het volk zal zeggen: Amen. 

Het woord toedoen is vertaald vanuit het Hebreeuwse תֹסִפוּ‎ (tosifu), gevormd uit de wortel יָסַף‎ (yasaf), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: toevoegen, erbij doen, vermeerderen, opnieuw doen. Het verbod treft dus niet de dwaling maar de aanvulling. Wie iets aan de geboden vastplakt, staat op dezelfde lijn als wie er iets uit wegneemt. 

Het woord afdoen is vertaald vanuit het Hebreeuwse תִגְרְעוּ‎ (tigre'u), gevormd uit de wortel גָּרַע‎ (gara), en laat zich ook graag vertalen als verminderen, inkorten, wegscheren, buiten werking stellen. Daarmee is elk stelsel dat een gebod tot achterhaald verklaart, precies benoemd. De Thora heeft voor die handeling een eigen woord en zij plaatst er een verbod voor. 

Het woord bevestigen is vertaald vanuit het Hebreeuwse יָקִים‎ (yakim), gevormd uit de wortel קוּם‎ (kum), en kan ook wel vertaald worden als doen opstaan, overeind zetten, staande houden, van kracht doen blijven. Dit is het scharnier. De Thora kent één werkwoord voor het overeind houden van haar eigen woorden en zij bindt aan het nalaten daarvan een vloek. Yeshua zal in Mattheüs precies dit begrippenpaar oppakken: overeind houden tegenover neerhalen. 

De Griekse grondtekst 

Mattheüs 5:17-20 

17 Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de Thora of de profeten te ontbinden (καταλῦσαι‎, katalysai); Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen (πληρῶσαι‎, plērōsai). 18 Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan (παρέλθῃ‎, parelthē), zal er niet één jota noch één tittel (κεραία‎, keraia) van de Thora voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied (γένηται‎, genētai). 19 Zo wie dan een van deze minste geboden zal ontbonden (λύσῃ‎, lysē), en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen. 20 Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij (περισσεύσῃ‎, perisseusē), dan der Schriftgeleerden en der Farizeën, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan. 

Het woord ontbinden is vertaald vanuit het Griekse καταλῦσαι‎ (katalysai), gevormd uit de wortel καταλύω‎ (katalyō), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: afbreken, neerhalen, slopen, ontmantelen. Mattheüs gebruikt hetzelfde werkwoord voor het omverwerpen van de tempelstenen in Mattheüs 24:2 en voor de beschuldiging aan het kruis in Mattheüs 27:40. Het gaat dus om sloop van een bouwwerk. Yeshua ontkent dat Hij als een sloopkogel gekomen is. 

Het woord vervullen is vertaald vanuit het Griekse πληρῶσαι‎ (plērōsai), gevormd uit de wortel πληρόω‎ (plēroō), en kan ook wel vertaald worden als volmaken, tot de rand vullen, tot volle maat brengen, geheel tot uitvoering brengen. Een vat dat gevuld wordt, verdwijnt niet. Het wordt pas werkelijk bruikbaar. Wie vervullen leest als beëindigen, laat het werkwoord het tegenovergestelde zeggen van wat het draagt. 

Het woord voorbijgaan is vertaald vanuit het Griekse παρέλθῃ‎ (parelthē), gevormd uit de wortel παρέρχομαι‎ (parerchomai), en laat zich ook graag vertalen als voorbijtrekken, verdwijnen, vergaan. Yeshua gebruikt het tweemaal in één zin en koppelt daarmee het lot van de Thora aan het lot van hemel en aarde. Zolang het ene bestaat, staat het andere. 

Het woord tittel is vertaald vanuit het Griekse κεραία‎ (keraia) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: hoorntje, uitsteeksel, haaltje, punt van een letter. Niet een gebod wordt hier beschermd en zelfs niet een letter, maar het krulletje aan een letter. Wie deze maat aanlegt, laat geen ruimte voor de gedachte dat hele hoofdstukken zijn afgevoerd. 

Het woord geschied is vertaald vanuit het Griekse γένηται‎ (genētai), gevormd uit de wortel γίνομαι‎ (ginomai), en kan ook wel vertaald worden als gebeuren, plaatsvinden, tot stand komen. De zin bevat twee voorwaarden en beide zijn onvervuld. Hemel en aarde zijn er nog en het alles is niet geschied. De geldigheidsduur loopt dus gewoon door. 

Het woord ontbonden is vertaald vanuit het Griekse λύσῃ‎ (lysē), gevormd uit de wortel λύω‎ (lyō), en laat zich ook graag vertalen als losmaken, losknopen, ongeldig verklaren, buiten werking stellen. Yeshua verbindt dit werkwoord onmiddellijk aan onderwijzen. Niet alleen het overtreden telt maar het aanleren van de overtreding. Daarmee ligt het oordeel bij de leraar en bij de instelling die hem uitzendt. 

Het woord overvloediger is vertaald vanuit het Griekse περισσεύσῃ‎ (perisseusē), gevormd uit de wortel περισσεύω‎ (perisseuō), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: overvloeien, meer zijn dan genoeg, de maat te boven gaan. Meer dan de Schriftgeleerden vraagt om meer gehoorzaamheid en niet om minder. Een gerechtigheid die overloopt, kan onmogelijk een gerechtigheid zijn die geboden schrapt. 

De Septuaginta 

De vraag die nu overblijft is eenvoudig. Als Yeshua werkelijk had bedoeld dat de Thora ophield te gelden, had het Grieks daar dan een woord voor gehad? Het antwoord staat in de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testament die in Zijn dagen in omloop was. Drie vondsten volgen. De eerste laat zien welk woord de Griekse Schrift gebruikt voor afschaffen. De tweede laat zien welk woord zij gebruikt voor vervullen. De derde laat zien welk woord zij gebruikt voor de duur van een bepaling van de Eeuwige. 

De eerste vondst betreft het werkwoord voor afschaffen. Bij Avraham staat het in volle scherpte. 

Genesis 17:14 

14 En wat mannelijk is, de voorhuid zijns vleses, die niet besneden zal worden, dezelve ziel zal uit haar volken uitgeroeid worden; hij heeft Mijn verbond gebroken (διεσκέδασεν‎, dieskedasen). 

Mattheüs 5:17 

17 Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de Thora of de profeten te ontbinden (καταλῦσαι‎, katalysai); Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden (καταλῦσαι‎, katalysai), maar te vervullen. 

Het woord gebroken is in de Septuaginta weergegeven met διεσκέδασεν‎ (dieskedasen), gevormd uit de wortel διασκεδάζω‎ (diaskedazō), en dat draagt de volgende betekenissen met zich mee: uiteenslaan, verstrooien, ontbinden, ongeldig maken. Dit is het vaste woord waarmee de Griekse Schrift zegt dat een verbond of een gelofte krachteloos wordt gemaakt. In Numeri 30 keert het in die functie herhaaldelijk terug bij geloften die worden tenietgedaan. De Griekse Schrift bezat dus een woord voor precies datgene wat de Kerk aan Yeshua toeschrijft. 

Yeshua gebruikt dat woord niet. Waar de Septuaginta het ongeldig maken van een verbond benoemt, staat bij Mattheüs een ander werkwoord. Het woord ontbinden is daar vertaald vanuit het Griekse καταλῦσαι‎ (katalysai), gevormd uit de wortel καταλύω‎ (katalyō), en dat betekent afbreken, neerhalen, slopen. Dat is geen juridische term maar een bouwkundige. Het gaat over stenen die worden neergehaald en niet over een bepaling die wordt ingetrokken. Yeshua ontkent dus dat Hij sloopwerk komt verrichten en Hij ontkent dat met een werkwoord dat de afschaffing van een verbond niet eens kan uitdrukken. Het woord dat die afschaffing wel uitdrukt, lag voor het grijpen en Hij heeft het laten liggen. 

De tweede vondst betreft het werkwoord dat Hij wel koos. Shlomo gebruikt het over een woord dat de Eeuwige eerder had gesproken. 

1 Koningen 8:15 

15 En hij zeide: Geloofd zij de Eeuwige, de God Israëls, Die met Zijn mond tot mijn vader David gesproken heeft, en heeft het met Zijn hand vervuld (ἐπλήρωσεν‎, eplērōsen), zeggende: 

Mattheüs 5:17 

17 Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de Thora of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen (πληρῶσαι‎, plērōsai). 

Het woord vervuld is in 1 Koningen 8:15 weergegeven met ἐπλήρωσεν‎ (eplērōsen) en het woord vervullen in Mattheüs 5:17 met πληρῶσαι‎ (plērōsai). Beide vormen komen uit dezelfde wortel πληρόω‎ (plēroō). In 1 Koningen 8:15 vertaalt de Septuaginta daarmee het Hebreeuwse מִלֵּא‎ (mille), gevormd uit de wortel מָלֵא‎ (male). Het beschrijft daar wat de Almachtige doet met een woord dat Hij eerder heeft uitgesproken: Hij brengt het tot uitvoering. Het gesproken woord wordt daardoor niet ingetrokken maar waargemaakt. Dat is de betekenis die het werkwoord in de Griekse Schrift draagt en dat is het werkwoord dat Yeshua kiest voor wat Hij met de Thora en de profeten komt doen. Vervullen betekent hier dus uitvoeren en niet beëindigen. 

De derde vondst betreft de duur. Yeshua legt in Mattheüs 5:18 vast hoe lang de Thora geldt en Hij doet dat met een werkwoord dat de psalmist al gebruikte. 

Psalm 148:6 

6 En Hij heeft ze bevestigd (ἔστησεν‎, estēsen) voor altoos in eeuwigheid; Hij heeft hun een orde gegeven, die geen van hen zal overtreden (παρελεύσεται‎, pareleusetai). 

Mattheüs 5:18 

18 Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan (παρέλθῃ‎, parelthē), zal er niet één jota noch één tittel van de Thora voorbijgaan (παρέλθῃ‎, parelthē), totdat het alles zal zijn geschied. 

Wat de Statenvertaling in Psalm 148:6 weergeeft met overtreden, luidt in de Septuaginta παρελεύσεται‎ (pareleusetai), gevormd uit de wortel παρέρχομαι‎ (parerchomai), en dat betekent daar: voorbijgaan, vergaan, ophouden te bestaan. De Griekse tekst zegt dus niet dat niemand de orde overtreedt, maar dat de orde zelf niet vergaat. Precies dat werkwoord gebruikt Yeshua tweemaal in één zin en Hij past het toe op dezelfde twee grootheden als de psalm: de schepping aan de ene kant en een bepaling van de Eeuwige aan de andere kant. 

De psalm zet daar nog iets naast. Het woord bevestigd verschijnt in de Septuaginta als ἔστησεν‎ (estēsen), gevormd uit de wortel ἵστημι‎ (histēmi), en dat betekent doen staan, overeind zetten, vastzetten. Het Grieks kent daarvoor één vast tegenwoord en dat is καταλύω‎ (katalyō), neerhalen wat overeind staat. De psalm zegt dat de Eeuwige Zijn bepaling overeind heeft gezet. Yeshua zegt dat Hij niet gekomen is om neer te halen. Beide bewegingen staan in het Grieks tegenover elkaar en zij vormen samen precies het begrippenpaar dat Deuteronomium 27:26 in het Hebreeuws al kende. 

Tot slot 

De Thora vervloekt wie haar woorden niet overeind houdt. De Griekse Schrift bezat een woord voor afschaffen en Yeshua gebruikt het niet. Zij gebruikt vervullen voor het uitvoeren van een gesproken woord en Yeshua kiest juist dat woord. Zij zegt dat een bepaling van de Eeuwige niet vergaat en Yeshua zegt hetzelfde over de kleinste haal van een letter. Vier getuigen, één richting. 

De Kerk leert het omgekeerde en zij leert het al eeuwen. Zij deed dat niet in het duister. Haar geleerden lazen het Grieks, kenden het woord voor afschaffen en zagen dat Yeshua het niet uitsprak. Zij hebben het toch vertaald alsof Hij het wel had gezegd. Wie het nooit anders hoorde, valt niets te verwijten. Wie het wist en zweeg, staat zelf in Mattheüs 5:19 beschreven. Die naam is niet ongelovige. Die naam is de minste in het Koninkrijk der hemelen. 

Is de Thora afgeschaft omdat Yeshua kwam? 

Nee, 
Hij kwam om de volle betekenis te onderwijzen.