3. Wanneer wijn wél veroordeeld wordt

Wie oprecht met de Schrift omgaat, mag echter niet doen alsof de Bijbel nergens waarschuwt tegen de overmaat van drank. Dezelfde Schrift die wijn als een gave beschrijft, spreekt evenzeer scherpe woorden tegen wie zich eraan overgeeft, en juist die teksten verdienen een zorgvuldige en eerlijke behandeling in plaats van te worden vermeden. 

De eerste keer dat de Schrift over dronkenschap spreekt, is bij Noach. 

Genesis 9:20-23 

20 En Noach begon een akkerman te zijn, en hij plantte een wijngaard. 21 En hij dronk van dien wijn, en werd dronken, en ontblootte zich in het midden zijner tent. 22 En Cham, Kenaäns (Kanaäns) vader, zag zijns vaders naaktheid, en hij gaf het zijn beiden broederen daarbuiten te kennen. 23 Toen namen Shem (Sem) en Yefet (Jafeth) een kleed, en zij leiden het op hun beider schouderen, en gingen achterwaarts, en bedekten de naaktheid huns vaders; en hun aangezichten waren achterwaarts gekeerd, zodat zij de naaktheid huns vaders niet zagen. 

Noachs dronkenschap zelf wordt nergens goedgekeurd, en dat hoeven wij ook niet te doen. Maar let op waar de zonde in de tekst uiteindelijk valt. De aanklacht van de tekst richt zich niet op de wijnstok die Noach zelf plantte, maar op het gedrag van Cham, die misbruik maakt van de weerloosheid van zijn dronken vader, terwijl Shem en Yefet eerbiedig hun ogen afwenden. Het verhaal toont voor het eerst het gevaar van de roes, maar het spreekt nergens een verbod op wijn uit. Sterker nog, we zagen in hetzelfde boek Genesis dat Malkitsedek dezelfde wijn zonder enige veroordeling aanreikt. Als wijn zelf de zonde was geweest, had de Thora dat hier al moeten vastleggen, en dat doet zij niet. 

Een bekend en nog schokkender voorbeeld zien we in Genesis 19, waarin we lezen hoe het nageslacht van Lot in het diepste geheim, op een wetteloze wijze werd voortgezet in een duistere spelonk. 

Hier vond namelijk het misbruik plaats waaruit de Ammonieten en Moabieten voortkwamen. Uit wanhoop voerden de dochters van Lot hun vader dronken om zwanger van hem te worden. Het betreft hier dan ook dezelfde wijn (yayin) die Avram deelde met Malkitsedek, maar helaas werd zij door de dochters van Lot misbruikt, omdat paranoia hun leven beheerste. 

Genesis 19:32-35 

32 Kom, laat ons onzen vader wijn (yayin) te drinken geven, en bij hem liggen, opdat wij van onzen vader zaad in het leven behouden. 33 En zij gaven dien nacht haar vader wijn (yayin) te drinken; en de eerstgeborene kwam, en lag bij haar vader, en hij werd het niet gewaar in haar nederliggen, noch in haar opstaan. 34 En het geschiedde des anderen daags, dat de eerstgeborene zeide tot de jongste: Zie, ik heb gisteren nacht bij mijn vader gelegen; laat ons ook dezen nacht hem wijn (yayin) te drinken geven; ga dan in, lig bij hem, opdat wij van onzen vader zaad in het leven behouden. 35 En zij gaven haar vader ook dien nacht wijn (yayin) te drinken, en de jongste stond op, en lag bij hem, en hij werd het niet gewaar in haar nederliggen, noch in haar opstaan. 

Niet de wijn is hier het probleem, maar de opzet om iemand te bedwelmen en te misbruiken, en de toestand van volslagen roes waarin Lot beide nachten terechtkwam, zonder dat hij zich er ook maar iets van bewust was. 

Ook een rebelse, dronken zoon kreeg in Israël de doodstraf, niet om één keer drinken, maar om een langdurig patroon van opstandigheid en losbandigheid: 

Deuteronomium 21:18-21 

18 Wanneer iemand een moedwilligen en wederspannigen zoon heeft, die de stem zijns vaders en de stem zijner moeder niet gehoorzaam is; en zij hem gekastijd zullen hebben, en hij naar hen niet horen zal, 19 Zo zullen zijn vader en zijn moeder hem grijpen, en zij zullen hem uitbrengen tot de oudsten zijner stad, en tot de poorte zijner plaats. 20 En zij zullen zeggen tot de oudsten zijner stad: Deze onze zoon is afwijkende en wederspannig, hij is onze stem niet gehoorzaam; hij is een brasser en zuiper. 21 Dan zullen alle lieden zijner stad hem met stenen overwerpen, dat hij sterve; en gij zult het boze uit het midden van u wegdoen; dat het gans Israël hore, en vreze. 

Juist vanwege deze duidelijke patronen van wetteloosheid waarschuwt de wijsheidsliteratuur van de Bijbel het scherpst tegen wie zich in de drank verliest. 

Spreuken 23:29-32 

29 Bij wien is wee? bij wien och arme? bij wien gekijf? bij wien het beklag? bij wien wonden zonder oorzaak? bij wien de roodheid der ogen? 30 Bij degenen, die bij den wijn vertoeven; bij degenen, die komen om gemengden drank na te zoeken. 31 Zie den wijn niet aan, als hij zich rood vertoont, als hij in den beker zijn verve geeft, als hij recht opgaat; 32 In zijn einde zal hij als een slang bijten, en steken als een adder. 

Lees de hele passage, en het wordt duidelijk waartegen zij gericht is. Het gaat over hen die láng bij de wijn vertoeven, die de gemengde drank structureel naspeuren, die van roeswekkende dranken hun levensstijl maken. Het gaat over de verslaafde, niet over de man die bij zijn maaltijd een glas wijn drinkt en verzadigd opstaat. Shlomo (Salomo) vat de grens elders zo samen. 

Spreuken 20:1 

De wijn is een spotter, de sterke drank is woelachtig; al wie daarin dwaalt, zal niet wijs zijn. 

Dit vers is een op zichzelf staand spreekwoord, zoals de meeste verzen in dit boek, en heeft daarom geen direct omliggend verhaal nodig om zijn betekenis te dragen. Het woord dwaalt is vertaald van שָׁגָה (shagah) en betekent van de weg af raken, misleid worden. De voorwaarde staat in het vers zelf: wie dwaalt, is niet wijs. Dat is iets anders dan een verbod op alle gebruik. 

Er is nog een tekst die vaak wordt aangehaald om te bewijzen dat leiders geheelonthouder moeten zijn. 

Spreuken 31:4-7 

4 Het komt den koningen niet toe, o Lemuel (Lemuël)! het komt den koningen niet toe wijn te drinken, en den prinsen, sterken drank te begeren; 5 Opdat hij niet drinke, en het gezette vergete, en de rechtzaak van alle verdrukten verandere. 6 Geeft sterken drank dengene, die verloren gaat, en wijn dengenen, die bitterlijk bedroefd van ziel zijn; 7 Dat hij drinke, en zijn armoede vergete, en zijner moeite niet meer gedenke. 

Lees ook hier de reden mee die in de tekst zelf staat. Het gaat om koningen die rechtspreken en die daarom helder van geest moeten blijven, net zoals de priesters tijdens hun dienst geen wijn mochten drinken. Opvallend genoeg volgt direct daarna een heel andere toepassing: sterke drank aan wie verloren gaat en wijn aan wie bedroefd van ziel is, als middel om even te vergeten. Dit is dezelfde ambtsgebonden beperking die we al bij Leviticus 10 zagen, geen algemeen verbod voor elke gelovige. Wees daarom als Avraham (Abraham), die wijn dronk en toch getuigd wordt dat hij de geboden van de Eeuwige onderhield.