Deuteronomium 14:
Moet je de tiende geven aan de Kerk?

1 De plaats die Hij verkiezen zal 

Het bijbelse gebruik van de tiende roept bij veel gelovigen vragen op. Het is namelijk het meest gebruikte onderwerp om oprechte argeloze christenen te manipuleren en te beroven. Deze reeks behandelt daarom stap voor stap wat de Schrift werkelijk over de tiende zegt. 

Opvallend is dat veel charlatans in de pinkstergemeentes er een sport van maken om ieder gebod uit de Thora te verwerpen. Tegelijkertijd verklaren zij de tiende heilig, terwijl dit in dezelfde Thora beschreven staat. 

Het is daarom hoog tijd dat we als kinderen van de Allerhoogste hartgrondig leren afrekenen met de leugens die mensen verhinderen om geestelijk te groeien. 

Om te weten of de tiende nog steeds van toepassing is in ons dagelijks leven, dienen we eerst naar de volgende teksten te kijken. 

Deuteronomium 12:5-6 

5 Maar naar de plaats, die de Eeuwige, uw God, uit al uw stammen verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te zetten,
naar
zijn woning zult gijlieden vragen, en daarheen zult gij komen; 6 En daarheen zult gijlieden brengen uw brandofferen, en uw slachtofferen, en uw tienden, en het hefoffer uwer hand, en uw geloften, en uw vrijwillige offeren, en de eerstgeboorten uwer runderen en uwer schapen. 

Deuteronomium 14:22-23 

22 Gij zult getrouwelijk vertienen al het inkomen uws zaads, dat elk jaar van het veld voortkomt. 23 En voor het aangezicht van de Eeuwige, uws Gods, ter plaatse, die hij verkiezen zal, om zijn naam aldaar te doen wonen, zult gij eten de tienden van uw koren, van uw most, en van uw olie, en de eerstgeboorten uwer runderen en uwer schapen; opdat gij den Eeuwige, uw God, leert vrezen alle dagen. 

Deze teksten stellen één voorwaarde voorop. De tiende hoort gebracht te worden naar de plaats die de Allerhoogste verkiezen zal. De Schrift laat vervolgens zelf zien om welke plaats het gaat. 

2 Samuel 7:12-13 

12 Wanneer uw dagen zullen vervuld zijn, en gij met uw vaderen zult ontslapen zijn, zo zal Ik uw zaad na u doen opstaan, dat uit uw lijf voortkomen zal, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen. 13 Die zal Mijn Naam een huis bouwen; en Ik zal den stoel zijns koninkrijks bevestigen tot in eeuwigheid. 

Psalm 68:30 

30 Om Uws tempels wil te Jeruzalem, zullen U de koningen geschenk toebrengen. 

De plaats die de Eeuwige verkiezen zal is dus de Tempel in Jeruzalem. Dat is de plaats waar de tiende thuishoort. Het gaat hier dus zeker niet om de Gereformeerde Kerk in Staphorst en ook niet om de evangelische handjeklapkerk in Rotterdam. Dit zijn namelijk niets anders dan heidense instituties die heidense leerstellingen in stand houden, omdat zij nooit hun banden met het Vaticaan hebben willen loslaten.  

We zien in de bovengenoemde Schriftgedeeltes, dat er nergens wordt gesproken over de westerse Kerk, maar over de tempel in Jeruzalem. Zodoende is het dus gewoon een ordinaire afwijking van de Schriften, om als Kerk een tiende op te eisen, die Gods tempel toebehoort. 

  

2 Voor wie is de tiende? 

Het eerste deel van deze studie liet zien waar de tiende gebracht moest worden. Dit deel behandelt de vraag voor wie zij bestemd is. Het volgende gedeelte verdient nauwkeurige lezing, voordat er allerlei goede doelen worden gesteund, die nergens in de Bijbel beschreven staan. 

Deuteronomium 14:22-29 

22 Gij zult getrouwelijk vertienen al het inkomen uws zaads, dat elk jaar van het veld voortkomt. 23 En voor het aangezicht van de Eeuwige, uws Gods, ter plaatse, die hij verkiezen zal, om zijn naam aldaar te doen wonen, zult gij eten de tienden van uw koren, van uw most, en van uw olie, en de eerstgeboorten uwer runderen en uwer schapen; opdat gij den Eeuwige, uw God, leert vrezen alle dagen. 24 Wanneer dan nog de weg voor u te veel zal zijn, dat gij zulks niet zoudt kunnen heendragen, omdat de plaats te verre van u zal zijn, die de Eeuwige, uw God, verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te stellen; wanneer de Eeuwige, uw God, u zal gezegend hebben; 25 Zo maak het tot geld, en bindt het geld in uw hand, en gaat naar de plaats, die de Eeuwige, uw God, verkiezen zal; 26 En geeft dat geld voor alles, wat uw ziel gelust, voor runderen en voor schapen, en voor wijn, en voor sterken drank, en voor alles, wat uw ziel van u begeren zal, en eet aldaar voor het aangezicht van de Eeuwige, uws Gods, en weest vrolijk, gij en uw huis. 27 Maar den Leviet, die in uw poorten is, zult gij niet verlaten; want hij heeft geen deel noch erve met u. 28 Ten einde van drie jaren zult gij voortbrengen alle tienden van uw inkomen, in hetzelve jaar, en gij zult ze wegleggen in uw poorten; 29 zo zal komen de leviet, dewijl hij geen deel noch erve met u heeft, en de vreemdeling, en de wees en de weduwe, die in uw poorten zijn, en zullen eten en verzadigd worden; opdat u de Eeuwige, uw God, zegene in al het werk uwer hand, dat gij doen zult.  

Deuteronomium 14 wijst de bestemming zelf aan. Het gebod der tiende is gegeven voor het onderhoud van weduwen, wezen en Levieten. Dat gebruik wordt volledig georiënteerd vanuit de tempel in Jeruzalem. 

Bijzonder is dat de Israëlieten zelf van de tiende mochten genieten en zo hun liefde onder elkaar deelden. De weduwen en wezen wisten hierdoor dat de hemelse Vader hen niet zou vergeten, terwijl de Levieten zagen dat hun werk niet tevergeefs zou zijn. 

Er wordt hier nergens gesproken over het geven van geld. De enige reden waarom men het tot geld moest maken is om afstand en tijd te overbruggen. Moshe (Mozes) schrijft in Deuteronomium 14:25-26 immers voor dat men ter plaatse drank en voedsel kon kopen, waarmee de Israëlieten elkaar en dus ook de Allerhoogste tegemoet gingen. 

Nergens staat beschreven dat deze tiende bestemd is voor christelijke leiders die het vertikken om te werken. Het hoorde in Jeruzalem thuis en werd uitgedeeld aan degenen waarbij de honger en eenzaamheid woonden, niet in de kas van wie zichzelf geestelijk noemt zolang er voldoende geld binnenkomt. 

De Thora beschrijft de onzekerheid van de vreemdeling, het verdriet van de weduwe en de eenzaamheid van de wees. Het erkent de Leviet zonder erfdeel en de vreemdeling zonder poort. Nergens wordt er in Gods wet gesproken over een hypotheeklast of de huur van een kerkgebouw. Nergens vinden we enige erkenning voor een zogenaamde bediening van een westers, onbijbels instituut. 

3 Wie besteelt wie? 

Het gebod der tiende bevat een aantal kernwaarden voor de omgang tussen mensen onderling, en juist die omgang is voor de Allerhoogste van groot belang. Daarmee raakt dit gebod rechtstreeks aan de relatie tussen mens en God. 

De verplichting om de tiende te geven is gerelateerd aan de Tempel in Jeruzalem en dus bestemd voor weduwen, wezen en Levieten. Dat wordt opnieuw bevestigd door de profeet Malachi (Maleachi). 

Maleachi 3:7-10 

7 Van uwer vaderen dag af, zijt gij afgeweken van Mijn inzettingen, en hebt ze niet bewaard; keert weder tot Mij, en Ik zal tot u wederkeren, zegt de Eeuwige der heirscharen; maar gij zegt: Waarin zullen wij wederkeren? 8 Zal een mens God beroven? Maar gij berooft Mij, en zegt: Waarin beroven wij U? In de tienden en het hefoffer. 9 Met een vloek zijt gij vervloekt, omdat gij Mij berooft, zelfs het ganse volk. 10 Brengt al de tienden in het schathuis, opdat er spijze zij in Mijn huis; en beproeft Mij nu daarin, zegt de Eeuwige der heirscharen, of Ik u dan niet opendoen zal de vensteren des hemels, en u zegen afgieten, zodat er geen schuren genoeg wezen zullen. 

Maleachi 3 wordt in verschillende kerken voor de voeten geworpen van argeloze bezoekers, terwijl het instituut zelf bewust is afgeweken van Gods inzettingen. Dit Schriftgedeelte wordt in sommige kerken zelfs wekelijks gepredikt om mensen te manipuleren en hen geld af te troggelen. 

Wat Maleachi 3 beschrijft is echter niet van toepassing op een christelijk gebouw waar men heidense doctrines predikt. Het schathuis staat bij de tempel en de spijze is voor hen die geen erfdeel hebben: de Levieten. 

Wanneer een voorganger stelt dat de tiende bestemd is voor de Kerk en voor zijn salaris, dan passeert hij degenen die er het eerste recht op hebben. Hij besteelt daarmee de weduwen en de wezen. Meestal durft men daar nog aan toe te voegen een priesterlijke bediening te hebben, waarmee de oplichting compleet is. 

Typerend is bovendien dat Malachi (Maleachi) het volk herhaaldelijk verwijt dat het de Thora overtreedt. Precies dat verwijt wordt vandaag verzwegen omdat de Kerk nooit gebouwd is op het fundament van de Thora.  

Voor iedere broeder en zuster die geestelijk wil groeien en Yeshua (Jezus) werkelijk wil kennen geldt daarom dit advies:  

Vermijd de sektarische bolwerken waar de tiende wordt gepredikt terwijl de Thora verworpen wordt. Het is daar niets anders dan een rovershol waar geen enkele geestelijke groei mogelijk is, aangezien dit proces geblokkeerd wordt door de geest van manipulatie. 

4 Een gebod van naastenliefde 

Waarom wilde de Eeuwige dat men de tiende naar de Tempel bracht?  

De voorgaande delen lieten zien dat zij bestemd is voor de weduwen, de wezen en de Levieten. Om de drie jaar werd de tiende bovendien in de poorten weggelegd voor wie geen erfdeel had. 

Omdat er geen Tempel meer aanwezig is in Jeruzalem, is het niet langer mogelijk om het gebod op authentieke wijze in acht te nemen. Het is dus geen Bijbelse verplichting voor de hedendaagse gelovige, aangezien de Tempel verwoest is en er geen Levieten te bekennen zijn. 

Wat het gebod ons wel leert is dat we altijd een deel apart kunnen zetten voor weduwen en wezen of andere hulpbehoevende mensen in onze naaste omgeving. 

De Eeuwige stelde het gebod namelijk niet in voor Zichzelf, aangezien Hij niets van ons nodig heeft als het gaat om levensonderhoud. Hij stelde dit gebod in voor de mensen, zodat zij leerden wat zorg en naastenliefde is. 

Een praktisch advies is om altijd voldoende voeding in huis te halen, zodat de zwakkere mensen kunnen aanschuiven wanneer dit nodig is. Aan arme, kwetsbare mensen kan beter geen geld gegeven worden, aangezien men met geld ook drank en drugs kan halen. 

Laten we daarom leren een deel apart te zetten, zodat we elkaar kunnen helpen. Zo leren we zelf op gedisciplineerde wijze omgaan met rijkdom en bezittingen. Hiermee kunnen we de weduwen en wezen laten zien dat de Eeuwige een liefdevolle Vader is Die hen nooit zal vergeten.