Het licht der wereld begint in de Thora

Het beeld is bij vrijwel iedere gelovige bekend. Een stad op een berg, een kaars die niet onder een maat verdwijnt, een licht dat schijnt voor de mensen. Yeshua (Jezus) spreekt die woorden op de berg tot een menigte die de Schriften kende en Hij zegt daarbij dat zij het licht der wereld zijn. 

De vraag is dus niet of wij dat moeten zijn, de vraag is hoe. 

Mattheüs 5:14-16 

14 Gij zijt het licht der wereld; een stad boven op een berg liggende, kan niet verborgen zijn. 15 Noch steekt men een kaars aan, en zet die onder een koornmaat, maar op een kandelaar, en zij schijnt allen, die in het huis zijn; 16 Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken. 

Wie doorleest, merkt dat het antwoord onmiddellijk volgt. 

Yeshua laat er geen enkele ruimte tussen, geen adempauze, geen wending, geen nieuw onderwerp. Het beeld van het licht is nog niet uitgesproken of Hij noemt de Thora en de Profeten in dezelfde ademtocht en wat Hij daarover zegt is eeuwenlang weggeredeneerd door mensen die het licht wilden houden zonder de lamp. 

Wie het gebod verwerpt en toch wil stralen, zal telkens in het donker blijven dwalen. 

Mattheüs 5:17-20 

17 Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de Thora of de Profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen. 18 Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota noch één tittel van de Thora voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied. 19 Zo wie dan een van deze minste geboden zal ontbonden, en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen. 20 Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der schriftgeleerden en der farizeeën, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan. 

Dat Hij die twee gedeelten aan elkaar verbindt, is geen willekeur. Het beeld van het onderwijs dat zichtbaar wordt voor de omringende volken staat namelijk al in de Thora zelf en Moshe (Mozes) legt daar precies uit waaraan die volken het zullen herkennen. 

Deuteronomium 4:5-8 

5 Ziet, ik heb u geleerd de inzettingen en rechten, gelijk als de Eeuwige, mijn God, mij geboden heeft; opdat gij alzo doet in het midden des lands, waar gij naar toe gaat, om het te erven. 6 Behoudt ze dan, en doet ze; want dat zal uw wijsheid en uw verstand zijn voor de ogen der volken, die al deze inzettingen horen zullen, en zeggen: Dit grote volk alleen is een wijs en verstandig volk! 7 Want wat groot volk is er, hetwelk de goden zo nabij zijn als de Eeuwige, onze God, zo dikwijls als wij Hem aanroepen? 8 En wat groot volk is er, dat zo rechtvaardige inzettingen en rechten heeft, als deze ganse Thora is, die ik heden voor uw aangezicht geef? 

De psalmdichter zegt hetzelfde in één regel en hij doet dat in de langste psalm van de Schrift, waar vers na vers over het onderwijs van de Eeuwige gaat. 

Psalm 119:104-105 

104 Uit Uw bevelen krijg ik verstand, daarom haat ik alle leugenpaden. 105 Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad. 

In het boek Spreuken keert dat beeld tweemaal terug. De eerste plaats beschrijft de weg van de rechtvaardige zelf, de tweede benoemt de bron van dat licht en noemt daarbij de Thora bij name. 

Spreuken 4:18-19 

18 Maar het pad der rechtvaardigen is gelijk een schijnend licht, voortgaande en lichtende tot den vollen dag toe. 19 De weg der goddelozen is als donkerheid, zij weten niet, waarover zij struikelen zullen. 

Spreuken 6:22-23 

22 Als gij wandelt, zal dat u geleiden; als gij nederligt, zal het over u de wacht houden; als gij wakker wordt, zal hetzelve met u spreken. 23 Want het gebod is een lamp, en de Thora is een licht, en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens; 

Verantwoording van de grondtekstmethode 

Het Hebreeuws en het Grieks verbuigen hun woorden naar tijd, persoon, getal en functie. Een woord zoals het in het vers staat ziet er daardoor anders uit dan hetzelfde woord in het woordenboek. Hieronder wordt daarom eerst de vorm genoemd zoals de tekst hem draagt en daarna de wortel waaruit die vorm is opgebouwd. 

De Hebreeuwse grondtekst 

Spreuken 6:23 

Want het gebod is een lamp (נֵר‎, ner), en de wet (תוֹרָה‎, Thora) is een licht (אוֹר‎, or), en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens; 

Het woord licht is vertaald vanuit אוֹר‎ (or), teruggaand op de wortel אור‎ (or), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: licht, daglicht, helderheid, verlichten, doen oplichten. Het is het woord uit Genesis 1:3, waar het licht ontstaat op het spreken van de Eeuwige. 

Het woord lamp is vertaald vanuit נֵר‎ (ner) en kan ook wel vertaald worden als lamp, olielamp, kaars. Daar zit een onderscheid in dat men gemakkelijk overslaat. אוֹר‎ (or) is het licht zelf en נֵר‎ (ner) is het voorwerp dat het draagt. De lamp maakt het licht niet, zij houdt het vast en zij draagt het rond. 

En het woord wet is vertaald vanuit תּוֹרָה‎ (Thora), gevormd uit de wortel ירה‎ (yarah), en laat zich ook graag vertalen als werpen, schieten, richten, aanwijzen, instructies, onderwijzen. 

Psalm 119:105 

Uw woord (דְּבָרֶךָ‎, devarekha) is een lamp (נֵר‎, ner) voor mijn voet (לְרַגְלִי‎, leragli), en een licht (אוֹר‎, or) voor mijn pad (לִנְתִיבָתִי‎, lintivati). 

Hier staan נֵר‎ (ner) en אוֹר‎ (or) opnieuw naast elkaar, precies zoals in Spreuken 6:23. En let op waar dat licht valt. Het woord voet is vertaald vanuit לְרַגְלִי‎ (leragli), uit רֶגֶל‎ (regel), en het woord pad is vertaald vanuit לִנְתִיבָתִי‎ (lintivati), uit נְתִיבָה‎ (netivah), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: pad, gebaand spoor, weg die begaan wordt. 

Er staat dus niet dat het woord de horizon verlicht. Er staat dat het de voet verlicht en het pad waarop die voet neerkomt. Het licht reikt precies zo ver als de volgende stap en dat is genoeg om te gaan. 

Deuteronomium 4:6 

Behoudt ze dan (וּשְׁמַרְתֶּם‎, ushmartem), en doet ze (וַעֲשִׂיתֶם‎, va'asitem); want dat zal uw wijsheid (חָכְמַתְכֶם‎, chokhmatkhem) en uw verstand zijn voor de ogen der volken (לְעֵינֵי הָעַמִּים‎, le'einei ha'ammim). 

Het woord wijsheid is vertaald vanuit חָכְמַתְכֶם‎ (chokhmatkhem), uit de wortel חָכַם‎ (chakham), en kan ook wel vertaald worden als wijs zijn, vakbekwaam zijn, bedreven zijn in iets. Het woord wordt in de Thora ook gebruikt voor de ambachtslieden die de tabernakel bouwden, en daarmee is het geen boekenwijsheid maar kunde in de praktijk. 

De uitdrukking voor de ogen der volken is vertaald vanuit לְעֵינֵי הָעַמִּים‎ (le'einei ha'ammim), en daarin ligt het zwaartepunt van dit vers. De volken staan hier niet aan de zijlijn. Zij horen de inzettingen, zij nemen waar wat dat volk onderscheidt en Moshe laat hun eigen woorden meeklinken, want zij zeggen dat dit grote volk alleen een wijs en verstandig volk is. 

De twee verzen die erop volgen laten zien waar hun verwondering op uitloopt. Er wordt gevraagd welk groot volk goden zo nabij heeft als de Eeuwige en welk groot volk zulke rechtvaardige inzettingen en rechten bezit. Beide vragen wijzen van het volk weg en naar de Eeuwige toe. Wat de volken zien is Israël, maar wat zij ontdekken is Wie Israël dit heeft gegeven. 

En daar staat het al. Voordat er ook maar één evangelie geschreven was, voordat er ook maar één zendeling uittrok, kreeg Israël in de vlakte van Moab de opdracht om zichtbaar te zijn voor de volken. Niet door te spreken, maar door te doen. Niet door zich af te zonderen, maar door de inzettingen te bewaren waar iedereen bij stond. Israël moest het licht der wereld zijn en de brandstof van dat licht was de Thora. 

Dat verandert de lezing van Mattheüs 5 volledig. Wanneer Yeshua Zijn hoorders het licht der wereld noemt, geeft Hij hun geen nieuwe roeping. Hij herinnert hen aan de oude. En dat verklaart waarom Hij drie verzen later vaststelt dat er geen jota of tittel van de Thora zal vergaan, want zonder die Thora heeft dat licht geen olie. 

De Griekse grondtekst 

Mattheüs 5:14-16 

14 Gij zijt het licht (φῶς‎, phōs) der wereld; een stad boven op een berg liggende, kan niet verborgen (κρυβῆναι‎, krubēnai) zijn. 15 Noch steekt men een kaars (λύχνον‎, luchnon) aan, en zet die onder een koornmaat, maar op een kandelaar (λυχνίαν‎, luchnian), en zij schijnt allen, die in het huis zijn; 16 Laat uw licht (φῶς‎, phōs) alzo schijnen (λαμψάτω‎, lampsatō) voor de mensen, dat zij uw goede werken (καλὰ ἔργα‎, kala erga) mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken. 

Het woord licht is vertaald vanuit φῶς‎ (phōs) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: licht, helderheid, dat wat zichtbaar maakt. Het woord kaars is vertaald vanuit de vorm λύχνον‎ (luchnon), uit λύχνος‎ (luchnos), en kan ook wel vertaald worden als lamp, olielamp, licht dat gedragen wordt. Het woord kandelaar is vertaald vanuit de vorm λυχνίαν‎ (luchnian), uit λυχνία‎ (luchnia), en laat zich ook graag vertalen als standaard waarop een lamp wordt geplaatst. Ook hier staat het onderscheid tussen het licht en het voorwerp dat het draagt, precies zoals in het Hebreeuws. 

Het woord schijnen is vertaald vanuit de vorm λαμψάτω‎ (lampsatō), uit λάμπω‎ (lampō), en laat zich ook graag vertalen als lichten, stralen, oplichten. Het staat in de gebiedende wijs, dus er staat een opdracht. 

Het woord verborgen is vertaald vanuit de vorm κρυβῆναι‎ (krubēnai), uit κρύπτω‎ (kruptō), en kan ook wel vertaald worden als verbergen, wegstoppen, aan het oog onttrekken. En de uitdrukking goede werken is vertaald vanuit καλὰ ἔργα‎ (kala erga), waarbij καλός‎ (kalos) niet enkel goed betekent maar ook fraai, deugdelijk, zoals het behoort te zijn. 

Let nu op waar het slot van vers 16 uitkomt. Er staat niet dat de mensen de lichtdrager zullen prijzen. Er staat dat zij de Vader zullen verheerlijken. Precies zoals in Deuteronomium 4:6 de volken niet het volk prezen maar vaststelden dat dít volk een wijs en verstandig volk is, op grond van de inzettingen die zij hoorden. 

De Septuaginta 

De verbinding tussen Mattheüs 5 en de Thora loopt via het Griekse woord voor licht, want de Septuaginta gebruikt in Spreuken 6:23 hetzelfde woord dat Yeshua op Zijn hoorders toepast. 

Spreuken 6:23 

Want het gebod is een lamp (λύχνος‎, luchnos), en de Thora is een licht (φῶς‎, phōs), en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens; 

Mattheüs 5:14-15 

14 Gij zijt het licht (φῶς‎, phōs) der wereld; een stad boven op een berg liggende, kan niet verborgen zijn. 15 Noch steekt men een kaars (λύχνον‎, luchnon) aan, en zet die onder een koornmaat, maar op een kandelaar (λυχνίαν‎, luchnian), en zij schijnt allen, die in het huis zijn; 

Beide woorden staan aan beide zijden. De Septuaginta heeft in Spreuken 6:23 φῶς‎ (phōs) voor het licht en λύχνος‎ (luchnos) voor de lamp en Mattheüs 5 heeft φῶς‎ (phōs) in vers 14 en λύχνον‎ (luchnon) in vers 15. Dat is een gedeelde wortel en geen citaat, want Mattheüs haalt Spreuken niet aan en de bewoording eromheen loopt niet gelijk. 

Wat er wél ligt, is dat het woordpaar hetzelfde is. In de Griekse Schriften van Zijn hoorders was φῶς‎ (phōs) al aan de Thora verbonden en λύχνος‎ (luchnos) aan het gebod. Wanneer Yeshua zegt dat zij het licht der wereld zijn en er in één adem een lamp bij noemt, spreekt Hij in het beeld dat Spreuken hun al had aangereikt. En dat verklaart waarom Hij drie verzen later over de Thora begint. Het is geen zijstap. Het is de bron van het beeld. 

Tot slot 

Dat maakt de vraag waarmee deze studie begon eenvoudig te beantwoorden. Hoe is men een licht voor de wereld? 

Door zelf feller te schijnen? 

Nee. 

Een lamp maakt geen licht. Een lamp draagt het. Wie dat omdraait, gaat zich inspannen om iets uit te stralen wat hij niet bezit en dat houdt niemand vol. Spreuken 6:23 zegt onomwonden waar het licht vandaan komt en Deuteronomium 4:6 zegt hoe het zichtbaar wordt, namelijk door bewaken en doen. 

Daar zit ook de reden dat men afstand moet nemen van wat het licht doorgaans vervangt. Een lamp die vol staat met andermans olie brandt niet beter. Tradities die nergens in de Schrift staan, dogma's die eeuwenlang boven de tekst zijn geplaatst en gewoonten die men van huis uit meekreeg, dekken de kandelaar af in plaats van hem te vullen. Dat is niet de schuld van wie het zo heeft geleerd. Het is wel de verantwoordelijkheid van wie het beter kon weten en zweeg. 

En het geldt evengoed voor het eigen verleden. Wat men wegstopt, blijft in het donker doorwerken. Er staat niet voor niets dat een stad op een berg niet verborgen kan zijn, want wie zichzelf onder de koornmaat schuift, schuift het licht mee naar binnen. 

De lamp werd aangestoken bij de Sinaï en zij is nooit gedoofd. Zij trok de vlakte in, zij overleefde de ballingschap, zij ging de eeuwen door en zij stond op een berg in Galilea toen Hij zei: gij zijt het licht der wereld. Het is niet omdat wij branden, maar omdat Hij brandt en wij dragen.