Ik heb u nooit gekend.
Een studie over
Mattheüs 7:21-23 en 1 Johannes 3:4

Mattheüs 7:21-23 

21 Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is. 22 Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere! hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan? 23 En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt! 

Daarbij is het niet alleen belangrijk tegen wie Hij het zegt, maar vooral waarom. 

Om dit te kunnen begrijpen dienen we te onderzoeken wat het woord ἀνομία‎ (anomia) inhoudt.

ἀνομία‎ (anomia) betekent wetteloosheid. Het woord is opgebouwd uit het ontkennende voorvoegsel ἀ‎ (a) en νόμος‎ (nomos), wet, en het beschrijft de toestand waarin de wet ontbreekt. In de Septuaginta is νόμος‎ (nomos) de vaste weergave van תּוֹרָה‎ (Thora), zodat wetteloosheid in de Schrift het leven zonder de Thora aanduidt. De Statenvertaling geeft het weer met ongerechtigheid, maar de grondtekst zegt onverbloemd wetteloosheid. 

Deuteronomium 13:1-5 

1 Wanneer een profeet, of dromen-dromer, in het midden van u zal opstaan, en u geeft een teken of wonder; 2 En dat teken, of dat wonder komt, dat hij tot u gesproken had, zeggende: Laat ons andere goden, die gij niet gekend hebt, navolgen en hen dienen; 3  Gij zult naar de woorden van dien profeet, of naar dien dromen-dromer niet horen; want de Eeuwige, uw God, verzoekt ulieden, om te weten, of gij de Eeuwige, uw God, liefhebt met uw ganse hart en met uw ganse ziel. 4  de Eeuwige, uw God, zult gij navolgen, en Hem vrezen, en Zijn geboden zult gij houden, en Zijn stem gehoorzaam zijn, en Hem dienen, en Hem aanhangen. 5  En diezelve profeet, of dromen-dromer, zal gedood worden; want hij heeft tot een afval gesproken tegen de Eeuwige, uw God, Die ulieden uit Egypteland heeft uitgevoerd, en u uit het diensthuis verlost; om u af te drijven van den weg, dien u de Eeuwige, uw God, geboden heeft, om daarin te wandelen. Zo zult gij het boze uit het midden van u wegdoen. 

Het teken komt uit, en vers 3 beveelt vervolgens om er niet naar te horen. Daar ligt de scherpte. De Thora rekent er openlijk mee dat bovennatuurlijke kracht werkelijk optreedt en toch van de verkeerde kant komt. De tovenaars van Egypte deden in Exodus 7:11-12 het teken van Aharon (Aäron) na. Yeshua (Jezus) waarschuwt in Mattheüs 24:24 dat valse christussen grote tekenen zullen doen om zelfs de uitverkorenen te verleiden. Sha'ul (Paulus) noemt in 2 Thessalonicenzen 2:9 de komst van de wetteloze, ὁ ἄνομος‎ (ho anomos), naar de werking van de satan in tekenen en wonderen der leugen. Openbaring 13:13-15 toont hetzelfde beeld. 
 
Openbaring 13:13-15   
13 En het doet grote tekenen, zodat het ook vuur uit den hemel doet afkomen op de aarde, voor de mensen. 14  En verleidt degenen, die op de aarde wonen, door de tekenen, die aan hetzelve toe doen gegeven zijn in de tegenwoordigheid van het beest; zeggende tot degenen, die op de aarde wonen, dat zij het beest, dat de wond des zwaards had, en weder leefde, een beeld zouden maken. 15  En hetzelve werd macht gegeven om het beeld van het beest een geest te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken, en maken, dat allen, die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden. 

Mattheüs 7:21-23 staat dus niet op zichzelf. Het is de toepassing van een lijn die van de Thora tot de Openbaring doorloopt. 

Mattheüs 7:21-23 

21 Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is. 22 Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere! hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan? 23 En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt! 

In vers 23 schrijft de Statenvertaling ongerechtigheid en de King James iniquity, terwijl de grondtekst van Mattheüs 7:23
οἱ ἐργαζόμενοι τὴν ἀνομίαν‎ (hoi ergazomenoi tèn anomian) heeft, werkers der wetteloosheid. Zij die worden weggestuurd zijn geen atheïsten. Zij profeteren, drijven demonen uit en doen krachten, alles in Zijn Naam. Toch valt het vonnis, en op één grond. Zij leefden zonder de Thora. 

Mattheüs 5:17-20 

17 Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de Thora of de Profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen. 18 Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet een jota noch een tittel van de Thora voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied. 19 Zo wie dan een van deze minste geboden zal ontbonden, en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen. 20 Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeën, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan. 

In vers 19 wijst Hij het ontbinden van de geboden af. In Mattheüs 7:23 stuurt Hij weg wie leefde in de toestand die naar precies dat ontbinden is genoemd. Wie in Zijn Naam leert dat de Thora is afgeschaft, preekt letterlijk het woord waarmee Hij mensen wegstuurt. 

En dat is precies wat de Kerk eeuwenlang deed. Zij citeert Mattheüs 5:17 met warme stem en laat de verzen 18 en 19 ongelezen liggen, want daar staat wat haar leer onmogelijk maakt. Zij noemt de Thora een last, een schaduw, een afgedane bedeling, en bouwt daarop een christendom dat de sabbat inruilde, de feesten van Leviticus 23 verving en de spijswetten schrapte, terwijl moord en diefstal wel keurig in haar catechismus bleven staan om de christelijke schijn op te houden. 

Dat is geen exegese, dat is selectief christendom. Marcion werd in de tweede eeuw uit de gemeente van Rome gezet omdat hij de God van Israël van het evangelie losmaakte, en wat toen dwaalleer heette, staat vandaag op duizenden preekstoelen. Men noemt het genade. De grondtekst noemt het ἀνομία‎ (anomia). 

Heeft de Thora dan afgedaan? 

Nee. 

Hemel en aarde staan er nog, en zolang zij er staan valt er geen jota weg. 

1 Johannes 3:4-5 

4 Een iegelijk, die de zonde doet, die doet ook de ongerechtigheid; want de zonde is de ongerechtigheid. 5 En gij weet, dat Hij geopenbaard is, opdat Hij onze zonden zou wegnemen; en geen zonde is in Hem. 

In 1 Johannes 3:4 luidt de grondtekst ἡ ἁμαρτία ἐστὶν ἡ ἀνομία‎ (hè hamartia estin hè anomia), de zonde is de wetteloosheid. De Statenvertaling schrijft daar de ongerechtigheid, de King James spelt de maat volledig uit met sin is the transgression of the law. Yochanan (Johannes) plaatst het lidwoord tweemaal en stelt beide begrippen gelijk. Wie de Thora afschaft, schaft daarmee de definitie van zonde af en houdt een prediking over die niet meer kan zeggen waarvan zij redt. 

Anomia en de Septuaginta 

De Septuaginta is de Griekse vertaling van de Hebreeuwse Schrift, gemaakt ruim twee eeuwen voor Yeshua. Daarin staat ἀνομία (anomia) telkens waar het Hebreeuws over schuld en overtreding spreekt. Het beslissende vers is Psalm 6:9, in de King James geteld als Psalm 6:8. 

Psalm 6:9-10 

9 Wijkt van mij, al gij werkers der ongerechtigheid; want de Eeuwige heeft de stem mijns geweens gehoord. 10 De Eeuwige heeft mijn smeking gehoord; de Eeuwige zal mijn gebed aannemen. 

Het Hebreeuws van Psalm 6:9 heeft פֹּעֲלֵי אָוֶן‎ (poalei aven). Leg de Griekse tekst van dat vers naast de Griekse tekst van Mattheüs 7:23. 

Psalm 6:9, Septuaginta 

ἀπόστητε ἀπ' ἐμοῦ πάντες οἱ ἐργαζόμενοι τὴν ἀνομίαν‎ (apostète ap' emou pantes hoi ergazomenoi tèn anomian) 

Mattheüs 7:23, grondtekst 

ἀποχωρεῖτε ἀπ' ἐμοῦ οἱ ἐργαζόμενοι τὴν ἀνομίαν‎ (apochoreite ap' emou hoi ergazomenoi tèn anomian) 

Dezelfde woorden, dezelfde volgorde, dezelfde wetteloosheid. Yeshua spreekt Zijn oordeel uit in de taal van de psalm die Zijn hoorders kenden. 

ἀνομία‎ (anomia) is wetteloosheid, en Mattheüs 7:23 richt zich niet tot de wereld buiten maar tot mensen met Zijn Naam op de lippen en wonderen in hun handen. Wie leert dat de Thora is afgeschaft, verkondigt exact de toestand waarop dat vonnis rust. 

De Kerk noemt haar wetteloosheid vrijheid. Yochanan noemt haar zonde. Yeshua noemt haar de grond waarop Hij zegt iemand nooit gekend te hebben. Wie die drie stemmen naast elkaar legt, heeft geen kanselleer meer nodig die het woord Thora uit het evangelie knipt en de rest genade noemt. 

Anomia is zonde, zo staat het geschreven, 
wie Zijn geboden bewaart, wordt gekend en zal leven.