Verworpen door je eigen kring

Er komt een moment waarop het thuis stiller wordt. De gesprekken lopen anders, uitnodigingen blijven uit. Mensen die u al jaren kent kijken u aan alsof u iemand anders bent geworden. Dat is een pijnlijke ervaring, en zij overvalt bijna iedereen die besluit Yeshua (Jezus) werkelijk te volgen en een apart gezet leven te gaan leiden. Wat daarbij helpt, is de wetenschap dat dit geen teken van dwaling is maar een patroon dat de Schrift openlijk beschrijft. Moshe (Mozes) heeft het aan den lijve ondervonden en Yeshua is het niet bespaard gebleven. In beide gevallen kwam de weerstand niet van vreemden maar van de eigen kring. 

Het eerste voorbeeld staat in de woestijn. Het volk is gelegerd te Hazeroth, Moshe draagt de zwaarste last die een mens kan dragen, en juist op dat ogenblik keren zijn eigen broer en zuster zich tegen hem. De aanleiding lijkt zijn huwelijk te zijn, maar in het tweede vers blijkt waar het werkelijk om gaat. 

Numeri 12:1-3 

1 Miryam (Mirjam) nu sprak, en Aharon (Aäron), tegen Moshe, ter oorzake der vrouw, der Cuschietische, die hij genomen had; want hij had een Cuschietische ter vrouw genomen. 2 En zij zeiden: Heeft dan de Eeuwige maar alleen door Moshe gesproken? Heeft Hij ook niet door ons gesproken? En de Eeuwige hoorde het! 3 Doch de man Moshe was zeer zachtmoedig, meer dan alle mensen, die op den aardbodem waren. 

Eeuwen later herhaalt zich dat beeld in Galilea. De toeloop is zo groot geworden dat Yeshua en Zijn leerlingen niet eens meer aan eten toekomen. 

Stelt u het zich eens voor. 

Het huis staat vol mensen die iets van Hem willen, er is geen ogenblik rust en zelfs het brood blijft liggen. Wie in zo'n drukte tegenstand verwacht, kijkt naar buiten. Naar de vreemde die er niets van begrijpt, naar de voorbijganger die er niets van wil begrijpen, naar de man op de hoek die zijn oordeel al klaar heeft voordat hij één woord heeft gehoord. 

Maar het zijn geen vreemdelingen met een kortzichtige mening. 

Het zijn de mensen van Zijn eigen huis die op weg gaan, de familie die Hem als kind heeft zien opgroeien, en hun oordeel is even kort als hard. 

Marcus 3:20-21 

20 En zij kwamen in huis; en daar vergaderde wederom een schare, alzo dat zij ook zelfs niet konden brood eten. 21 En als degenen, die Hem bestonden, dit hoorden, gingen zij uit, om Hem vast te houden; want zij zeiden: Hij is buiten Zijn zinnen. 

Wie zich daarover verbaast, heeft de aankondiging gemist. Yeshua had Zijn leerlingen namelijk vooraf verteld dat de scheidslijn dwars door de huisdeur zou lopen, en Hij greep daarvoor terug op de woorden van de profeet Micha, die dezelfde scheiding al eeuwen eerder had beschreven. 

Mattheüs 10:34-36 

34 Meent niet, dat Ik gekomen ben, om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. 35 Want Ik ben gekomen, om den mens tweedrachtig te maken tegen zijn vader, en de dochter tegen haar moeder, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder. 36 En zij zullen des mensen vijanden worden, die zijn huisgenoten zijn. 

Micha zag hetzelfde, ruim zeven eeuwen eerder, in een tijd waarin het onderlinge vertrouwen in Juda volledig was ingestort. Zijn beschrijving is somber, maar hij laat het daar niet bij. Zodra hij heeft beschreven wat er stukging, zegt hij waar hij zelf gaat staan. 

Micha 7:5-7 

5 Gelooft een vriend niet, vertrouwt niet op een voornaamsten vriend; bewaar de deuren uws monds voor haar, die in uw schoot ligt. 6 Want de zoon veracht den vader, de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder; eens mans vijanden zijn zijn huisgenoten. 7 Maar ik zal uitzien naar de Eeuwige, ik zal wachten op den God mijns heils; mijn God zal mij horen. 

Verantwoording van de grondtekstmethode 

Het Hebreeuws en het Grieks verbuigen hun woorden naar tijd, persoon, getal en functie. Een woord zoals het in het vers staat ziet er daardoor anders uit dan hetzelfde woord in het woordenboek. Hieronder wordt daarom eerst de vorm genoemd zoals de tekst hem draagt, en daarna de wortel waaruit die vorm is opgebouwd. 

De Hebreeuwse grondtekst 

Numeri 12:1-3 

1 Miryam nu sprak (וַתְּדַבֵּר‎, vattedabber), en Aharon, tegen Moshe, ter oorzake der vrouw, der Cuschietische, die hij genomen had; 2 En zij zeiden: Heeft dan de Eeuwige maar alleen door Moshe gesproken? Heeft Hij ook niet door ons gesproken? En de Eeuwige hoorde het (וַיִּשְׁמַע‎, vayyishma)! 3 Doch de man Moshe was zeer zachtmoedig (עָנָו‎, anav), meer dan alle mensen, die op den aardbodem waren. 

Het woord sprak is vertaald vanuit de vorm וַתְּדַבֵּר‎ (vattedabber), uit de wortel דָּבַר‎ (davar), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: spreken, uitspreken, een woord richten tegen iemand. De vorm staat in het enkelvoud vrouwelijk, terwijl er twee personen worden genoemd. De tekst laat daarmee zien wie begon. 

Het woord hoorde is vertaald vanuit de vorm וַיִּשְׁמַע‎ (vayyishma), uit de wortel שָׁמַע‎ (shama), en kan ook wel vertaald worden als horen, luisteren, gehoor geven. Moshe verweert zich niet en Moshe antwoordt niet. Er staat enkel dat de Eeuwige het hoorde. 

Het woord zachtmoedig is vertaald vanuit עָנָו‎ (anav), teruggaand op de wortel עָנָה‎ (anah), en laat zich ook graag vertalen als gebogen, neergedrukt, ootmoedig, iemand die zich niet opricht tegen wat hem wordt aangedaan. Zachtmoedigheid is in het Hebreeuws dus geen zwakte van karakter maar een gekozen houding onder druk. 

Micha 7:6-7 

6 Want de zoon veracht (מְנַבֵּל‎, menabbel) den vader, de dochter staat op (קָמָה‎, qamah) tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder; eens mans vijanden (אֹיְבֵי‎, oyvei) zijn zijn huisgenoten (אַנְשֵׁי בֵיתוֹ‎, anshei veito). 7 Maar ik zal uitzien (אֲצַפֶּה‎, atsappeh) naar de Eeuwige, ik zal wachten (אוֹחִילָה‎, ochilah) op den God mijns heils. 

Het woord veracht is vertaald vanuit de vorm מְנַבֵּל‎ (menabbel), uit de wortel נָבֵל‎ (navel), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: verwelken, verdorren, als dwaas behandelen, te schande maken. Uit diezelfde wortel komt נָבָל‎ (naval), de dwaas. Wie de gelovige voor gek verklaart, doet precies wat dit werkwoord beschrijft. 

Het woord uitzien is vertaald vanuit de vorm אֲצַפֶּה‎ (atsappeh), uit de wortel צָפָה‎ (tsaphah), en kan ook wel vertaald worden als speuren, op de uitkijk staan, wacht houden. Het is het woord van de wachter op de muur. En het woord wachten is vertaald vanuit de vorm אוֹחִילָה‎ (ochilah), uit de wortel יָחַל‎ (yachal), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: hopen, verwachten, geduldig uitzien. Micha keert zich niet naar binnen en hij keert zich niet tegen zijn huisgenoten. Hij richt zijn blik omhoog en blijft staan. 

De Griekse grondtekst 

Marcus 3:21 

En als degenen, die Hem bestonden (οἱ παρ' αὐτοῦ‎, hoi par' autou), dit hoorden, gingen zij uit, om Hem vast te houden (κρατῆσαι‎, kratēsai); want zij zeiden: Hij is buiten Zijn zinnen (ἐξέστη‎, exestē). 

De uitdrukking degenen, die Hem bestonden is vertaald vanuit οἱ παρ' αὐτοῦ‎ (hoi par' autou) en laat zich ook graag vertalen als de Zijnen, zij die bij Hem horen, Zijn eigen mensen. Het gaat dus niet om een menigte maar om de naaste kring. 

Het woord vast te houden is vertaald vanuit de vorm κρατῆσαι‎ (kratēsai), uit κρατέω‎ (krateō), en draagt de volgende betekenissen met zich mee: grijpen, in bedwang houden, met macht vasthouden. Zij komen niet om te luisteren maar om Hem tegen te houden. En de uitdrukking buiten Zijn zinnen is vertaald vanuit de vorm ἐξέστη‎ (exestē), uit ἐξίστημι‎ (existēmi), en kan ook wel vertaald worden als buiten zichzelf zijn, van zijn plaats geraakt zijn, het verstand verloren hebben. 

De Septuaginta 

Mattheüs 10:35-36 neemt de bewoording van Micha 7:6 over. De overeenkomst is gedeeltelijk woordelijk en gedeeltelijk afwijkend, en dat wordt hieronder afzonderlijk benoemd. 

Micha 7:6 

Want de zoon veracht den vader (πατέρα‎, patera), de dochter (θυγάτηρ‎, thugatēr) staat op tegen haar moeder (μητέρα‎, mētera), de schoondochter (νύμφη‎, numphē) tegen haar schoonmoeder (πενθερὰν‎, pentheran); eens mans vijanden (ἐχθροὶ‎, echthroi) zijn zijn huisgenoten (οἱ ἐν τῷ οἴκῳ αὐτοῦ‎, hoi en tō oikō autou). 

Mattheüs 10:35-36 

35 Want Ik ben gekomen, om den mens tweedrachtig te maken tegen zijn vader (πατρὸς‎, patros), en de dochter (θυγατέρα‎, thugatera) tegen haar moeder (μητρὸς‎, mētros), en de schoondochter (νύμφην‎, numphēn) tegen haar schoonmoeder (πενθερᾶς‎, pentheras). 36 En zij zullen des mensen vijanden (ἐχθροὶ‎, echthroi) worden, die zijn huisgenoten (οἱ οἰκιακοὶ αὐτοῦ‎, hoi oikiakoi autou) zijn. 

De vijf zelfstandige naamwoorden πατήρ‎ (patēr), θυγάτηρ‎ (thugatēr), μήτηρ‎ (mētēr), νύμφη‎ (numphē) en daarnaast πενθερά‎ (penthera) staan aan beide zijden, evenals ἐχθροί‎ (echthroi). De naamvallen verschillen doordat Mattheüs de reeks in een andere zinsbouw plaatst, maar de woorden zelf lopen gelijk. Dit is dus een aantoonbaar verband en geen gedachteovereenkomst. 

Op één punt wijkt de bewoording af. Waar de Septuaginta οἱ ἐν τῷ οἴκῳ αὐτοῦ‎ (hoi en tō oikō autou) beschrijft, oftewel die in zijn huis zijn, staat bij Mattheüs οἱ οἰκιακοὶ αὐτοῦ‎ (hoi oikiakoi autou), zijn huisgenoten. Dat is een ander woord met dezelfde strekking en wordt hier niet als woordelijke overname gepresenteerd. Ook ontbreekt bij Mattheüs het werkwoord dat Micha bij de zoon gebruikt. 

Wat daaruit volgt, is opmerkelijk. Yeshua beschrijft de weerstand in Zijn eigen huis niet als iets nieuws. Hij grijpt de woorden aan van Micha, die ruim zeven eeuwen eerder hetzelfde beschreef. In Marcus 3 ondergaat Yeshua wat Hij in Mattheüs 10 had aangekondigd. Micha 7:7 laat daarbij zien wat de wachter doet zodra de kring om hem heen wegvalt. Hij vecht niet terug maar klimt op de muur. Hij toont geen agressie, hij houdt slechts de wacht. 

Tot slot

Wie de weerstand voelt en denkt dat hij een verkeerde afslag heeft genomen, moet het volgende goed beseffen: 

Moshe kreeg de weerstand van zijn broer en zijn zuster. Micha vond deze pijn bij degenen die het dichtst bij hem stonden. Yeshua kreeg het te verduren van de mensen die tot Zijn familie behoorden. 

Is die pijn dan een teken dat u een verkeerd pad bent ingeslagen? 

Nee. 

Zij is het bewijs dat u onderweg bent. Wie stilstaat, komt nergens tegenaan, en wie meebeweegt met alles, merkt van geen enkele stroom iets. Weerstand ontstaat pas bij richting en vooruitgang. 

Daarom hebt u geen grote kring nodig maar een ware. Vriendschap die alleen in stand blijft zolang u niets gelooft, was geen vriendschap maar gezelschap. De broeders en zusters die het Woord samenbrengt kennen u minder lang en dragen u verder, want zij houden u niet vast zoals men een verwarde vasthoudt maar zij lopen mee zoals men een reisgenoot vergezelt. 

De zon ging onder in het huis van Micha, en hij bleef staan op de muur. Het brood bleef onaangeroerd in dat huis, en Hij bleef spreken. De stemmen zwegen in de woestijn, en de Eeuwige hoorde het. 

Wie door de waarheid alleen komt te staan, staat nooit werkelijk alleen.