Wat betekent het
om de Thora dag en nacht te overdenken?
Jozua 1:8 en Psalm 1 uitgelegd

Er bestaat een soort groei die niemand van buitenaf gadeslaat. De boom aan het water wordt niet groot door één machtige dag, maar door duizend gewone dagen waarop hij staat waar hij geplant is. Zo werkt het ook bij de mens die wandelt met de Eeuwige. De Thora, de Profeten en de Psalmen tekenen samen die ene weg. Zij spreken over een leven dat vorm krijgt door herhaling, door trouw en door de stille arbeid van elke dag opnieuw. Wie de Eeuwige liefheeft, bewaart Zijn geboden. Wie ze bewaart, overweegt ze door een gerichte meditatie. Wie ze overweegt bij dag en bij nacht, draagt vrucht op zijn tijd en vordert in werken en kracht. 

Deuteronomium 10:12-13 

12 Nu dan, Israël! wat eist de Eeuwige, uw God van u, dan de Eeuwige, uw God, te vrezen, in al Zijn wegen te wandelen, en Hem lief te hebben, en de Eeuwige, uw God, te dienen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel; 13 Om te houden de geboden van de Eeuwige, en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede, u ten goede. 

Deuteronomium 11:1 

Daarom zult gij de Eeuwige, uw God, liefhebben, en gij zult te allen dage onderhouden Zijn bevel, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, en Zijn geboden. 

Let op de kleine woorden die de hele levensstijl dragen.  
 
In al Zijn wegen wandelen.  
Met uw ganse hart.  
Te allen dage.  
 
Dit zijn geen momenten, dit is een ritme, waarop het dagelijks leven beweegt. Moshe (Mozes) schetst hier geen piekervaring maar een dagorde, een manier van opstaan en gaan slapen, een gewoonte die zich in het lichaam nestelt tot zij karakter wordt. Het slot van vers dertien laat zien met welke bedoeling dat gebeurt, want er staat u ten goede. Het gebod is dus geen tolpoort voor redding, maar een vorm waarin een mens uitgroeit tot degene die hij bedoeld is te zijn. 

Kan de liefde tot de Eeuwige bestaan zonder Zijn geboden? 

Nee. 

Jozua 1:7-9 

7 Alleenlijk wees sterk en heb zeer goeden moed, dat gij waarneemt te doen naar de ganse Thora, welke Moshe, Mijn knecht, u geboden heeft, en wijk daarvan niet, ter rechter- noch ter linkerhand, opdat gij verstandelijk handelt alom, waar gij zult gaan; 8 Dat het boek dezer Thora niet wijke van uw mond, maar overleg het dag en nacht, opdat gij waarneemt te doen naar alles, wat daarin geschreven is; want alsdan zult gij uw wegen voorspoedig maken, en alsdan zult gij verstandelijk handelen. 9 Heb Ik het u niet bevolen? wees sterk en heb goeden moed, en verschrik niet, en ontzet u niet; want de Eeuwige, uw God, is met u alom, waar gij heengaat. 

Yehoshua (Jozua) staat aan het begin van een taak die zijn krachten ver te boven gaat. De opdracht die hij ontvangt, gaat echter niet over strategie. Zij gaat over wat er dag en nacht in zijn mond ligt. De sterkte die hier gevraagd wordt, is de sterkte om niet af te wijken, niet naar rechts en niet naar links, want juist de kleine afwijking van vandaag bepaalt waar iemand over tien jaar staat. Geestelijke groei is in deze verzen niet iets wat een mens overkomt. Het is de vrucht van een tekst die blijft meegaan in de gewone gang van het dagelijks leven. 

Psalm 1 

1 Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in den raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters; 2 Maar zijn lust is in de Thora van de Eeuwige, en hij overdenkt Zijn Thora dag en nacht. 3 Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken. 4 Alzo zijn de goddelozen niet, maar als het kaf, dat de wind henendrijft. 5 Daarom zullen de goddelozen niet bestaan in het gericht, noch de zondaars in de vergadering der rechtvaardigen. 6 Want de Eeuwige kent den weg der rechtvaardigen; maar de weg der goddelozen zal vergaan. 

De psalm opent met drie werkwoorden die samen een afglijdende beweging vormen. Eerst wandelen, dan staan, ten slotte zitten. Zo verhuist een mens ongemerkt van voorbijganger naar bewoner. Daartegenover staat de boom, die geplant is en daarom blijft. Let ook op de tijd in vers drie, want de vrucht komt op zijn tijd. Niet eerder. Wie groei verwacht buiten het seizoen om, verwart ongeduld met geloof. 

De grondtekst 

Het woord liefhebben is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord וְאָהַבְתָּ‎ (ve'ahavta) en kan ook wel vertaald worden als zich verbinden, toegenegen zijn en zich hechten aan iemand. Het gaat om een gerichtheid die het hele bestaan meeneemt. 

Het woord onderhouden is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord וְשָׁמַרְתָּ‎ (veshamarta) en laat zich ook graag vertalen als bewaken, hoeden en met zorg bewaren. Dezelfde stam beschrijft de herder bij de kudde en de wachter op de muur. Wie zo bewaart, bewaart niet uit angst maar uit toewijding. 

Het woord overleggen is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord וְהָגִיתָ‎ (vehagita) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: halfluid uitspreken, prevelen, mompelen en herkauwen. Psalm 1:2 gebruikt dezelfde stam in יֶהְגֶּה‎ (yehgeh). Het is de taal van het langzame kauwen, waarbij het voedsel telkens opnieuw wordt opgehaald totdat het werkelijk voedt. 

Het woord lust is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord חֶפְצוֹ‎ (cheftso) en kan ook wel vertaald worden als welbehagen, genoegen en verlangen. Hier ligt de spil van alle vorming, want gedrag dat alleen op wilskracht rust, houdt geen stand, terwijl gedrag dat uit verlangen voortkomt, vanzelf blijft. 

Het woord geplant is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord שָׁתוּל‎ (shatoel) en laat zich ook graag vertalen als overgeplant en welbewust gezet. De boom heeft zichzelf niet neergezet. Iemand koos die plaats voor hem vlak bij het water. Daarin ligt zijn hele toekomst besloten. 

De Septuaginta en het Nieuwe Testament 

Wie deze vijf woorden volgt tot in de Griekse vertaling van de Hebreeuwse Schrift, ziet iets opmerkelijks gebeuren. De vertalers kozen woorden die enkele eeuwen later terugkeren in de mond van Yeshua (Jezus) en in de brieven van Zijn leerlingen. Het Nieuwe Testament spreekt niet in een nieuw vocabulaire. Het spreekt in de taal die de Septuaginta al had klaargelegd. 

De Septuaginta geeft liefhebben in Deuteronomium 11:1 weer met ἀγαπήσεις‎ (agapèseis), afkomstig van ἀγαπάω‎ (agapao), en dit werkwoord kan ook wel vertaald worden als hoogachten, welgevallig zijn en met toewijding verbonden zijn. Datzelfde werkwoord staat in de mond van Yeshua wanneer Hij liefde en gebod aan elkaar bindt. 

Johannes 14:15-17 

15 Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden. 16 En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid; 17 Namelijk den Geest der waarheid, Welken de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar gij kent Hem; want Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn. 

Het woord onderhouden wordt in de Septuaginta van Deuteronomium 11:1 weergegeven met φυλάξῃ‎ (phylaxè), van φυλάσσω‎ (phylasso), en dit werkwoord draagt de volgende betekenissen met zich mee: bewaken, op wacht staan, beschermen en behoeden. Yochanan (Johannes) de discipel gebruikt in zijn brief het verwante τηρέω‎ (tèreo), bewaren en in acht nemen. Hij verbindt dat aan precies dezelfde liefde. 

1 Johannes 5:2-3 

2 Hieraan kennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben, en Zijn geboden bewaren. 3 Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar. 

De volgorde van Deuteronomium 11:1 keert hier ongeschonden terug. Eerst de liefde, daarna het bewaren. Dat bewaren wordt niet als last omschreven maar uitdrukkelijk als niet zwaar, en dat is dezelfde toon als het u ten goede uit Deuteronomium 10:13. 

Ook de begrippen die in Deuteronomium 11:1 naast elkaar staan, blijven bewaard. Waar de Statenvertaling spreekt van Zijn rechten, staat in de Septuaginta δικαιώματα‎ (dikaiomata), en dit woord laat zich ook graag vertalen als verordeningen, rechtsinzettingen en rechtvaardige bepalingen. Waar de Statenvertaling spreekt van Zijn geboden, staat er ἐντολάς‎ (entolas). Beide woorden staan samen in één zin wanneer Lukas de ouders van Yochanan de Doper introduceert. 

Lukas 1:5-6 

5 In de dagen van Herodes, den koning van Judea, was een zeker priester, met name Zacharias, van de dagorde van Abia; en zijn vrouw was uit de dochteren van Aharon (Aäron), en haar naam Elizabet. 6 En zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelende in al de geboden en rechten van de Eeuwige, onberispelijk. 

Wie de Griekse tekst van dit vers naast de Griekse tekst van Deuteronomium 11:1 legt, leest tweemaal dezelfde woordcombinatie. Lukas opent zijn evangelie met een echo uit de Thora. 

Het woord overleggen uit Jozua 1:8 wordt in de Septuaginta weergegeven met μελετήσεις‎ (meletèseis), van μελετάω‎ (meletao), en dit werkwoord kan ook wel vertaald worden als zich ergens in oefenen, zich toeleggen op iets, voortdurend bezig zijn met iets en het inoefenen tot het eigen wordt. Psalm 1:2 gebruikt in de Septuaginta hetzelfde werkwoord in μελετήσει‎ (meletèsei). Het Hebreeuwse herkauwen wordt in het Grieks dus het onophoudelijke oefenen. Sha'ul (Paulus) draagt dit werkwoord over op de dagelijkse praktijk van zijn leerling. 

1 Timotheüs 4:14-16 

14 Verzuim de gave niet, die in u is, die u gegeven is door de profetie, met oplegging der handen des ouderlingschaps. 15 Bedenk deze dingen, wees hierin bezig, opdat uw toenemen openbaar zij in alles. 16 Heb acht op uzelven en op de leer; volhard daarin; want dat doende, zult gij en uzelven behouden, en die u horen. 

Bedenk deze dingen is in de Griekse tekst het bevel van Jozua 1:8. Sha'ul zegt tegen Timotheüs wat de Eeuwige tegen Yehoshua zei. Hij voegt er bovendien precies datgene aan toe wat deze studie draagt, namelijk dat het toenemen openbaar wordt. Groei laat zich zien. Zij wordt zichtbaar door oefening en niet door plotselinge verlichting. 

Het woord lust uit Psalm 1:2 wordt in de Septuaginta weergegeven met θέλημα‎ (thelèma), en dit woord draagt de volgende betekenissen met zich mee: wil, welbehagen, begeerte en datgene waar het hart op gericht is.  
Hier gebeurt iets wat de hele geestelijke vorming samenvat. Het Griekse woord voor het verlangen van de rechtvaardige is hetzelfde woord waarmee het Nieuwe Testament de wil van de Vader aanduidt. Waar de mens vorm krijgt naar de Thora, valt zijn begeerte samen met Gods bedoeling. 

Johannes 4:34 

Yeshua zeide tot hen: Mijn spijze is, dat Ik doe den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, en Zijn werk volbrenge. 

Dat is Psalm 1:2 in één zin. Het welbehagen is voedsel geworden. 

Het woord geplant uit Psalm 1:3 wordt in de Septuaginta weergegeven met πεφυτευμένον‎ (pephyteumenon), van φυτεύω‎ (phyteuo), en dit werkwoord laat zich ook graag vertalen als planten, aanleggen en vast in de grond zetten. Yeshua gebruikt dit beeld wanneer Hij onderscheid maakt tussen wat de Vader plantte en wat de mens erbij zette. 

Mattheüs 15:12-14 

12 Toen kwamen Zijn discipelen tot Hem, en zeiden tot Hem: Weet Gij wel, dat de Farizeën, deze rede horende, geërgerd zijn geweest? 13 Maar Hij, antwoordende, zeide: Alle plant, die Mijn hemelse Vader niet geplant heeft, zal uitgeroeid worden. 14 Laat hen varen; zij zijn blinde leidslieden der blinden. Indien nu de blinde den blinde leidt, zo zullen zij beiden in de gracht vallen. 

Sha'ul past hetzelfde werkwoord toe op de gemeente en trekt daarmee alle roem naar de Eeuwige toe. 

1 Korinthe 3:6-7 

6 Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven. 7 Zo is dan noch hij, die plant, iets, noch hij, die nat maakt, maar God, Die den wasdom geeft. 

Ten slotte de vrucht op zijn tijd. De Septuaginta van Psalm 1:3 zegt ἐν καιρῷ αὐτοῦ‎ (en kairo autou), en het woord καιρός‎ (kairos) kan ook wel vertaald worden als het juiste moment, het vastgestelde seizoen en de daartoe bestemde gelegenheid. Het Nieuwe Testament kent geen andere maat. De vrucht komt in het seizoen dat vastgesteld is. Ook de vrucht des Geestes groeit volgens dezelfde wetmatigheid als de boom aan de waterbeken. 

Galaten 5:22-23 

22 Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. 23 Tegen de zodanigen is de Thora niet. 

En dan de opening van Psalm 1 zelf. Welgelukzalig is in de Septuaginta μακάριος‎ (makarios), en dat is exact het woord waarmee Yeshua de bergrede opent in Mattheüs 5. Wie de Griekse tekst hoort, hoort bij de eerste zaligspreking onmiddellijk Psalm 1 meeklinken. 
 
Mattheüs 5:2-12   
2 En Zijn mond geopend hebbende, leerde Hij hen, zeggende:  
3  Zalig (makarios) zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.  
4  Zalig (makarios) zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden.  
5  Zalig (makarios) zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beerven.  
6  Zalig (makarios) zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.  
7  Zalig (makarios) zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden.  
8  Zalig (makarios) zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien.  
9  Zalig (makarios) zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden. 10  Zalig (makarios) zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.  
11  Zalig (makarios) zijt gij, als u de mensen smaden, en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil.  
12  Verblijdt en verheugt u; want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten, die voor u geweest zijn. 

Enkele verzen verder volgt Mattheüs 5:17-20. De Kerk leest die vier verzen als afsluiting van iets, terwijl de bergrede juist opent met hetzelfde woord waarmee de Psalmen de mens prijzen die de Thora dag en nacht overdenkt. Wie het begin niet hoort, kan het vervolg onmogelijk begrijpen. 

Mattheüs 5:17-20

17  Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen. 18  Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet een jota noch een tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied. 19  Zo wie dan een van deze minste geboden zal ontbonden, en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen. 
20  Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeen, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan. 

Zo ontstaat het beeld van een leven dat gestalte krijgt. De liefde richt het hart, het bewaren beschermt wat kostbaar is, het oefenen maakt de tekst eigen, het verlangen valt samen met Gods wil en de plaatsing bij het water geeft toegang tot de bron. Wat volgt is de vrucht. Die komt niet door forceren maar door te blijven. Vandaag trouw. Morgen opnieuw. En na jaren blijkt er een blad te zijn dat niet afvalt.