Wijsheid en kennis:
wat de Thora werkelijk leert

Inleiding 

Wijsheid wordt gewoonlijk gezocht in boeken, in scholen en in de mening van geleerden. De Schrift zoekt haar ergens anders. Zij legt de wijsheid niet in het hoofd van wie veel weet maar in het leven van wie doet wat de Eeuwige heeft gezegd. Dat is een verrassend en tegelijk verkwikkend gegeven, want het betekent dat wijsheid niet is voorbehouden aan de knapste geest. Zij is bereikbaar voor ieder die luistert en gehoorzaamt. Moshe (Mozes) zegt het aan de rand van het land, David bezingt het in het heiligdom van de schepping, Shlomo (Salomo) roept het uit over de stad en Yaakov (Jakobus) schrijft het aan de verstrooide Israëlieten. Vier stemmen, één boodschap: wie zich met een ontvankelijk hart openstelt voor de Thora, zal de ware wijsheid zeker verstaan. 

Wijsheid die zichtbaar wordt in het doen 

Deuteronomium 4:1-9 

1 Nu dan, Israël! hoor naar de inzettingen en naar de rechten, die ik ulieden lere te doen; opdat gij leeft, en henen inkomt, en erfelijk bezit het land, dat de Eeuwige, uwer vaderen God, u geeft. 2 Gij zult tot dit woord, dat ik u gebiede, niet toedoen, ook daarvan niet afdoen; opdat gij bewaart de geboden van de Eeuwige, uw God, die ik u gebiede. 3 Uw ogen hebben gezien, wat God om Baäl-peor gedaan heeft; want alle man, die Baäl-peor navolgde, dien heeft de Eeuwige, uw God, uit het midden van u verdaan. 4 Gij daarentegen, die de Eeuwige, uw God, aanhingt, gij zijt heden allen levende. 5 Ziet, ik heb u geleerd de inzettingen en rechten, gelijk als de Eeuwige, mijn God, mij geboden heeft; opdat gij alzo doet in het midden des lands, waar gij naar toe gaat, om het erfelijk te bezitten. 6 Behoudt ze dan, en doet ze; want dat zal uw wijsheid en uw verstand zijn voor de ogen der volken, die al deze inzettingen horen zullen, en zeggen: Dit grote volk alleen is een wijs en verstandig volk! 7 Want wat groot volk is er, hetwelk de goden zo nabij zijn als de Eeuwige, onze God, zo dikwijls als wij Hem aanroepen? 8 En wat groot volk is er, dat zo rechtvaardige inzettingen en rechten heeft, als deze ganse Thora is, die ik heden voor uw aangezicht geve? 9 Alleenlijk wacht u, en bewaar uw ziel wel, dat gij niet vergeet de dingen, die uw ogen gezien hebben; en dat zij niet van uw hart wijken, al de dagen uws levens; en gij zult ze uw kinderen en uw kindskinderen bekend maken. 

Het woord wijsheid is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord חָכְמָה‎ (chochmah) en kan ook wel vertaald worden als vakmanschap, bekwaamheid, kundigheid in de uitvoering. Het is het woord dat gebruikt wordt voor de bouwers van de tabernakel, voor handen die iets tot stand brengen. Het woord verstand is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord בִּינָה‎ (binah) en laat zich ook graag vertalen als onderscheidingsvermogen, het vermogen om te scheiden tussen het een en het ander. Beide woorden staan in vers zes niet los van het doen maar zitten daaraan onlosmakelijk vast. Behoudt ze dan, en doet ze, want dat zal uw wijsheid zijn. De wijsheid ontstaat in de uitvoering. 

Het woord behoudt is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord שָׁמַר‎ (shamar) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: bewaken, hoeden, beschermen, als een wachter over iets waken. Datzelfde werkwoord keert in vers negen tweemaal terug in wacht u en bewaar uw ziel wel. Wie de geboden bewaakt, bewaakt daarmee zijn eigen ziel. 

Tussen die twee staat het verbod van vers twee. Het woord toedoen is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord יָסַף‎ (yasaf) en kan ook wel vertaald worden als vermeerderen, eraan vastknopen, nog eens overdoen. Het woord afdoen is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord גָּרַע‎ (gara) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: verminderen, wegscheren, intrekken, onthouden. Precies daar wordt de wijsheid van de volken gemeten. Niet aan de vraag hoe vernuftig men de geboden weet te verklaren maar aan de vraag of men ze onaangeroerd heeft gelaten. 

Het onderwijs dat de eenvoudige wijs maakt 

Psalm 19:8-13 

8 De Thora (wet) van de Eeuwige is volmaakt, bekerende de ziel; de getuigenis van de Eeuwige is gewis, den slechten wijsheid gevende. 9 De bevelen van de Eeuwige zijn recht, verblijdende het hart; het gebod van de Eeuwige is zuiver, verlichtende de ogen. 10 De vreze van de Eeuwige is rein, bestaande tot in eeuwigheid; de rechten van de Eeuwige zijn waarheid, samen zijn zij rechtvaardig. 11 Zij zijn begeerlijker dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig, en honigzeem. 12 Ook wordt Uw knecht door dezelve klaarlijk vermaand; in het houden van die is grote loon. 13 Wie zou de afdwalingen verstaan? Reinig mij van de verborgene afdwalingen. 

Het woord wet is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord תּוֹרָה‎ (Thora) en laat zich ook graag vertalen als onderwijzing en instructies. Het woord volmaakt is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord תְּמִימָה‎ (temimah) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: gaaf, ongeschonden, compleet, zonder gebrek. Aan iets wat compleet is, valt niets te verbeteren. Wie eraan sleutelt, beschadigt. 

Het woord slechten is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord פֶּתִי‎ (peti) en kan ook wel vertaald worden als de eenvoudige, de argeloze, iemand die openstaat en zich gemakkelijk laat overhalen. Dat is de goede kant van dit woord. De argeloze staat open en juist daarom kan de getuigenis van de Eeuwige hem wijs maken. Het woord vermaand in vers twaalf is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord זָהַר‎ (zahar) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: waarschuwen, onderrichten, licht geven, stralen. Waarschuwing en verlichting vormen in het Hebreeuws één beweging. De Thora waarschuwt door licht te werpen. 

Het woord afdwalingen is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord שְׁגִיאָה‎ (shegi'ah) en laat zich ook graag vertalen als onbedoelde misstap, dwaling door onwetendheid, afdrijven zonder het te merken. Hier ligt de eerlijkheid van deze psalm. De dichter vraagt niet om meer inzicht in de Thora maar om reiniging van wat hij zelf niet ziet. Wie de Thora leeft, ontdekt dat zij hem doorlicht. 

De tafel van de Wijsheid staat gedekt 

Spreuken 9:1-5 

1 De opperste Wijsheid heeft Haar huis gebouwd; Zij heeft Haar zeven pilaren gehouwen. 2 Zij heeft Haar slachtvee geslacht. Zij heeft Haar wijn gemengd; ook heeft Zij Haar tafel toegericht. 3 Zij heeft Haar dienstmaagden uitgezonden; Zij nodigt op de tinnen van de hoogten der stad: 4 Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts! Tot de verstandeloze zegt Zij: 5 Komt, eet van Mijn brood, en drinkt van den wijn, dien Ik gemengd heb. 

De uitdrukking opperste Wijsheid is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord חָכְמוֹת‎ (chochmot) en kan ook wel vertaald worden als de volle wijsheid in haar hoogste vorm. Zij bouwt een huis, houwt pilaren, slacht en dekt een tafel. Wijsheid wordt hier niet gedacht maar gebouwd, geslacht en opgediend. 

Het woord slecht is opnieuw פֶּתִי‎ (peti), hetzelfde woord dat in Psalm 19 wijs gemaakt wordt. Wat de psalm belooft, wordt hier uitgenodigd. De uitdrukking verstandeloze is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord חֲסַר־לֵב‎ (chasar-lev) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: zonder hart, het inzicht missend, zonder innerlijk kompas. Het hart geldt in de Schrift als zetel van het verstand. 

Het woord eet in vers vijf is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord לָחַם‎ (lacham) en laat zich ook graag vertalen als zich voeden met, verteren, en in een verwante toepassing strijden. Wijsheid wordt binnengekregen zoals brood. Zij moet gegeten worden en niet bewonderd. 

Van de Septuaginta naar het Nieuwe Testament 

In de Septuaginta wordt חָכְמָה‎ (chochmah) van Deuteronomium 4:6 weergegeven met σοφία‎ (sophia) en בִּינָה‎ (binah) met σύνεσις‎ (synesis). Precies dat woordpaar draagt het Griekse Nieuwe Testament. 

Nog sprekender is Psalm 19:8. De Septuaginta vertaalt daar תּוֹרָה‎ (Thora) met νόμος‎ (nomos), תְּמִימָה‎ (temimah) met ἄμωμος‎ (amomos), onberispelijk, vlekkeloos, en de uitdrukking den slechten wijsheid gevende met σοφίζουσα νήπια‎ (sophizousa nepia). Dat werkwoord σοφίζω‎ (sophizo) keert in het Nieuwe Testament terug in 2 Timotheüs 3:14-17, waar Sha'ul (Paulus) schrijft dat de Schriften Timotheüs wijs kunnen maken tot zaligheid. De Schriften die hij daar bedoelt, zijn de Thora en de Profeten, want een andere bundel bestond er in zijn kindertijd niet. De psalm en de apostel gebruiken hetzelfde woord voor dezelfde bron. 

Zo ook Spreuken 9. De Septuaginta laat de Wijsheid roepen Ἔλθετε φάγετε τῶν ἐμῶν ἄρτων‎ (elthete phagete ton emon arton), komt, eet van mijn broden. 

Vragen met een ongedeeld hart 

Jakobus 1:2-8 

2 Acht het voor grote vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt; 3 Wetende, dat de beproeving uws geloofs lijdzaamheid werkt. 4 Doch de lijdzaamheid hebbe een volmaakt werk, opdat gij moogt volmaakt zijn en geheel oprecht, in geen ding gebrekkelijk. 5 En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, Die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden. 6 Maar dat hij ze begere in geloof, niet twijfelende; want die twijfelt, is een baar der zee gelijk, die van den wind gedreven en op en nedergeworpen wordt. 7 Want die mens mene niet, dat hij iets ontvangen zal van de Eeuwige. 8 Een dubbelhartig man is ongestadig in al zijn wegen. 

Het woord wijsheid is vertaald vanuit het Griekse woord σοφία‎ (sophia) en kan ook wel vertaald worden als inzicht dat zich in gedrag betoont, praktische bekwaamheid van leven. Yaakov gebruikt exact het woord waarmee de Septuaginta de wijsheid van Deuteronomium 4:6 weergeeft. 

Het woord mildelijk is vertaald vanuit het Griekse woord ἁπλῶς‎ (haplos) en draagt de volgende betekenissen met zich mee: enkelvoudig, zonder bijbedoeling, ongedeeld, royaal. Daartegenover staat in vers acht het woord dubbelhartig, vertaald vanuit het Griekse woord δίψυχος‎ (dipsychos), dat zich ook graag laat vertalen als tweezielig, innerlijk gespleten, met twee gerichtheden tegelijk. De Eeuwige geeft echter ongedeeld en duld geen dubbelhartigheid. De mens die het gebod maar half wil houden, vraagt om gedeelde waarheid en kan dus rekenen op een leugen. 

Het woord verwijt is vertaald vanuit het Griekse woord ὀνειδίζω‎ (oneidizo) en kan ook wel vertaald worden als smaden, iemand iets voor de voeten werpen. De Eeuwige werpt de vrager zijn onwetendheid niet voor de voeten. Achter dit vers ligt Spreuken 2:5-6, waar de Septuaginta schrijft κύριος δίδωσιν σοφίαν‎ (kyrios didosin sophian), de Eeuwige geeft wijsheid. Yaakov citeert de Spreuken in de taal van de Spreuken. 
 
Spreuken 2:5-6 
5 Dan zult gij de vreze voor de Eeuwige verstaan, en zult de kennis van God vinden. 6 Want de Eeuwige geeft wijsheid; uit Zijn mond komt kennis en verstand. 

En om welke wijsheid vraagt men dan? 

Het is niets anders dan de wijsheid die volgens Deuteronomium 4:6 bestaat uit het bewaren en doen van de geboden, inzettingen en rechten, de heilige Thora.  

Tot slot 

Vier getuigen, één lijn. Moshe legt de wijsheid in het bewaren, David in het licht dat waarschuwt, Shlomo in het eten van het brood en Yaakov in het vragen zonder gespletenheid. Nergens wordt wijsheid losgekoppeld van gehoorzaamheid. 

De Kerk heeft eeuwenlang geleerd dat de Thora is vervuld in de zin van beëindigd en heeft daarmee precies gedaan wat Deuteronomium 4:2 verbiedt. Zij heeft afgedaan. Vervolgens vraagt zij om wijsheid en verbaast zich dat haar zonen niets meer onderscheiden. Wie het onderwijs wegneemt, houdt geleerdheid over zonder richting. 

Is er wijsheid buiten de Thora te vinden? 

Nee. 

De volken zouden het zien aan een volk dat de inzettingen deed. Zij hebben het niet gezien, want er werd vergaderd, gedogmatiseerd en gepreekt, terwijl de tafel van de Wijsheid onaangeroerd bleef staan met het brood erop. 

Zij lazen de Thora en verklaarden haar oud, maar wijsheid woont waar men haar houdt.